Opiniestuk in De Standaard: ‘Reik Russische dienstweigeraars de hand’

Voor de Vlaamse krant De Standaard (28 september 2022, pp. 26-27) schreef ik een opiniestuk over onze omgang met de Russische mobilisatie.

Sinds op 21 september 2022 de zogezegde gedeeltelijke mobilisatie in Rusland is afgekondigd, zijn er in de Russische provincie al volledige dorpen van hun werkzame mannelijke bevolking gestript. In Moskou hebben anti-mobilisatiedemonstranten tijdens hun arrestatie, bij wijze van straf, een oproepingsbrief voor het leger gekregen. De Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov gaat er prat op dat de mobilisatie in zijn deelrepubliek niet plaatsvindt, maar in de praktijk worden mannen er onder dwang naar Oekraïne afgevoerd. Er zijn nieuwe Russische wetten in de maak die aan dienstweigering zware gevangenisstraffen koppelen. Advocaten zijn alvast gewaarschuwd dat hulp aan dienstweigeraars hen duur te staan zal komen. Poetin heeft deze repressie nodig, want ondanks de dolgedraaide propaganda heeft de Russische bevolking, zeker in Sint-Petersburg en Moskou, geen animo voor de oorlog. Maar helaas kunnen de Russen al lang niet meer wegen op het beleid.

Om uiting te geven aan zijn machteloosheid, stak gisteren een man in Rjazan zichzelf in brand. Hij riep uit: ‘Ik wil niet naar het front’. Hij is afgevoerd naar het ziekenhuis. Ten noorden van Irkoetsk schoot een jongeman de commandant van een rekruteringscentrum neer, omdat zijn beste vriend was opgeroepen. Hij wordt berecht. Her en der wordt een rekruteringscentrum in brand gestoken, en vervolgens geblust. In de deelrepubliek Dagestan vinden hevige straatprotesten tegen de mobilisatie plaats. Betogers worden hardhandig aangepakt. De mobilisatie gaat door.

Een van de weinige opties die de opgeroepen mannen en (verpleegkundig geschoolde) vrouwen nog hebben om hun menselijkheid en hun leven te beschermen, is stemmen met de benen: wegvluchten. Dat is heel moeilijk geworden, want hoe raak je het land nog uit? Vliegtuigtickets zijn uitverkocht of onbetaalbaar, niet iedereen heeft een geldig reispaspoort, de grenscontroles worden opgeschroefd, en er staan monsterfiles aan de grenzen met Georgië, Kazachstan en Mongolië.

De voormalige president van Mongolië, Tsahiagiin Elbegdorzj, riep de Russen op om in geen geval bloed te gaan vergieten in Oekraïne. ‘Wij, Mongolen, zullen jullie onthalen met open armen en een open hart,’ verklaarde hij op zaterdag 24 september 2022. Ook Charles Michel pleit voor een Europese opvang van dissidente gevluchte Russen. In Duitsland klinkt al: ‘wir schaffen das’.

Onze premier Alexander De Croo (VLD) daarentegen laat zich in het tv-programma De zevende dag ontvallen dat België niet van plan is om Russische dienstweigeraars op te vangen: “Vandaag keert België bijna geen visa uit aan Russen en voorlopig wil ik dat graag zo houden.”

Daarvoor geeft hij twee argumenten. Ten eerste herkauwt hij het Franse spreekwoord “Quand tous les dégoûtés s’en vont, il n’ya que les dégoûtants qui restent” (als al diegenen die walgen weggaan, blijven alleen de walgelijken over). Terwijl het waar is dat de Russen een collectieve verantwoordelijkheid hebben om zich te verzetten tegen het Poetinregime, klinkt de uitspraak toch heel gemakzuchtig. In een land waar grondrechten gerespecteerd worden, en burgers in staat zijn om zelf hun leiders te kiezen, of desgevallend te doen ophoepelen, zou het wel hout snijden: de walgenden pakken met vereende krachten aan wat walgelijk is, en de samenleving kan weer verder. Helaas is Rusland niet zo’n land. Met behulp van een geoliede repressiemachine, kan een groep walgelijken het klaarspelen om een numeriek veel grotere groep walgenden te terroriseren en desnoods te verwerken tot kanonnenvoer. Mij lijkt het onethisch om van alle Russen te eisen dat zij zich daaraan blootstellen.

Ten tweede zou het “een moeilijk signaal” zijn ten opzichte van de Oekraïense vluchtelingen, aldus De Croo, om ook Russen te gaan opvangen. Nog los van de vraag of dit wel degelijk een onoverkomelijk samenlevingsprobleem moet opleveren (volgens mij niet): is het voor de Oekraïense zaak niet oneindig veel beter dat Russen en masse de inlijving in het Russische leger ontlopen in plaats van het te versterken? Iedere Russische man die zich aan de mobilisatie onttrekt, is een soldaat minder om de misdadige plannen van het Russische leger in Oekraïne uit te voeren. Niet alleen vanuit ethisch standpunt, maar ook vanuit pragmatisch standpunt, zouden we de Russische dienstweigeraars dus beter de hand reiken, door ze op te vangen zolang de mobilisatie verdergaat.

A propos, premier, nu we het toch over ethiek en pragmatiek hebben: hoe zit het met ons importverbod op de Russische diamant?

Enkel revolutie

De Russische dichter en activist Kirill Medvedev tijdens de openingsavond van Poetik Bazar (Brussel, 23 september 2022), waar hij oud en nieuw werk voordroeg.

Poëzie van de Kazachse dichteres Aigerim Tazhi in Nederlandse vertaling

Behalve ‘Mijn vagina’ bevat het nieuwste nummer van Tijdschrift voor Slavische Literatuur (Nr. 90, pp. 54-58) ook door mij vertaalde poëzie van de Kazachse dichteres Ajgerim Tazji (of Aigerim Tazhi, zoals ze zelf verkiest). Ze in 1981 geboren in de West-Kazachse stad Aqtöbe, maar woont vandaag in Almaty, de grootste stad van haar land. Ze is de auteur van de poëziebundel BOG-O-SLOV (2004) en van de tweetalige uitgave Paper-Thin Skin (Zephyr Press, USA, 2019). Haar dichtwerk verscheen onder meer in Russische literaire tijdschriften en anthologieën als Novy Mir, Znamja, Droezjba Narodov, Vozdoech en Novaja Joenost. In juni 2022 was ze te gast op het Poetry International Festival te Rotterdam, waar ze de onderstaande gedichten voordroeg.   

Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn dank uit te spreken aan Annemarije Baars, Femke Prins, Marina Snoek, Suzan van Wees en Melanie Zonderman, die als cursisten van de Opstapcursus literair vertalen Russisch-Nederlands, die ik in de lente van 2022 mocht geven aan de Vertalersvakschool, mijn ogen geopend hebben voor sommige nuances en betekenissen in de poëzie van Tazhi.

In het huis zit een venster

Op de vensterbank staat een kruik

In die kruik zit een twijgje

Een dommelige vrouw zit slofjes te breien

Binnen in haar gaat een vis ademloos tekeer

Ze voelt zich tevreden

Alsof ze haar buik toelacht

De kreten vanuit de kroeg

De kapotte lamp

De lichtdoos met z’n pikzwart nieuws     

Ze is verplicht een jongetje te verwachten

Een meisje is ook goed genoeg   

///

Wellicht lijkt god op een man die ligt te sterven

In zijn blik ligt dat wat niemand krijgt te zien

om zijn hoofd een krans van flauwe stralen

op zijn mond zout parelend zweet op zijn gelaat                              

ik aanschouw hem met een gek gevoel van schaamte

Water alsjeblieft denkt hij zonder woorden uit te brengen

Rechts moeder en voormoeder gezeten voorvader en vader links

aan het voeteind de dwergen de reuzen aan het hoofdeind

ze zijn gekomen en zijn muisstil

(ze denken terug aan de dag hij de schoot verliet)

Tegenover hen is hij een naakte boreling

voor wie niet alles mogelijk maar alles betamelijk is

Anderen huilen luidkeels vragen om vergiffenis

Maar in zijn oren is het zijn eigen stem die klinkt

Er is en komt geen toekomst meer

Er is en komt geen toekomst meer

En al vervaagd is het verleden

///

Mama’s Duitse chocoladetrommel verbergt een schat:

polsbandjes, melktandjes, en zelfs een plukje haar

van haar zoon, die zijn adres heeft in dezelfde stad

en haar lusteloos opbelt wanneer ze nog een keer verjaart.

Als hij komt, is het met goedkope bloemen dat meneer,

met dikke aders op zijn handen, haar graag verrast.

Zij vergast hem dan op thee: een half kopje, en niet meer,

om niet eindeloos te hoeven wachten tot hij is opgekrast.

///

Meer dan de ouderdom
doet het krieken van de dag
ons kraken.

Vogels, waarom zo vroeg ontwaken?
In vogelbekjes zitten tongklepels.
Een vogel is een kerkklok.

Door de stad sluipen
Duistere lieden in het wit
Hemellief, giet in hun oren
Het lied van tin.

Zodat de zee al is wat ze horen,
De oude zee, de nieuwe zee.
Dan schreeuwen wij het uit:
uit ons lijf de smart en wee.

///

Uit een bordje drinkt een viooltje de vroegere zee, door de aarde gezeefd.

De zon tast de kamer af, een dwarse straal verwarmt het water in een glas.     

In zijn handen een draad die op knappen staat. In de verte een snaar die trilt.

Draai je naar mij om, mens. Laat je zien. Je gezicht

Schemering. In de kille tuin trekt het doorzichtige licht zich terug.

Mierenpaadjes. Schaduwen op een kussen. Buiten vallen bladeren uit de lucht.  

 

///

    

Ik leg mijn oor bij een universum dat ik zelf verzin:
het vult zich met muziek van buitenaf
en in het land in binnenin mij
breken onvermijdelijk de dijken. Het zacht motief
vergroot mijn blijheid, lichtheid verheven
tot de tweede macht.
Maar iets laat mij me aan de slaap niet overgeven.
Op klaarlichte dag, in de pikdonkere nacht
hoor ik soms rare dingen. Wat is dat voor geluid?
Net gerammel van verdroogde pezen
in een instrument dat wordt beroerd. Hout
dat wordt verzaagd door de onzichtbare kever.

///

De roep weerklinkt en meteen
keert de enorme leeuwenkop.
De zon rijst bovenop de bult,
kijkt dwars door merg en been.

Op zoek naar het edele metaal
schift hij klompjes van het zand.
Wat in de schaal ligt is banaal.
Rivierstenen kletteren in het water.

De vlammenzee is uitgewoed,
de stammen afgekoeld. Giftig stof.
Maar het doodsbenauwde kindje leeft,
al lijkt het wel een lijkje.

///

Je verscheen en het leek alsof de vloer bewoog

Erover schreed een deken voort met blote benen  

Waarin een wezentje een nestje had gemaakt  

Hey, uitgeslapen? Je ontbijt staat klaar

Twee paardenogen scheef kijkend naar de vork

Het geel onherroepelijk gestold. Het zij zo.    

Kijk eens hoe bedrieglijk de dingen lopen

De thee die af was gekoeld verkild herrees

Op één tel na uitgedoofd

Ging de glazen bol voorzienig aan het gloeien

In zuivere tinten viel het licht uiteen

Een uit de pot gewassen ui

Met lege rokken. Erbovenop een bosje.  

Je loste erin op, en ook ik loste op.

… Het snuffelde ging zitten op mijn schoot

In mijn hals zijn warme knuffelsnoet

///

Bij de rand van een dorp vijzelde een vrouw het graan
Om zich te ontdoen van de kafjes die in haar ogen vlogen
floot ze gezwind de steppewind ter hulp.
Iedereen begon op haar te schelden: ‘een orkaan
lokt ze uit’, ‘het mens speelt met stormen’

De wind blies op de korrels gierst.
In het holst van de kom ontstond een donkere wolk
die boven het huis uitklom
en mens en dier opslokte.

Machtige steenarenden stoven uiteen,
vossen zetten het op een janken.
Als een stoomtrein pufte het vuurtje in de samovar.

Een blinde pellenzwerm. Afgemat ging de stamper
tekeer in het vat. Het koren hoopte op.
Toen rechtte ze haar kromgebogen rug:
‘Warempel, zo is ‘t genoeg!’
Terstond zeeg de wind neer bij de drempel
gelijk een uitgeraasde jagershond.

///

Het leek alsof je erboven stond.
Alsof je eeuwig door kon groeien,
de wereld voor altijd bestond.
Jij reikte naar de zon,
merkte geen grijze haren bij je ouders,
geen onscherp geworden trekken,
geen verschrompelende schouders.

Nog altijd even kwiek
Hielden ze zich recht in je aanwezigheid
Huppelend van hot naar her,
Zich haastend naar een danspartij.
Ze dachten dat je niet begrijpen kon
dat ze niet daarheen gingen maar andersom,
de blik niet naar boven maar naar beneden,
afgegleden naar de ouderdom.

Ook jij verborg voor hen de kentering.
Je treuzelde bij het portaal,
toen je in jezelf het kind opriep,
zodat alles vlekkeloos verliep.
Wat ben je groot geworden!
(Het is op jou dat we hopen)
Weldra veertig.
(Willen we nu niet horen)
Wat komt ligt voor je open.

///

‘Als het lichaam sterft, doen vis en valk zich tegoed,’
ontsnapte Lobsang tijdens het gezamenlijke maal,
op zijn bord een restje rijst bespelend tot een rij
‘En, afgekloven karper, wiens ziel omhulde jij?’

Zaai rijst op die velden waar mensen zijn geveld,
Als de rijstplanten rijpen, loop dan over de gronden.
Wie blootvoets is en dartel, ga staan in de rij
voor de bonte carrousel – of wordt verslonden.

///

hoofden die anderen toebehoren
op mijn hals-staak passend
terwijl ik voor de spiegel sta
breng ik een imitatie van mezelf
de solo van de naam smaakt ouder dan de zoute zee
waarin wij in allerijl gingen met elkaar
om sneller naderbij te komen
kijk
achter de haard die is getekend ligt een hart
geketend met een slot
maar geen sleutel die klingelt, wel een brokje koper
door de vuist omklemd als een gesmoorde bel

///

als je geheugen en je handen niet meer deugen
als er in je buik een beest is opgestaan
het lampje in je hoofd uit begint te gaan
dan steekt in het vacuüm
de stem de kop op van iemand
die uit jou groeien kon
maar je hebt pech gehad
hij stelt de vraag
welke dag we zijn vandaag

///

De reiziger met zijn kamelentred
komt stof opwaaiend dichterbij.
Ogen in twee andere kleuren,
uit hout gehouwen handen.
Aan zijn boezem een dode adder,
een giftig touwtje dat daar hangt.
Op de weg bezweek een ros.
Een karkas zo broos als glas,
met zandgolven bespannen.
Hoe heet je? Zeg ten minste iets.
Een gekreukt gelaat. Lager licht,
zijn huid verdunt tot een vloeitje.
Hem verschijnen letters op het gezicht.

///

… ergens waren de dagen wonderbaarlijk
de waterjufferszomer die traag wegebt
doet waterlelies bloeien in het droge slijk
onnodig is het daarheen dat ik me rep

achter een boog van vervlochten bomen
schuilt een huis dat kil en kwijnend is
toch is de vertrouwde kleur behouden
bewoog daar het gordijn? ik heb het mis.

kwistig strooit de zon met zijn blikken
die de tinten gebrokenheid belichten
zijn stralen doorbladeren ruwe schetsen
van houtskool en krijt op de lege tafel

het kruikje met de geknipte snavel
de bloemhartjes gespeld op stengels
diezelfde knuffel die op de piano ligt
ofwel is het wat anders daar in het stof
vanaf deze zijde heb ik geen goed zicht

///

Een ruige cactus op de vensterbank
Aast op het gordijn. Pijnlijke prikken
Midden in de hand. Langs de kamerflank.
Manestralen vermijden aan te tikken,
In geen geval trappen op een huisgeest,
Of op wat anders dat nog overleeft.

In de nieuwgeboren zwarte nacht
Belaagd door demonen en schimmen,
Op de zetel zittend als versmacht,
Alsof de tijd niets meer kan beginnen,
Alsof onze finale op is geschort,
De wereld is prachtig maar te kort.

 

Galina Rymboe’s gedicht ‘Mijn Vagina’

Het nieuwste nummer van Tijdschrift voor Slavische Literatuur (Nr. 90, pp. 23-27) bevat het gedicht ‘Mijn vagina’ van de hedendaagse Russischtalige dichteres Galina Rymboe, die in Rusland opgroeide, maar enkele jaren geleden emigreerde naar Oekraïne, waar ze zich thuis voelt. In het Nederlands verscheen in 2019 de door mij vertaalde dichtbundel tijd van de aarde (Perdu). In hetzelfde jaar gaf zij optredens in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten Bozar en op het Rotterdam International Poetry Festival.

In het kader van het Literair vertaalatelier Russisch-Nederlands, een vak van de Master in het literair vertalen (KU Leuven, Campus Antwerpen), vertaalde ik ‘Mijn vagina’ met student Philippe Vanhoof (hoewel geen van ons beiden er één heeft). Op het moment dat we het met toestemming van Galina aanboden aan Tijdschrift voor Slavische Literatuur, was zij met haar zoontje en man in Lviv aan het schuilen voor de Russische bommen. Dat maakt het gedicht, dat de strijd aanbindt met het Russische militarisme, alleen maar relevanter.

Galina heeft ‘Mijn vagina’ geschreven bij wijze van steunbetuiging aan de feministische activiste Joelija Tsvetkova, die in Rusland vervolgd is voor pornografie en homopropaganda, vanwege kunstwerken die het vrouwelijke geslachtsorgaan uitbeelden. 

Op de tonen van de band Semantische Hallucinaties 

kwam op 17 maart 2013 uit mijn vagina mijn zoon tevoorschijn,

en daarna de placenta, die de vroedvrouw als een slager vasthield:

hem wegend in haar handpalm. De dokter legde mijn zoon op mijn borsten

(ik wist toen nog niet hoe hij zou heten)

en sprak: uw zoon. En meteen piste die zoon van mij op mijn borsten en buik,

en de hele wereld werd mijn vagina, mijn zoon, zijn hete stroom,

zijn natte, warme hoofd, mijn geledigde

buik.

Daarna naaiden ze mijn vagina dicht,

ze veranderde van vorm. Ze werd strak en smal,

een vaginacachot, een vaginawonde. Ik droeg toen

witte steunkousen, besmeurd met bloed,

en een goedkope rode wikkeljurk, gekocht in een Chinees kioskje,

met daarop twee vrouwen, die boomkruinen vasthielden,

en wilde beesten, die de vrouwen vasthielden.

Zonder onderbroek, zonder steun, en met verwarde haren

liep ik na de operatie de zonovergoten gang van de kraamkliniek door,

op weg naar mijn zoon. Ik pakte hem op en dacht:

zijn vingers zijn net kleine snoepwormpjes.

Voortaan is mijn vagina een holletje

voor jouw bruine beestje met zijn dikke rode eikelkop.

Hij glipt er af en toe naar binnen om op krachten te komen. Het is een gaatje

voor je tedere tong, voor je ranke kloeke vingers, net

schrijfgerei uit een vervlogen tijd.

Op dit eigenste moment trekt mijn vagina samen,

ernaast, ietsje erboven, zwelt mijn clitoris op,

ze lijkt wel een kraaltje en is gehuld in een delicaat

vouwkapje, dat soms kan worden afgenomen,

als het zachte strelingen miezert.

Je mag… Voorzichtig…

Toen ik dertien was, heb ik eens geprobeerd er een zelfgekweekte

komkommer in te steken: ik wilde weten wat seks was.

Wist ik veel dat seks niet hetzelfde is als

penetratie. Ik keek vaak naar mijn clitoris met een piepklein

gebroken spiegeltje, dat mijn papa gebruikte bij het scheren.

Ik was een dorre boom die dag na dag

steeds heviger begon te branden.

Mijn leefwereld bestond uit schoolboeken,

waarin alles enkel en alleen door mannenogen werd bekeken,

en uit burenruzies en krotten, propvol zweterige

gasten met zwarte jassen en versleten laarzen. Ik vond het heerlijk

op een tennisveldje te zitten, of een strakke jeans te dragen,

lekker spannend rond mijn clitoris

en buitenste schaamlippen.

Toen wist ik nog niet dat mijn vagina iedereen aanging:

de overheid, mijn ouders, gynaecologen, onbekende mannen,

popen, met militaire epauletten onder hun pijen,

en erbovenop vrouwenbloed,

werkgevers, antiradicaliseringsambtenaren, militairen, neonazi’s, migratiediensten,

banken, conservatieve bewakers van de goede zeden,

en cultuurdragers die een glaasje cognac heffen

op god, gezin en vaderland.

Iedere maand bloedt mijn vagina,

dan gaat mijn lief naar de winkel om maandverband

(ik heb het graag dun en met een vleugje kamille).

Soms komt het bloed eruit in klontertjes,

net ronde helmpjes van piepkleine kosmonautjes.

Mijn menstruatiekosmos in miniatuur: mijn baarmoederplaneet,

eierstokkometen, de melkweg van mijn gezwollen vulva.

Soms vloeit het bloed zoals wodka

uit een souvenirfles met een speciale, smalle hals.

Soms is er geen.

Ik heb graag seks tijdens mijn maandstonden,

dan wordt mijn hele lichaam hypersensitief.

Ik vind het heerlijk als je penis onder mijn bloed zit,

of om me voor te stellen dat ook jij je maandstonden hebt,

dat jouw zoute warme bloed

uit dat kleine eikelgaatje druipt.

Ik vind het heerlijk als je handen kleven van mijn bloed,

als het opdroogt op je nagels en in de scheurtjes rondom,

ik vind heerlijk te voelen hoe in mijn buik mijn baarmoeder pulseert,

als een tweede hart, hoe mijn borsten opzwellen en heet worden,

alsof zo meteen de melk gaat stromen.

Je krijgt ze te drinken, mijn lief, ze zal vloeien over je gezicht,

over je zachte roze tepels (net die van een klein meisje),

je borsthaartjes gaan erin drenken,

je hals en je buikje – waarin je in mijn dromen

op een dag onze dochter dragen zal.

Ik vind het heerlijk als je over mijn vagina praat,

als we er samen een gesprek over voeren

terwijl je bovenop me zit

in mijn t-shirt en met de groene oorbellen aan

die je van mij gekregen hebt.

Ik vind het heerlijk als je zachtjes tegen mijn schaamlippen tikt.

Het is maar goed dat je die dingen doet buiten Rusland,

waar Joelija Tsvetkova gevangenis riskeert om haar tedere vaginatekeningen,

waar mijn vriendinnen bang zijn om elkaar op straat te kussen,

waar Katja en ik na school urenlang bij haar thuis op het tapijt lagen,

elkaar betastten, en transformeerden in een

zoute zee, en er dan

niet over durfden te praten.

Onze vagina’s en vulva’s worden ook wel poesjes genoemd,

maar ik heb niet echt een poesje,

maar wel een klein, donzig, rusteloos

decoratief huismuisje.

Zal ze sterven voor haar tijd?

Zal ze sterven in de kooi?

Op een keer betastte ik mijn muisje tijdens een les aan de unief,

ik betastte haar in een lege bus, terwijl die gleed door de nachtelijke stad,

tussen fabrieken en flats, begraafplaatsen en winkelcentra.

Ik betastte haar achter garages, op een herfstochtend,

gezeten op een roestige pijp,

ik betastte haar in de ambulance die me wegvoerde,

naar een operatie, en ik betastte haar na die operatie,

toen er in mijn ureter een sonde zat,

toen mijn ureter bloedde,

ik betastte haar, toen mijn buik gigantisch was,

op die muffe kraamafdeling,

toen ik in de kliniek in een potje piste,

toen ik ’s nachts al huilend piste in de oude datsjatuin,

vol sprinkhanen en nachtvlinders,

toen ik op de kade van de rivier Irtysj in mijn broek piste,

voor de lol, toen ik in de sneeuw piste,

bij de fabriekshal,

toen ik in het studentenhuis in het potje van mijn zoon piste,

toen ik na een biertje in het cultuurpark piste, terwijl ietsje verderop

flikken rondliepen,

ik betastte haar ’s zomers in een bos, terwijl insecten me belaagden,

en bomen me omhelsden.

Ik betastte haar, nadat ik per ongeluk met een scheermesje

in mijn schaamlippen en clitoris gesneden had,

na een ruzie met een vriend en na

een forensisch onderzoek,

na een trip naar het oncologisch centrum en na

een arrestatie, in een huurappartement,

en na de onlusten op het Bolotnaja-plein

en op het Marsveld.

ik betastte haar, terwijl ik Nicolaas van Casu las,

terwijl ik Gastev las,

Castoriadis,

Ernst Bloch,

L’éthique van Alain Badiou,

Ise monogatari,

een handboek fysica,

een bloemlezing Duitse poëzie,

Majakovski,

Jakobson:

(ik heb ze gepakt!).

Ik betastte mijn muisje, toen ik huilde en weg van je wilde gaan,

ik betastte haar, toen ik huilde en een kind van je wilde,

ik betastte haar, zittend op jouw gezicht,

ik betastte haar, mijn gezicht begravend in je donkere perineum,

en ook toen ik je gewoon in de ogen keek.

Toch ken ik haar nog steeds niet,

ik kan haar maar niet doorgronden,

mijn muisje,

ik ben bang en verlegen.

*

Maar ik vat haar graag in politieke termen op,

dat vind ik geil, dat trekt mij

van de platgetreden paadjes,

bij gebrek aan nieuwe activistische methoden

geeft mij dat hoop.

Vaginaal revolutioneren.

Vrijheid opeisen.

Ik denk dat mijn vagina

de overheid misschien wel echt eens een keertje kapot gaat maken,

die zelfverklaarde president gaat verdrijven,

de regering af gaat zetten,

het leger naar huis gaat sturen,

net als de geheime dienst, dat instrument van de verderfelijke macht,

dat ze de belastingen voor de armen af gaat schaffen,

dat ze af gaat rekenen met de politie,

met conservatisme en revanchisme,

dat ze corrupte rechtbanken gaat ontbinden en politieke gevangenen bevrijden,

dat ze het rotte Russische nationalisme gaat versmoren,

dat ze stokken in de wielen gaat steken van wie mensen vernedert en strafzaken fabriceert,

dat ze de oligarchie en het patriarchaat totaal gaat verneuken,

dat ze de troepen in het buitenland,

die alsmaar dieper oprukken,

op gaat slokken:

militarisme in mijn hol!

Mijn vagina is de liefde, de geschiedenis en de politiek.

Mijn politiek is het lichaam, de sleur, de zwaarmoedigheid.

Mijn hele wereld is de vagina. En die wereld draag ik,

al ben ik voor sommigen een te duchten vagina, een vechtlustige vagina. Dit was mijn monoloog.

RECORDED VIDEO OF THE CETRA ROUNDTABLE ‘TRANSLATING THE HOLOCAUST’ (14/9/2022, LEUVEN)

Yesterday evening, I had the pleasure of moderating a roundtable on ‘Translating the Holocaust’.

This was the fall event of CETRA, the KU Leuven Centre for Translation Studies – to which, after four years, as I’m saying goodbye as a director (but I stay on board). The roundtable was integrated in the 3-day seminar ‘Voicing the Silence: New Approaches in Russian and Ukrainian Literature on the Holocaust in the 21st Century’ (13-15/9/2022), an initiative of the CoHLIT-21 consortium and KU Leuven’s Department of Literary Studies, that looks into the afterlife of the Holocaust in contemporary Russian- and Ukrainian-language literature. The colleagues who organised this event were Marina Balina (Illinois Wesleyan University), Roman Katsman (Bar-Ilan University) and, last but not least, Kris Van Heuckelom (KU Leuven).

The invited experts of the roundtable included Yuliya Ilchuk (Stanford University), Anja Tippner (University of Hamburg), Olga Bukhina (New York) and Mateusz Świetlicki (University of Wrocław).

We talked about the translation of historical events into the Holocaust master narrative, the different approaches towards this narrative in Russia, Ukraine and Poland in the post-Soviet time, the circulation of children’s Holocaust literature (e.g. The Diary of Anne Frank) across national, linguistic and cultural borders. To conclude, the question was asked whether Russian literature is to be blamed for the ongoing Russian-Ukrainian war, which has important implications for the Holocaust remembrance. In the midst of war, can (translated) literature make a difference?

Terzake (VRT) sprak met de dichter Kirill Medvedev over anti-Kremlinactivisme tijdens de oorlog

Het Vlaamse duidingsprogramma Terzake (VRT) sprak met de in Brussel gestrande Russische dichter en activist Kirill Medvedev (Alles is slecht, Biopolitiek), die gelooft dat de etnische minderheden die als kanonnenvoer moeten dienen (Dagestanen, Boerjaten) er wel eens genoeg van zouden kunnen krijgen.

Je kan de (enigzins, amper) hoopgevende reportage van slavist Marijn Trio (her)bekijken op de website vrt.be.

‘Stop de oorlog van het Kremlin tegen de Oekraïeners en de Russen’

Bespreking van ‘Russische literatuurgeschiedenis, deel 2’ van Willem Weststeijn

Zelfs wie een bovenmatige belangstelling koestert voor de geschiedenis van de Russische literatuur, komt in het Nederlandse taalgebied probleemloos aan zijn trekken. Onze boekenplanken kromden al onder het gewicht van de pittige Geschiedenis van de Russische literatuur van Vladimir de Heilige tot Anton Tsjechov van Karel van het Reve, de meer encyclopedisch aandoende Geschiedenis van de literatuur in Rusland 1700-2000 van Emmanuel Waegemans en de rijkelijk geïllustreerde Moderne Russische literatuur van Poesjkin tot heden van Arthur Langeveld en Willem G. Weststeijn. De laatstgenoemde vult dat rijtje nog verder aan met Russische literatuurgeschiedenis, waarvan in 2020 het tweede deel is verschenen.

Het is te zeggen: in de inleiding waarschuwt de auteur dat Russische literatuurgeschiedenis 2 tezamen met het voorgaande deel ‘min of meer’ een geschiedenis van de Russische literatuur vormt. In feite gaat het om een bloemlezing van een vijftigtal essays over een grote verscheidenheid van Russische schrijvers en werken, die Weststeijn bijeen heeft geschreven in de loop van de voorbije decennia (een precieze datering ontbreekt). Naast recensies die eerder verschenen in dit blad en voorwoorden uit de reeks ‘Slavische cahiers’, werden ook een paar bewerkte, in oorsprong Engelstalige academische artikelen opgenomen.

Met andere woorden wordt de lading door de vlag slechts min of meer gedekt – wat mogelijk te wijten is aan marketingoverwegingen. Van een literatuurgeschiedenis verwacht de lezer een min of meer coherent en uitgebalanceerd verhaal over chronologisch gerangschikte literaire feiten en thema’s. Die chronologische rangschikking is er wel, maar precies omdat de opgenomen stukken oorspronkelijk bedoeld waren om afzonderlijk te worden gelezen, is van coherentie niet zoveel sprake. In de plaats daarvan galmen af en toe echo’s. Zo komen we herhaaldelijk te weten wat skaz inhoudt, dat Solzjenitsyn uit de Sovjetunie werd gebonjourd en dat Daniël en Sinjavski zijn veroordeeld tot lange kampstraffen.  

Russische literatuurgeschiedenis 2, dat je best essay per essay leest, is dus geen klassieke literatuurgeschiedenis. Alles welbeschouwd hoeven we daar niet rouwig om te zijn: de bundel is zoveel meer dan een verzameling obligate levensbeschrijvingen en hoofdwerken in kort bestek van hele en halve coryfeeën.

Het is bevrijdend dat de blik van Weststeijn voorbij de canon reikt: we maken diepgaand kennis met een klein legertje verdienstelijke Russische schrijvers die, omdat ze overschaduwd worden door nog grotere talenten, doorgaans stiefmoederlijk behandeld worden. Aan bod komen onder meer Sollogoeb (niet te verwarren met Sologoeb), Melnikov-Petsjerski, Leontjev, Pomjakovski, Stepnjak-Kravtsjinski, V. Roptsjin, Zjitkov, Olejnikov, Zaltsman, Argoetinski-Dolgoroeki en Monastyrski.

Toch gaat de aandacht nog net iets meer uit naar usual suspects (Fonvizin, Karamzin, Gogol, Toergenjev, Dostojevski, Ostrovski, Saltykov-Sjtsjedrin, Tolstoj, Leskov, Hippius, Bjely, Chlebnikov, Majakovski, Paustovski, Grossman, Nabokov, Vojnovitsj, Solzjenitsyn, Brodsky, Limonov en Akoenin), waarbij ditmaal ook de emigrés Nabokov en Brodsky aan bod komen. Over die plejade leert Weststeijn, met zijn gevarieerde insteek, ons van alles en nog wat. Met vaardige hand dompelt hij ons onder in het door getallen en kleuren bevolkte universum van Chlebnikov. In het stuk ‘Dostojevski en de Russische rechtspraak’ fileert hij haarfijn de angst van Dostojevski voor een op westerse leest geschoeide rechtspraak, wat ons wapent om De broers Karamazov te (her)lezen. Bijzonder boeiend is bijvoorbeeld ook het stuk over wat er nu eigenlijk scheelt met Anna Karenina, met deze prachtzinnen: ‘Ze gooit zich voor de trein zonder het besluit genomen te hebben. Het besluit heeft eerder háár genomen, volkomen onverwacht.’  

Over vrouwen gesproken, er zijn er maar een handvol aan wie Weststeijn noemenswaardige aandacht besteedt: Zinaïda Hippius, Inna Lisnjanskaja, Jelena Schwarz – die de auteur aan de top van de Russische poëziepiramide plaatst – en Vera Pavlova. Het stuk over de laatstgenoemde heeft trouwens een rare titel gekregen: ‘3x echtgenote, 2x moeder, dichteres’. Hoe moeten we, mutatis mutandis, dan over Poesjkin gaan spreken? Ook Catherina de Grote en Lili Brik komen aan bod, maar toch eerder in hun hoedanigheid van staatsvrouw respectievelijk muze dan als literatoren. Wat de genderbalans betreft, is deze Russische literatuurgeschiedenis dus toch canonbevestigend – al is het makkelijker gezegd dan gedaan om daar een mouw aan te passen.

Enigszins bevreemdend vind ik de zweem van essentialisme die aan het mensbeeld van Weststeijn kleeft: ‘De Russen geloven oprecht dat hun ziel iets bijzonders is’; ‘Russen zijn emotioneel verbonden met hun land, of beweren in elk geval dat dat zo is’; wanneer Siewertsz van Reesema als filosoof het zweverige Russische kosmisme omarmt, dan staat dat in contrast met het gegeven dat hij etnisch gesproken ‘half een nuchtere (?) Hollander’ is.

Literatuurhistorici creëren graag een (valse) schijn van objectiviteit. Dat geldt niet voor de auteur van dit boekdeel, die zich niet te beroerd voelt om lees- en zelfs vertaaltips uit te delen, en in zeldzame gevallen ook lectuur te ontraden, zij het in subtiele bewoordingen. Zo is Jevgeni Vodomazkins ‘plotloze’ bestseller Het groen van de laurier ‘interessant om te lezen, maar niet meer dan dat’ – wel een beetje sneu dat deze anticlimax het boek afsluit.  

De rode draad die doorheen Russische literatuurgeschiedenis 2 loopt, is de sympathie die de auteur koestert voor de schrijvers die het regime trotseren. Die gaat hand in hand met verontwaardiging over het lot dat hun te beurt valt. Een zeldzame keer vergaloppeert hij zich: doelend op onder anderen Daniil Charms noemt Weststeijn het onbegrijpelijk dat het Sovjetregime zijn beste dichters en schrijvers ‘zomaar heeft vermoord’. Uiteraard is de verantwoordelijkheid van de Sovjets voor de neergang van Charms verpletterend, maar historische documenten geven aan dat hij in de krankzinnigenafdeling van Kresty-gevangenis tijdens het Beleg van Leningrad van de honger is gestorven. Zijn het dan niet de nazi’s, die de moorddadige hongerblokkade hebben georganiseerd, die Charms hebben vermoord?  

Paradoxaal is dat de auteur een rechtstreeks oorzakelijk verband legt tussen de Sovjetrepressie en de bloei van de Russische literatuur: Weststeijn verblijdt zich erover dat Brodsky als leegloper de Sovjetunie is buitengezet, omdat zo een heleboel briljante gedichten zijn ontstaan; ook vraagt hij zich provocerend af of nu de Russische literatuur wat minder geworden is, de censuur niet beter heringevoerd zou worden. Als stof tot nadenken kan dat tellen.    

Voor de auteur is de Russische literatuur een grote speeltuin. Dat hij daar helemaal thuis is, blijkt uit de souplesse waarmee hij verschillende literaire feiten aan elkaar rijgt. Zo opent zijn stuk over de humor van Voinovitsj met een onderhoudende bespiegeling over de voorliefde van de Russen voor satire die ons langs Catherina de Grote, Gogol, Saltykov-Sjtsjedrin, Proetkov, Majakovski, Zosjtsjenko, Ilf & Petrov, Zamjatin, Sinjavski en Zinovjev voert.   

In zijn inleiding noemt Weststeijn het ‘een voorrecht en een groot geluk’ dat hij zich zijn leven lang heeft kunnen bezighouden met Russische boeken. Als geheel beschouwd is deze bundel een aanstekelijke liefdesbekentenis aan het adres van de Russische literatuur, die niet ophoudt te beklijven. Voor de lezer is het een voorrecht en een groot geluk dat deze liefde van de pagina’s afspat – tussen de regels ontwaren we twee fonkelende, gebrilde pretoogjes.   

Weststeijn, Willem. Russische literatuurgeschiedenis, deel 2. Atlas Contact, 2020, 340 p. ISBN 9789045043180

[Recensie verschenen in het laatste nummer van Tijdschrift voor Slavische Literatuur]

Leve Oekraïne! Weg met Rusland? Morele verantwoordelijkheid, sancties en cultuur

Samen met mijn goede vriend, medeslavist en professor moraalfilosofie Benjamin De Mesel (KU Leuven) schreef ik een essay over de morele verantwoordelijkheid van de modale Rus ten aanzien van de oorlog in Oekraïne.

In De Morgen verscheen eerder een sterk ingekorte versie, als opiniestuk achter een paywall. Maar in het cultuurmagazine rekto:verso, en hieronder, kan je vanaf vandaag de uitgebreide en geüpdatete versie lezen.

In dit stuk hebben we aandacht voor de rol van Russische kunstenaars en auteurs die hun verantwoordelijkheid opnemen, alsook voor de zin en onzin van Westerse sancties tegenover de Russische culturele sector.

Pieter Boulogne

‘70% van de Russen’

Elke dag bereiken ons nieuwe gruwelberichten uit Oekraïne. De morele verantwoordelijkheid van het Russische regime is verpletterend, maar wat met Ivan met de berenmuts? Het antwoord op die vraag heeft gevolgen voor welke sancties gepast zijn en voor de manier waarop gewone Russen in de toekomst met de oorlog zullen moeten omgaan.     

In discussies op sociale media wordt soms verwezen naar statistisch onderzoek, zoals dat van Russian Field, dat stelt dat 60% of zelfs 70% van de Russische respondenten ‘de handelingen van het Russische leger’ in Oekraïne steunt. Kunnen we dan niet gewoon concluderen dat de modale Rus moreel verantwoordelijk is, en hem met een gerust gemoed bestoken met allerhande sancties? Wij denken dat dit te kort door de bocht is, al was het maar omdat de statistieken niet representatief zijn. Russen voelen zich immers niet vrij om hun mening over de oorlog in Oekraïne te geven. De lage responsgraad spreekt hierover boekdelen: slechts 5% van de 31.313 Russen die tussen 13 en 16 maart telefonisch uitgenodigd werden om deel te nemen aan het onderzoek was bereid om zich uit te spreken. Laat ons, om ernstiger te  peilen naar de morele verantwoordelijkheid van de Russen voor de oorlog in Oekraïne, eerst een onderscheid maken tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid.  

Individuele verantwoordelijkheid

Voor individuele verantwoordelijkheid moeten minstens twee voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste is er een kennisvoorwaarde: je moet weten wat je doet, of je had het moeten weten. Geldt dat voor de modale Rus?

Sinds de Maidanopstand van 2014 draait de Russische propaganda over Oekraïne op volle toeren. Volgens het officiële Russische narratief, dat de Russen wordt ingelepeld via televisie, kranten en sociale media, is de legitiem verkozen pro-Russische president Janoekovitsj afgezet op onconstitutionele wijze, met een door het Westen gesteunde staatsgreep. Sindsdien zou Oekraïne in handen zijn van  een ultranationalistisch, drugsverslaafd regime, dat de jacht geopend heeft op de miljoenen Oekraïners met Russisch als moedertaal en uit is op een militaire confrontatie met Rusland.

Tijdens de oorlog geldt in Rusland de facto een staat van beleg, waarin de laatste restanten van de vrijheid van meningsuiting aan banden zijn gelegd. De oorlog mag geen ‘oorlog’ genoemd worden. De beelden over de verwoestingen van de Russische troepen in Oekraïne bereiken de modale Rus niet, of ze worden afgedaan als fake news. In de plaats daarvan krijgen Russische televisiekijkers verhalen over de gruweldaden van de Oekraïense strijdkrachten. Veel Russen weten echt niet wat er gaande is. Een deel van de respondenten die in sociologisch onderzoek hun steun lijken uit te spreken voor de oorlog in Oekraïne, steunt een militaire vredesoperatie die in werkelijkheid niet bestaat. 

Niet voor alle individuele Russische burgers geldt echter dat ze zich achter hun onwetendheid mogen verschuilen. Sommigen hadden beter kunnen en moeten weten. De plicht je te informeren rust in het bijzonder op burgers die de sociale positie en de cognitieve mogelijkheden hebben om dat te doen. In principe waren er tot op het moment van de invasie in het Russische medialandschap meer dan genoeg dissidente geluiden te horen: pakweg via de radiozender Echo Moskvy, de krant Novaja Gazeta en het online-televisieplatform TV Rain kon in theorie iedere Rus die dat wenste op eenvoudige wijze betrouwbare informatie vinden over de situatie in Oekraïne. Deze bronnen werden de afgelopen jaren echter gediscrediteerd en gecriminaliseerd door de Russische overheid. Kort na de uitbraak van de oorlog werden Echo Moskvy, TV Rain en uiteindelijk ook Novaja Gazeta helemaal monddood gemaakt. De oorlogscensuur wordt bewaakt aan de hand van een nieuw aangenomen wet die tot 15 jaar gevangenisstraf voorziet voor wie zogenaamd valse informatie over de Russische troepen verspreidt. Daarnaast worden er hetzes georganiseerd tegen zogenaamde ‘landverraders’. Niet iedereen doorziet dit cynische spel of kan zelf op zoek gaan naar betrouwbare informatie. Maar wat met bijvoorbeeld professoren en bedrijfsleiders met buitenlandse contacten? In hun geval zal ‘Wir haben es nicht gewußt’ weinig geloofwaardig klinken.

Dat brengt ons bij de tweede voorwaarde voor individuele morele verantwoordelijkheid: controle. Je kan niet moreel verantwoordelijk zijn voor zaken waar je geen enkele controle over hebt. Dat lijkt de meeste gewone Russen vrij te pleiten, want als individu kunnen zij de loop van de oorlog op geen enkele manier beïnvloeden. Ook niet wanneer hij of zij de straat opgaat met een plakkaat, want binnen de kortste keren wordt wie dat doet hardhandig gearresteerd. Volgens cijfers van het onafhankelijke mensenrechtenplatform OVD-info waren op 10 april al ruim 15.000 Russische anti-oorlogsactivisten opgepakt, terwijl de brutaliteit van de oorlog alleen maar toeneemt.

Toch zijn er ook heel wat Russen die wel (enige) controle kunnen uitoefenen op het verloop van de oorlog in Oekraïne. Met name militairen hebben invloed op de handelingen van het Russische leger. Dat zij niet zelf gekozen hebben voor deze oorlog en krijgsraad riskeren in geval van insubordinatie zijn verzachtende omstandigheden. Desalniettemin hebben vele tientallen beroepssoldaten geweigerd om in Oekraïne te gaan vechten, aldus Current Time TV.   

Daarnaast kan je ook spreken van individuele verantwoordelijkheid voor wie bijdraagt aan de oorlog van Rusland in Oekraïne door mee te draaien in de oorlogspropagandamachine. Marina Ovsjannikova, die jarenlang getrouwe medewerkster was van de propagandazender Pervyj Kanal, lijkt haar individuele verantwoordelijkheid goed aangevoeld te hebben. Op 14 maart 2022 verstoorde ze een live nieuwsuitzending met een plakkaat waarop te lezen stond: ‘NO WAR, STOP DE OORLOG, GELOOF DE PROPAGANDA NIET, U WORDT BELOGEN, RUSSIANS AGAINST WAR’.  

De protestactie van de individueel verantwoordelijke Marina Ovsjannikova op 14 maart 2022

Voor het gros van de Russen geldt echter dat zij niet de nodige kennis en controle hebben om individueel verantwoordelijk te kunnen worden gesteld. Zijn de sancties die het gros van de individuele Russen treffen dan wel gerechtvaardigd? Daarvoor hebben we collectieve verantwoordelijkheid nodig.

Collectieve verantwoordelijkheid

Collectieve verantwoordelijkheid is verantwoordelijkheid als groep of als lid van een groep. Soms kan je als lid van een groep verantwoordelijk zijn zonder dat je individueel verantwoordelijk bent. We nemen een voorbeeld van de Amerikaanse filosofe Virginia Held. Iemand wordt door een grote groep mensen in elkaar geslagen terwijl een nog grotere groep omstaanders toekijkt. Niemand uit de groep is individueel in staat om iets aan de situatie te veranderen, omdat het aantal aanvallers daarvoor veel te groot is. Individueel zijn de omstaanders niet verantwoordelijk wegens een gebrek aan controle, maar de groep had die controle wel en is dus collectief verantwoordelijk.

            De voorwaarden voor collectieve verantwoordelijkheid zijn dezelfde als die voor individuele verantwoordelijkheid, maar dan op groepsniveau. De gewone Russen zijn collectief verantwoordelijk voor de oorlog in Oekraïne als ze, als groep, de nodige kennis en controle hebben. Wat kennis betreft, kan ook hier aangehaald worden dat veel Russen niet weten wat er gaande is. Maar de intelligentsia weet het wel, of kan het te weten komen. Een groep kan de krachten bundelen, informatie uitwisselen. Dat op groepsniveau het gebrek aan kennis niet het probleem is, blijkt uit tientallen open brieven en publiekelijke statements van bekende en minder bekende Russen. Bijvoorbeeld de bekende Russische rockmuzikant Boris Grebensjtjsikov wond er op 28 februari 2022, in een videoboodschap die via Facebook verspreid werd, geen doekjes om: ‘De oorlog tussen Rusland en Oekraïne is waanzin. En de mensen die deze ontketenden zijn een schande voor Rusland’.

            Controle is moeilijker. De Russen hebben niet democratisch beslist om een oorlog te beginnen: op geen enkel moment heeft de Russische president aan zijn bevolking om een oorlogsmandaat gevraagd. Op het moment dat Poetin bezig was met zijn troepenopbouw aan de buitengrenzen van Oekraïne, beweerde hij ook tegenover zijn eigen onderdanen dat hij geen invasie plande. Volgens de onafhankelijke Russische organisatie Levada Center geloofde aan de vooravond van de invasie slechts een minderheid van de Russen dat de spanningen tussen Oekraïne en Rusland zouden uitmonden in een oorlog.   

Belangrijker nog is dat de Russen als groep sinds de uitbraak van de oorlog geen directe controle hebben over haar verloop. Zelfs als een meerderheid van de Russen de oorlog zou willen stoppen en bereid zou zijn om hiervoor de straat op te gaan, dan nog is de kans groot dat hen dit niet zou lukken. Poetins Rusland is een goed geoliede persoonlijke dictatuur, die sinds de Moskouse protesten van 2012 voorzien is op pogingen van het volk om een eigen beleid te kiezen. De oproerpolitie, het leger, de politie en de geheime dienst staan klaar om massabetogingen in de kiem te smoren, koste wat het kost. Wie toch deelneemt, riskeert jarenlange opsluiting in een Russische strafkolonie. Zouden wij, Belgen of Nederlanders, collectief protesteren als onze baan, onze vrijheid en de veiligheid van onze naasten op het spel staan?   

Maar hoewel ze geen directe controle hebben op het verloop van de oorlog, hadden de Russen wél een zekere controle over de totstandkoming van het regime dat de oorlog voert. Niet zozeer omdat Russen op grote schaal voor Poetin gestemd hebben, want van vrije verkiezingen is al lang geen sprake meer. Wel heeft de middenklasse de voorbije decennia massa’s kansen laten liggen om een middenveld te ontwikkelen dat democratische waarden zou kunnen uitdragen en dat collectief handelen van onderuit zou kunnen organiseren. Ze heeft zich onder Poetin gelaafd aan haar groeiende levensstandaard en had geen zin een luis te worden in de pels van het huidige regime, ook al maakte het zich openlijk schuldig aan mensenrechtenschendingen.

De Russische dichter en activist Kirill Medvedev waarschuwde in 2004 al, in zijn poëtisch essay ‘Mijn fascisme’, voor de gevaren van politieke onverschilligheid. Hij deed toen heel sombere voorspellingen over de toekomst van zijn land: 

Het esthetische klimaat in ons land is afschuwelijk geworden. Het nationale cultuurbewustzijn is een stinkend moeras, half Sovjet en half bourgeois, waarin de lijken van Poesjkin, Dostojevski, Jozef Stalin, Alla Poegatsjova en Jezus Christus liggen te ontbinden. Rusland lijkt op een rottende bal, een misbaksel, van boven bedekt met bladgoud en van binnen propvol afval: pulpvoedsel, pulpideologie, pulpcultuur; de brokstukken van religie, de brokstukken van ons Sovjetwereldje, de brokstukken van ons dode imperium. Dat alles puilt aan alle kanten uit deze bolstaande bal, die aan het rollen is geslagen, steeds sneller en sneller. Klaar om in stukken uiteen te spatten of anders wie in zijn weg loopt plat te walsen. (Alles is slecht, Leesmagazijn, 2014)

Meer recentelijk betoogde ook de Russische schrijver Michail Sjisjkin, in een opiniestuk in The Guardian, dat Poetin ‘een symptoom is, en niet de ziekte’. In dit licht lijken de collectieve kennis en controle van de Russische samenleving toereikend om te kunnen spreken over een beperkte mate van collectieve verantwoordelijkheid voor de oorlog in Oekraïne.

Sancties ondergaan  

Dat betekent dat collectieve sancties moreel niet noodzakelijk ongepast zijn, zelfs al treffen ze ook mensen die geen individuele verantwoordelijkheid dragen. Gevoel voor proportie is daarbij uiteraard aangewezen: de collectieve verantwoordelijkheid van gewone Russen is heel beperkt vergeleken met die van het regime, en bovendien is ze indirect (verantwoordelijkheid om een schurkenregime tot stand te brengen, eerder dan rechtstreekse verantwoordelijkheid voor de oorlog). Sancties moeten dus in de eerste plaats het regime treffen, al is de toepassing van dat principe in de praktijk niet eenvoudig. Economische sancties om een dure oorlog te bemoeilijken zijn op het regime gericht, maar raken ook de gewone Rus.

Er zijn echter ook sancties die het regime amper treffen en daarom moreel bedenkelijk zijn. De beslissing van Minister van Onderwijs Ben Weyts om Russische studenten, ongeacht hun politieke stellingname, niet langer studiebeurzen toe te kennen, is er zo een. De motivatie is nobel:

Vlaanderen is een natie die zich de wreedheden van de oorlog maar al te goed herinnert.  Daarom zijn wij sterk toegewijd aan de vrede. De gedachten van het Vlaamse volk zijn bij de Oekraïners. Wij hopen dat deze acties onze steun aan de Oekraïense zaak tonen.

Dat laatste is nog maar de vraag. Buitenlandse studieverblijven helpen Russische jongeren immers om zich te informeren over wat er in Oekraïne gaande is, en om inspiratie op te doen voor democratisering. Een andere slag in de lucht is de annulering door de stad Kortrijk van een dansvoorstelling van het Sint Petersburg Festival Ballet, dat zich nota bene openlijk tegen de oorlog verzet. In zijn argumentatie verwees schepen Axel Ronse onder meer naar de belastingen die het gezelschap mogelijk aan de Russische schatkist zou betalen. In het licht van de diamant-, olie- en gashandel met Rusland, die vooralsnog verdergaat, overtuigt dat argument niet echt.   

Je kan ook je wenkbrauwen ophalen bij goedbedoelde beslissingen die al lang overleden Russen of – wat nog gekker is – de Russische taal viseren. Het bestuur van de Milanese universiteit Bicocca besliste kort na de invasie om een vierdelige lezingenreeks over Fjodor Dostojevski te annuleren, om controverse te vermijden. Wie een beetje vertrouwd is met de denkwereld van de schrijver, moet toegeven dat hij zich inderdaad aan de zijde van de imperialistische macht schaarde – maar hem behandelen als een verlengstuk van het Poetinregime is toch wat kort door de bocht.

Dichter bij huis besliste radiozender Klara om de geplande Zevende symfonie van de Sovjetcomponist Dmitri Sjostakovitsj niet live uit te zenden, om te vermijden dat luisteraars zoiets als ‘kwetsend zouden ervaren’. Ironisch daarbij is dat amper twee maanden eerder, in december 2021, in Sint-Petersburg een concert met composities op revolutionaire poëzie van dezelfde componist in de Kerk van de Verlosser op het Bloed van hogerhand verbod kreeg. Het zou dus ook een statement tegen het Poetinregime kunnen zijn om Sjostakovitsj wél te programmeren.

De Nederlandse literair vertaler Arie van der Ent, op zijn beurt, publiceerde een manifest waarin hij aankondigde om zolang Poetin in het Kremlin zit geen Russische literatuur meer te vertalen. ‘Zeker, het is vast een van de kleinere sancties die de Man of Evil zullen treffen, maar voor mij is het het beste “offer” dat ik kan brengen,’ legde hij uit.

Aan de KU Leuven werd dan weer een geplande presentatie van het Vlaams-Russisch woordenboek van Emmanuel Waegemans en Vladimir Ronin van hogerhand on hold gezet ‘in het licht van de verdere escalatie van de oorlog in Oekraïne en de snel toenemende stroom van Oekraïense vluchtelingen’ (die vaak Russisch als moedertaal hebben en bij hun opvang in Vlaanderen aangewezen zijn op Russisch-Nederlandse tolken). Sommige beperkende maatregelen lijken eerder ingegeven door emotie, of door profileringsdrang, dan door morele en andere rationele overwegingen. 

De protestactie van de collectief verantwoordelijke kunstenares Jevgenija Isajeva op 27 maart 2022

Verantwoordelijkheid opnemen

Russen hoeven hun collectieve verantwoordelijkheid niet alleen maar te ondergaan, maar kunnen die ook actief opnemen: door zoveel mogelijk de druk op het regime om de oorlog te stoppen op te voeren. Concreet wil dat zeggen dat alle Russen die niet gehersenspoeld zijn, los van hun eventuele individuele verantwoordelijkheid, nu tezamen moeten bijdragen tot een maatschappelijke bewustwording over de misdaden die in Oekraïne gepleegd worden. Sommige Russische activisten, die individueel protesteren omdat ze de collectieve verantwoordelijkheid aanvoelen, laten zich inspireren door de 19de-eeuwse antitsaristische Russische filosoof Aleksander Herzen:  

Als onze oproep geen gehoor vindt, als in deze donkere nacht geen straaltje redelijkheid doordringt en geen ontnuchterend woord boven het lawaai van de patriottische orgie uitstijgt, dan blijven wij alleen achter met ons protest, maar we staken het niet. Wij herhalen het, om te getuigen dat er tijdens de algemene roes van bekrompen patriottisme ook nog mensen waren die ter wille van het toekomstige ontluikende Rusland afstand namen van het in verval geraakte rijk.

Een heroïsch voorbeeld van individuele opname van collectieve verantwoordelijkheid werd op 14 april 2022 gegeven door de Sint-Peterburgse kunstenares Sasja Skotsjilenko: in haar plaatselijke kruidenierswinkel verving ze productinformatie door de tekst ‘IN MARIOEPOL HEEFT HET RUSSISCHE LEGER EEN KUNSTSCHOOL GEBOMBARDEERD TERWIJL DAARIN 400 MENSEN BESCHUTTING TEGEN DE BESCHIETINGEN ZOCHTEN’. Hiervoor werd een strafzaak aangespannen, die haar tot 10 jaar gevangenis kan opleveren. Je mag echter niet van alle Russische burgers verwachten, laat staan eisen, dat ze voor de goede zaak hun vrijheid riskeren. Ook een openhartig gesprek over de oorlog in intieme kring is, in de huidige sfeer van verklikking, een prijzenswaardige verzetsdaad.

Veel Russen die tegen de oorlog zijn zien het niet (langer) zitten om het gevecht met de Russische repressie- en propagandamachine aan te gaan, en hebben het land verlaten. Omdat er geen visumplicht geldt voor alle buurlanden van Rusland (zoals Georgië en Armenië), zijn er geen precieze betrouwbare cijfers beschikbaar, maar sommige analisten maken gewag van de grootste exodus uit Rusland sinds de Oktoberrevolutie van 1917. Het zou kunnen gaan over honderdduizenden of zelfs meer dan een miljoen Russen. Onder deze emigranten zijn er heel wat kunstenaars en intellectuelen, waaronder ook medewerkers van de opgeheven radiozender Echo Moskvy en de televisiezender TV Rain. Toen deze enorme brain drain nog maar net op gang kwam, op 7 maart 2022, riep de hierboven vermelde Russische dichter Kirill Medvedev de emigranten op zijn Facebookpagina op om, met het oog op de toekomstige democratisering van Rusland, hun bereidheid te behouden om terug te keren en in die geest ook hun kinderen op te voeden. Intussen heeft ook hij de emigratie vervoegd.  

Na de oorlog zal het zaak zijn om een collectieve herinneringscultuur uit te bouwen. Veeleer dan pakweg de krampachtige omgang van België met de kolonisatie, kan de omgang van de Duitsers met de Tweede Wereldoorlog daarbij als model dienen. Collectieve verantwoordelijkheid blijft aan een groep kleven, ook nadat de individueel verantwoordelijken er niet meer zijn. Wandaden uit het collectieve geheugen wissen is postuum onrecht doen aan de slachtoffers. Angela Merkel sprak in dat verband van Duitslands ‘eeuwige verantwoordelijkheid’ (immerwährende Verantwortung). Die eeuwige verantwoordelijkheid opnemen en het (nieuwe) regime dwingen om dat te doen is een taak voor de gewone Russen van deze en toekomstige generaties. Dat is de ware denazificatie die Rusland moet doorvoeren. De burgerrechtenorganisatie Memorial, gericht op ‘de bevordering van de openbaarmaking van de waarheid met betrekking tot het historisch verleden en de bestendiging van de nagedachtenis van de slachtoffers van politieke vervolging die wordt uitgevoerd door totalitaire regimes’, is goed geplaatst om hierin een voortrekkersrol te spelen. Dan moet wel eerst haar recente ontbinding door het corrupte Russische hooggerechtshof worden teruggedraaid. De Russen hebben werk voor de boeg. Laten we ook hen helpen.   

Is Ivan met de berenmuts moreel verantwoordelijk?

Elke dag bereiken ons nieuwe gruwelberichten uit Oekraïne. De morele verantwoordelijkheid van het Russische regime is verpletterend, maar wat met de modale Rus?

Benjamin De Mesel, professor moraalfilosofie aan de KU Leuven (en slavist, met wie ik lang geleden in Odessa en Sint-Petersburg heb gestudeerd), en ik zoeken een antwoord in onderstaand gezamenlijk essay, dat vandaag in De Morgen staat.

Belangrijk is het onderscheid tussen individuele verantwoordelijkheid – waarvan de meeste Russen vrij te pleiten zijn – en collectieve verantwoordelijkheid – die beperkt en onrechtstreeks is, maar niettemin aan de Russen zal blijven kleven wanneer de individueel verantwoordelijken er niet meer zijn.

RUSSISCHE STEMMEN TEGEN DE OORLOG

Op 24 februari 2022 vielen Russische troepen Oekraïne binnen, onder het voorwendsel het land te willen bevrijden van een neonazistisch regime, dat in realiteit alleen in de Kremlinpropaganda bestaat. Sindsdien woedt er een oorlog, die voor beide betrokken partijen verwoestend is.

De verantwoordelijkheid voor deze verwoesting ligt bij de Russische autoriteiten, die de Russische burgers een rad voor de ogen draaien over de ware toedracht en het verloop van de oorlog.

Het Kremlin doet uitschijnen dat het Russische volk de oorlogsplannen van de Russische president steunt. Nochtans is de Russische burgers, die al decennialang geen eerlijke kans krijgen om Vladimir Poetin weg te stemmen, op geen enkele wijze en op geen enkel moment om hun mening gevraagd over een eventuele oorlog tegen het Oekraïense volk.

Aan de hand van repressie, zoals manifestatieverbod, censuur van de termen ‘invasie’ en ‘oorlog’ in de media en beschuldigingen van landsverraad, zetten de Russische autoriteiten hun bevolking onder zware druk om hun cynische spel mee te spelen. En toch zijn ze er: Russen die de moed opbrengen om de door het Kremlin gecreëerde schijnmeerderheid te doorprikken.

Op de website STOP DE OORLOG! [НЕТ ВОЙНЕ!] geven we ze een forum: de Russische stemmen die zich tegen de oorlogswaanzin verheffen. Ze verdienen ook bij ons te weerklinken. Wij, Nederlandstalige Ruslandkenners, verzamelen anti-oorlogsstatements van bekende en minder bekende Russen, om ze in het Nederlands te vertalen.

Zodat wij, Vlamingen en Nederlanders, niet in de val trappen van de Kremlinpropaganda: dit is geen oorlog van het Russische volk, maar wel van Poetin en zijn trawanten. Het is aan ons allemaal om hem te helpen stoppen.

Voorlopig hebben we stemmen van de volgende Russen:

Wordt vervolgd op de website STOP DE OORLOG! [НЕТ ВОЙНЕ!].

Vult Dostojevski een boekenkast? Interview met Klara

Omdat Dostojevski tweehonderd jaar geleden geboren werd, mocht ik daarnet, toen ik nog in mijn pyjama zat, de luisteraars van Klara voor zijn werk proberen te enthousiasmeren. Op de tijd die je nodig hebt om twee keer van je espresso te nippen.

Je kan het interview hier beluisteren.


2/12: Gesprek met Aleksandra Boltovskaja in Leuven

Op donderdag 2 december om 19u presenteert Aleksandra Boltovskaja op de Leuvense letterenfaculteit haar boek Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg, dat ik met veel plezier en gegniffel vertaalde uit het Russisch. We gaan over de Belgische sauzenslurpers in gesprek met elkaar, en met het publiek.

Bij wijze van voorprogramma schetst Daria Dvornikova, doctoraatstudente, een historische achtergrond rond de eerste Russische emigratie (in het Engels).

Toegang is gratis, inschrijving is verplicht, via deze link.

Allerhande besprekingen van het boek vind je hier.

Interview met literair vertaler Aai Prins

Gisterenavond mocht ik in gesprek treden met Aai Prins over haar vertalingen van klassieke en iets minder klassieke Russische literatuur. We hadden het over hervertalingen, duovertalingen, knuffel-Vlamingen, geboortebewijzen, en een tussen duim- en wijsvinger geknelde vinger, en ik stelde ook een woke vraag.

Dit interview werd georganiseerd door het Centrum voor Russische Studies in samenwerking met de Master Literair Vertalen van de KU Leuven. Je kan het hierboven (her)bekijken (de kwaliteit van het geluid overtreft die van het beeld, maar wie zich daaraan stoort is een kniesoor).

Aleksandra Boltovskaja op radio, tv en in ‘de boekskes’ over ‘Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg’

Het boek Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg van Aleksandra Boltovskaja, dat ik voor haar uit het Russisch vertaalde, heeft sinds het twee maanden geleden verscheen heel wat inkt doen vloeien en tongen losgemaakt (toegegeven: in de eerste plaats die van Aleksandra zelf). Om een beetje te kunnen meepraten, zal je je er dus toch vertrouwd mee moeten maken – er is geen ontkomen aan.

Hieronder vind je een overzicht van links naar kranten-, tv-, en radio-interviews, en recensies over het boek. Ik heb ze sterretjes gegeven, zodat je een juiste selectie kan maken (niet alles is even belangwekkend). Naar het schijnt verschijnen er later ook nog interviews in Dag Allemaal en Aktief.

Ik ben uitverkocht (zoete broodjes), maar je boekhandelaar of de uitgever heeft vast nog enkele exemplaren van het boek te koop.