Militaire Spectator over ‘Vrede aan de wereld!’: ‘Zeer verhelderende bundel, met veel origineel onderzoek’

Voor het krijgswetenschappelijk [sic] maandblad Militaire Spectator recenseerde Eric Sengers, hoogleraar geestelijke verzorging in de krijgsmacht aan Tilburg University, ons boek Vrede aan de wereld! (En toen werd het oorlog):

“Een hele mooie casus van de theorie en methode van Van Liere is de redactiebundel Vrede aan de wereld! van Pieter Boulogne en Annemarie Gielen, die beoogt bij een geïnteresseerd publiek een beter begrip van de achtergronden van de oorlog in de Oekraïne te vormen. Dat lukt voortreffelijk. Het boek kent drie thematische zwaartepunten. Het eerste is de achtergronden van het conflict, dat Rusland volgens Tom Sauer begonnen is omdat het zijn veiligheid bedreigd ziet als Oekraïne in westerse invloedssferen komt. Toch was dat de wens van de meerderheid bij de Oekraïense bevolking, zoals Egbert Fortuin laat zien. Het Russische argument, dat de Russischtalige minderheid beschermd moet worden, gaat volgens hem in zoverre op dat discriminerende taalwetten eerder een gevolg dan de oorzaak van de oorlog zijn. Emmanuel Waegemans schrijft over de twistappel Krim, dat sinds de verovering door de Tsaren een Russisch uithangbord was, in de Krimoorlog werd verdedigd tegen West-Europese aspiraties en in 1954 ongrondwettelijk aan Oekraïne werd toegewezen. De focus van Peter Vermeersch op de politiek-geografische rol van Belarus is een waardevolle aanvulling.

Het tweede zwaartepunt is eerder cultureel van aard. Op het eerste gezicht lijkt dit een beperkte toevoeging aan het thema, maar in tweede instantie zeer waardevol. Zo valt te lezen hoe literatuur (Boulogne en Elena Solonina) en film (Otto Boele) na een periode van vrijheid onder het Poetin-regime enerzijds beknot worden door censuur en anderzijds door subsidies doelbewust worden ingezet voor politieke propaganda en vaderlandsliefde. Regimekritische Russischtalige literatuur bevindt zich in ballingschap, die thematisch wordt voorgesteld door Anna Namestnikov en Ben Dhooge. Verhelderend is ook de vergelijkende bijdrage van Piet van Poucke, die schoolboeken geschiedenis van voor en na de inval van 2022 bekijkt. Die moeten steeds meer duidelijk maken dat Rusland altijd al – en nu nog steeds – aan de juiste kant van de geschiedenis staat en dat omringende landen Rusland kwaad willen doen.

De invloed van deze cultuuroorlog komt naar voren in het derde zwaartepunt, waar het gaat om de politieke en maatschappelijke ondersteuning van en in de oorlog. Joris van Bladel laat bijvoorbeeld aan de hand van opinieonderzoeken zien dat Poetin onder de Russische bevolking nog steeds veel goedkeuring heeft, dat er grote steun is voor de oorlog en dat er veel vertrouwen is in het leger. Dat laat zien dat het post-Poetin tijdperk niet snel tot vrede en democratisering zal leiden. Ook de bijdrage van Koen Schoors over sancties is wat dat betreft niet hoopgevend. Sancties werken op de Russische samenleving als een rode lap die de oppositie tegen ‘het Westen’ versterkt en verdiept. De sancties worden op verschillende manieren ontweken, maar in combinatie met de oorlogseconomie die veel middelen vraagt daalt het welvaartspeil van de gemiddelde Rus, wat het sociaal contract met de machthebbers onder druk zet. Gielen toont aan dat de vredesbeweging monddood is gemaakt. Anna Kisiel schrijft over de oorlogsvluchtelingen in Polen en dat door hen in de media de op Polen gerichte blik is verbreed met meer begrip voor de Europese Unie. Ze schrijft ook over de oude conflicten tussen beide buurvolken (etnische massamoorden) – wat dat betreft had een bijdrage over Hongarije (waar volgens mij soortgelijke animositeit speelt) nog goed in de bundel gepast.

Kortom een zeer verhelderende bundel, met veel origineel onderzoek, in gemakkelijke taal geschreven, waardoor veel achtergronden van de oorlog duidelijk gemaakt worden. Dat komt ook door de lange historische visie die in de bijdragen gepresenteerd wordt: de meeste bijdragen kijken terug naar de Sovjet-periode, de Tweede Wereldoorlog en het einde van het tsaristische rijk; sommige bijdragen gaan zelfs nog langer terug. Daardoor wordt duidelijk dat veel aspecten van de Russisch-Oekraïense oorlog een voortzetting zijn van oude patronen in de Russisch-Oekraïense relaties. De artikelen zijn zo compact geschreven, met veel informatie, dat ze uitnodigen meteen een tweede keer gelezen te worden. Ook de besproken culturele aspecten maken duidelijk wat Van Liere probeerde aan te tonen, namelijk hoe geprobeerd wordt te legitimeren waarom en waartoe geweld wordt gestart en voortgezet. Maar dat gezegd hebbende valt op dat één aspect in de bundel geen aparte aandacht heeft gekregen: religie en kerk. Merkwaardig, want het is niet te ontkennen dat dit in de Russische legitimatie op velerlei manieren een centrale rol speelt.”

Plaats een reactie