Terzake (VRT) sprak met de dichter Kirill Medvedev over anti-Kremlinactivisme tijdens de oorlog

Het Vlaamse duidingsprogramma Terzake (VRT) sprak met de in Brussel gestrande Russische dichter en activist Kirill Medvedev (Alles is slecht, Biopolitiek), die gelooft dat de etnische minderheden die als kanonnenvoer moeten dienen (Dagestanen, Boerjaten) er wel eens genoeg van zouden kunnen krijgen.

Je kan de (enigzins, amper) hoopgevende reportage van slavist Marijn Trio (her)bekijken op de website vrt.be.

‘Stop de oorlog van het Kremlin tegen de Oekraïeners en de Russen’

Bespreking van ‘Russische literatuurgeschiedenis, deel 2’ van Willem Weststeijn

Zelfs wie een bovenmatige belangstelling koestert voor de geschiedenis van de Russische literatuur, komt in het Nederlandse taalgebied probleemloos aan zijn trekken. Onze boekenplanken kromden al onder het gewicht van de pittige Geschiedenis van de Russische literatuur van Vladimir de Heilige tot Anton Tsjechov van Karel van het Reve, de meer encyclopedisch aandoende Geschiedenis van de literatuur in Rusland 1700-2000 van Emmanuel Waegemans en de rijkelijk geïllustreerde Moderne Russische literatuur van Poesjkin tot heden van Arthur Langeveld en Willem G. Weststeijn. De laatstgenoemde vult dat rijtje nog verder aan met Russische literatuurgeschiedenis, waarvan in 2020 het tweede deel is verschenen.

Het is te zeggen: in de inleiding waarschuwt de auteur dat Russische literatuurgeschiedenis 2 tezamen met het voorgaande deel ‘min of meer’ een geschiedenis van de Russische literatuur vormt. In feite gaat het om een bloemlezing van een vijftigtal essays over een grote verscheidenheid van Russische schrijvers en werken, die Weststeijn bijeen heeft geschreven in de loop van de voorbije decennia (een precieze datering ontbreekt). Naast recensies die eerder verschenen in dit blad en voorwoorden uit de reeks ‘Slavische cahiers’, werden ook een paar bewerkte, in oorsprong Engelstalige academische artikelen opgenomen.

Met andere woorden wordt de lading door de vlag slechts min of meer gedekt – wat mogelijk te wijten is aan marketingoverwegingen. Van een literatuurgeschiedenis verwacht de lezer een min of meer coherent en uitgebalanceerd verhaal over chronologisch gerangschikte literaire feiten en thema’s. Die chronologische rangschikking is er wel, maar precies omdat de opgenomen stukken oorspronkelijk bedoeld waren om afzonderlijk te worden gelezen, is van coherentie niet zoveel sprake. In de plaats daarvan galmen af en toe echo’s. Zo komen we herhaaldelijk te weten wat skaz inhoudt, dat Solzjenitsyn uit de Sovjetunie werd gebonjourd en dat Daniël en Sinjavski zijn veroordeeld tot lange kampstraffen.  

Russische literatuurgeschiedenis 2, dat je best essay per essay leest, is dus geen klassieke literatuurgeschiedenis. Alles welbeschouwd hoeven we daar niet rouwig om te zijn: de bundel is zoveel meer dan een verzameling obligate levensbeschrijvingen en hoofdwerken in kort bestek van hele en halve coryfeeën.

Het is bevrijdend dat de blik van Weststeijn voorbij de canon reikt: we maken diepgaand kennis met een klein legertje verdienstelijke Russische schrijvers die, omdat ze overschaduwd worden door nog grotere talenten, doorgaans stiefmoederlijk behandeld worden. Aan bod komen onder meer Sollogoeb (niet te verwarren met Sologoeb), Melnikov-Petsjerski, Leontjev, Pomjakovski, Stepnjak-Kravtsjinski, V. Roptsjin, Zjitkov, Olejnikov, Zaltsman, Argoetinski-Dolgoroeki en Monastyrski.

Toch gaat de aandacht nog net iets meer uit naar usual suspects (Fonvizin, Karamzin, Gogol, Toergenjev, Dostojevski, Ostrovski, Saltykov-Sjtsjedrin, Tolstoj, Leskov, Hippius, Bjely, Chlebnikov, Majakovski, Paustovski, Grossman, Nabokov, Vojnovitsj, Solzjenitsyn, Brodsky, Limonov en Akoenin), waarbij ditmaal ook de emigrés Nabokov en Brodsky aan bod komen. Over die plejade leert Weststeijn, met zijn gevarieerde insteek, ons van alles en nog wat. Met vaardige hand dompelt hij ons onder in het door getallen en kleuren bevolkte universum van Chlebnikov. In het stuk ‘Dostojevski en de Russische rechtspraak’ fileert hij haarfijn de angst van Dostojevski voor een op westerse leest geschoeide rechtspraak, wat ons wapent om De broers Karamazov te (her)lezen. Bijzonder boeiend is bijvoorbeeld ook het stuk over wat er nu eigenlijk scheelt met Anna Karenina, met deze prachtzinnen: ‘Ze gooit zich voor de trein zonder het besluit genomen te hebben. Het besluit heeft eerder háár genomen, volkomen onverwacht.’  

Over vrouwen gesproken, er zijn er maar een handvol aan wie Weststeijn noemenswaardige aandacht besteedt: Zinaïda Hippius, Inna Lisnjanskaja, Jelena Schwarz – die de auteur aan de top van de Russische poëziepiramide plaatst – en Vera Pavlova. Het stuk over de laatstgenoemde heeft trouwens een rare titel gekregen: ‘3x echtgenote, 2x moeder, dichteres’. Hoe moeten we, mutatis mutandis, dan over Poesjkin gaan spreken? Ook Catherina de Grote en Lili Brik komen aan bod, maar toch eerder in hun hoedanigheid van staatsvrouw respectievelijk muze dan als literatoren. Wat de genderbalans betreft, is deze Russische literatuurgeschiedenis dus toch canonbevestigend – al is het makkelijker gezegd dan gedaan om daar een mouw aan te passen.

Enigszins bevreemdend vind ik de zweem van essentialisme die aan het mensbeeld van Weststeijn kleeft: ‘De Russen geloven oprecht dat hun ziel iets bijzonders is’; ‘Russen zijn emotioneel verbonden met hun land, of beweren in elk geval dat dat zo is’; wanneer Siewertsz van Reesema als filosoof het zweverige Russische kosmisme omarmt, dan staat dat in contrast met het gegeven dat hij etnisch gesproken ‘half een nuchtere (?) Hollander’ is.

Literatuurhistorici creëren graag een (valse) schijn van objectiviteit. Dat geldt niet voor de auteur van dit boekdeel, die zich niet te beroerd voelt om lees- en zelfs vertaaltips uit te delen, en in zeldzame gevallen ook lectuur te ontraden, zij het in subtiele bewoordingen. Zo is Jevgeni Vodomazkins ‘plotloze’ bestseller Het groen van de laurier ‘interessant om te lezen, maar niet meer dan dat’ – wel een beetje sneu dat deze anticlimax het boek afsluit.  

De rode draad die doorheen Russische literatuurgeschiedenis 2 loopt, is de sympathie die de auteur koestert voor de schrijvers die het regime trotseren. Die gaat hand in hand met verontwaardiging over het lot dat hun te beurt valt. Een zeldzame keer vergaloppeert hij zich: doelend op onder anderen Daniil Charms noemt Weststeijn het onbegrijpelijk dat het Sovjetregime zijn beste dichters en schrijvers ‘zomaar heeft vermoord’. Uiteraard is de verantwoordelijkheid van de Sovjets voor de neergang van Charms verpletterend, maar historische documenten geven aan dat hij in de krankzinnigenafdeling van Kresty-gevangenis tijdens het Beleg van Leningrad van de honger is gestorven. Zijn het dan niet de nazi’s, die de moorddadige hongerblokkade hebben georganiseerd, die Charms hebben vermoord?  

Paradoxaal is dat de auteur een rechtstreeks oorzakelijk verband legt tussen de Sovjetrepressie en de bloei van de Russische literatuur: Weststeijn verblijdt zich erover dat Brodsky als leegloper de Sovjetunie is buitengezet, omdat zo een heleboel briljante gedichten zijn ontstaan; ook vraagt hij zich provocerend af of nu de Russische literatuur wat minder geworden is, de censuur niet beter heringevoerd zou worden. Als stof tot nadenken kan dat tellen.    

Voor de auteur is de Russische literatuur een grote speeltuin. Dat hij daar helemaal thuis is, blijkt uit de souplesse waarmee hij verschillende literaire feiten aan elkaar rijgt. Zo opent zijn stuk over de humor van Voinovitsj met een onderhoudende bespiegeling over de voorliefde van de Russen voor satire die ons langs Catherina de Grote, Gogol, Saltykov-Sjtsjedrin, Proetkov, Majakovski, Zosjtsjenko, Ilf & Petrov, Zamjatin, Sinjavski en Zinovjev voert.   

In zijn inleiding noemt Weststeijn het ‘een voorrecht en een groot geluk’ dat hij zich zijn leven lang heeft kunnen bezighouden met Russische boeken. Als geheel beschouwd is deze bundel een aanstekelijke liefdesbekentenis aan het adres van de Russische literatuur, die niet ophoudt te beklijven. Voor de lezer is het een voorrecht en een groot geluk dat deze liefde van de pagina’s afspat – tussen de regels ontwaren we twee fonkelende, gebrilde pretoogjes.   

Weststeijn, Willem. Russische literatuurgeschiedenis, deel 2. Atlas Contact, 2020, 340 p. ISBN 9789045043180

[Recensie verschenen in het laatste nummer van Tijdschrift voor Slavische Literatuur]

Leve Oekraïne! Weg met Rusland? Morele verantwoordelijkheid, sancties en cultuur

Samen met mijn goede vriend, medeslavist en professor moraalfilosofie Benjamin De Mesel (KU Leuven) schreef ik een essay over de morele verantwoordelijkheid van de modale Rus ten aanzien van de oorlog in Oekraïne.

In De Morgen verscheen eerder een sterk ingekorte versie, als opiniestuk achter een paywall. Maar in het cultuurmagazine rekto:verso, en hieronder, kan je vanaf vandaag de uitgebreide en geüpdatete versie lezen.

In dit stuk hebben we aandacht voor de rol van Russische kunstenaars en auteurs die hun verantwoordelijkheid opnemen, alsook voor de zin en onzin van Westerse sancties tegenover de Russische culturele sector.

Pieter Boulogne

‘70% van de Russen’

Elke dag bereiken ons nieuwe gruwelberichten uit Oekraïne. De morele verantwoordelijkheid van het Russische regime is verpletterend, maar wat met Ivan met de berenmuts? Het antwoord op die vraag heeft gevolgen voor welke sancties gepast zijn en voor de manier waarop gewone Russen in de toekomst met de oorlog zullen moeten omgaan.     

In discussies op sociale media wordt soms verwezen naar statistisch onderzoek, zoals dat van Russian Field, dat stelt dat 60% of zelfs 70% van de Russische respondenten ‘de handelingen van het Russische leger’ in Oekraïne steunt. Kunnen we dan niet gewoon concluderen dat de modale Rus moreel verantwoordelijk is, en hem met een gerust gemoed bestoken met allerhande sancties? Wij denken dat dit te kort door de bocht is, al was het maar omdat de statistieken niet representatief zijn. Russen voelen zich immers niet vrij om hun mening over de oorlog in Oekraïne te geven. De lage responsgraad spreekt hierover boekdelen: slechts 5% van de 31.313 Russen die tussen 13 en 16 maart telefonisch uitgenodigd werden om deel te nemen aan het onderzoek was bereid om zich uit te spreken. Laat ons, om ernstiger te  peilen naar de morele verantwoordelijkheid van de Russen voor de oorlog in Oekraïne, eerst een onderscheid maken tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid.  

Individuele verantwoordelijkheid

Voor individuele verantwoordelijkheid moeten minstens twee voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste is er een kennisvoorwaarde: je moet weten wat je doet, of je had het moeten weten. Geldt dat voor de modale Rus?

Sinds de Maidanopstand van 2014 draait de Russische propaganda over Oekraïne op volle toeren. Volgens het officiële Russische narratief, dat de Russen wordt ingelepeld via televisie, kranten en sociale media, is de legitiem verkozen pro-Russische president Janoekovitsj afgezet op onconstitutionele wijze, met een door het Westen gesteunde staatsgreep. Sindsdien zou Oekraïne in handen zijn van  een ultranationalistisch, drugsverslaafd regime, dat de jacht geopend heeft op de miljoenen Oekraïners met Russisch als moedertaal en uit is op een militaire confrontatie met Rusland.

Tijdens de oorlog geldt in Rusland de facto een staat van beleg, waarin de laatste restanten van de vrijheid van meningsuiting aan banden zijn gelegd. De oorlog mag geen ‘oorlog’ genoemd worden. De beelden over de verwoestingen van de Russische troepen in Oekraïne bereiken de modale Rus niet, of ze worden afgedaan als fake news. In de plaats daarvan krijgen Russische televisiekijkers verhalen over de gruweldaden van de Oekraïense strijdkrachten. Veel Russen weten echt niet wat er gaande is. Een deel van de respondenten die in sociologisch onderzoek hun steun lijken uit te spreken voor de oorlog in Oekraïne, steunt een militaire vredesoperatie die in werkelijkheid niet bestaat. 

Niet voor alle individuele Russische burgers geldt echter dat ze zich achter hun onwetendheid mogen verschuilen. Sommigen hadden beter kunnen en moeten weten. De plicht je te informeren rust in het bijzonder op burgers die de sociale positie en de cognitieve mogelijkheden hebben om dat te doen. In principe waren er tot op het moment van de invasie in het Russische medialandschap meer dan genoeg dissidente geluiden te horen: pakweg via de radiozender Echo Moskvy, de krant Novaja Gazeta en het online-televisieplatform TV Rain kon in theorie iedere Rus die dat wenste op eenvoudige wijze betrouwbare informatie vinden over de situatie in Oekraïne. Deze bronnen werden de afgelopen jaren echter gediscrediteerd en gecriminaliseerd door de Russische overheid. Kort na de uitbraak van de oorlog werden Echo Moskvy, TV Rain en uiteindelijk ook Novaja Gazeta helemaal monddood gemaakt. De oorlogscensuur wordt bewaakt aan de hand van een nieuw aangenomen wet die tot 15 jaar gevangenisstraf voorziet voor wie zogenaamd valse informatie over de Russische troepen verspreidt. Daarnaast worden er hetzes georganiseerd tegen zogenaamde ‘landverraders’. Niet iedereen doorziet dit cynische spel of kan zelf op zoek gaan naar betrouwbare informatie. Maar wat met bijvoorbeeld professoren en bedrijfsleiders met buitenlandse contacten? In hun geval zal ‘Wir haben es nicht gewußt’ weinig geloofwaardig klinken.

Dat brengt ons bij de tweede voorwaarde voor individuele morele verantwoordelijkheid: controle. Je kan niet moreel verantwoordelijk zijn voor zaken waar je geen enkele controle over hebt. Dat lijkt de meeste gewone Russen vrij te pleiten, want als individu kunnen zij de loop van de oorlog op geen enkele manier beïnvloeden. Ook niet wanneer hij of zij de straat opgaat met een plakkaat, want binnen de kortste keren wordt wie dat doet hardhandig gearresteerd. Volgens cijfers van het onafhankelijke mensenrechtenplatform OVD-info waren op 10 april al ruim 15.000 Russische anti-oorlogsactivisten opgepakt, terwijl de brutaliteit van de oorlog alleen maar toeneemt.

Toch zijn er ook heel wat Russen die wel (enige) controle kunnen uitoefenen op het verloop van de oorlog in Oekraïne. Met name militairen hebben invloed op de handelingen van het Russische leger. Dat zij niet zelf gekozen hebben voor deze oorlog en krijgsraad riskeren in geval van insubordinatie zijn verzachtende omstandigheden. Desalniettemin hebben vele tientallen beroepssoldaten geweigerd om in Oekraïne te gaan vechten, aldus Current Time TV.   

Daarnaast kan je ook spreken van individuele verantwoordelijkheid voor wie bijdraagt aan de oorlog van Rusland in Oekraïne door mee te draaien in de oorlogspropagandamachine. Marina Ovsjannikova, die jarenlang getrouwe medewerkster was van de propagandazender Pervyj Kanal, lijkt haar individuele verantwoordelijkheid goed aangevoeld te hebben. Op 14 maart 2022 verstoorde ze een live nieuwsuitzending met een plakkaat waarop te lezen stond: ‘NO WAR, STOP DE OORLOG, GELOOF DE PROPAGANDA NIET, U WORDT BELOGEN, RUSSIANS AGAINST WAR’.  

De protestactie van de individueel verantwoordelijke Marina Ovsjannikova op 14 maart 2022

Voor het gros van de Russen geldt echter dat zij niet de nodige kennis en controle hebben om individueel verantwoordelijk te kunnen worden gesteld. Zijn de sancties die het gros van de individuele Russen treffen dan wel gerechtvaardigd? Daarvoor hebben we collectieve verantwoordelijkheid nodig.

Collectieve verantwoordelijkheid

Collectieve verantwoordelijkheid is verantwoordelijkheid als groep of als lid van een groep. Soms kan je als lid van een groep verantwoordelijk zijn zonder dat je individueel verantwoordelijk bent. We nemen een voorbeeld van de Amerikaanse filosofe Virginia Held. Iemand wordt door een grote groep mensen in elkaar geslagen terwijl een nog grotere groep omstaanders toekijkt. Niemand uit de groep is individueel in staat om iets aan de situatie te veranderen, omdat het aantal aanvallers daarvoor veel te groot is. Individueel zijn de omstaanders niet verantwoordelijk wegens een gebrek aan controle, maar de groep had die controle wel en is dus collectief verantwoordelijk.

            De voorwaarden voor collectieve verantwoordelijkheid zijn dezelfde als die voor individuele verantwoordelijkheid, maar dan op groepsniveau. De gewone Russen zijn collectief verantwoordelijk voor de oorlog in Oekraïne als ze, als groep, de nodige kennis en controle hebben. Wat kennis betreft, kan ook hier aangehaald worden dat veel Russen niet weten wat er gaande is. Maar de intelligentsia weet het wel, of kan het te weten komen. Een groep kan de krachten bundelen, informatie uitwisselen. Dat op groepsniveau het gebrek aan kennis niet het probleem is, blijkt uit tientallen open brieven en publiekelijke statements van bekende en minder bekende Russen. Bijvoorbeeld de bekende Russische rockmuzikant Boris Grebensjtjsikov wond er op 28 februari 2022, in een videoboodschap die via Facebook verspreid werd, geen doekjes om: ‘De oorlog tussen Rusland en Oekraïne is waanzin. En de mensen die deze ontketenden zijn een schande voor Rusland’.

            Controle is moeilijker. De Russen hebben niet democratisch beslist om een oorlog te beginnen: op geen enkel moment heeft de Russische president aan zijn bevolking om een oorlogsmandaat gevraagd. Op het moment dat Poetin bezig was met zijn troepenopbouw aan de buitengrenzen van Oekraïne, beweerde hij ook tegenover zijn eigen onderdanen dat hij geen invasie plande. Volgens de onafhankelijke Russische organisatie Levada Center geloofde aan de vooravond van de invasie slechts een minderheid van de Russen dat de spanningen tussen Oekraïne en Rusland zouden uitmonden in een oorlog.   

Belangrijker nog is dat de Russen als groep sinds de uitbraak van de oorlog geen directe controle hebben over haar verloop. Zelfs als een meerderheid van de Russen de oorlog zou willen stoppen en bereid zou zijn om hiervoor de straat op te gaan, dan nog is de kans groot dat hen dit niet zou lukken. Poetins Rusland is een goed geoliede persoonlijke dictatuur, die sinds de Moskouse protesten van 2012 voorzien is op pogingen van het volk om een eigen beleid te kiezen. De oproerpolitie, het leger, de politie en de geheime dienst staan klaar om massabetogingen in de kiem te smoren, koste wat het kost. Wie toch deelneemt, riskeert jarenlange opsluiting in een Russische strafkolonie. Zouden wij, Belgen of Nederlanders, collectief protesteren als onze baan, onze vrijheid en de veiligheid van onze naasten op het spel staan?   

Maar hoewel ze geen directe controle hebben op het verloop van de oorlog, hadden de Russen wél een zekere controle over de totstandkoming van het regime dat de oorlog voert. Niet zozeer omdat Russen op grote schaal voor Poetin gestemd hebben, want van vrije verkiezingen is al lang geen sprake meer. Wel heeft de middenklasse de voorbije decennia massa’s kansen laten liggen om een middenveld te ontwikkelen dat democratische waarden zou kunnen uitdragen en dat collectief handelen van onderuit zou kunnen organiseren. Ze heeft zich onder Poetin gelaafd aan haar groeiende levensstandaard en had geen zin een luis te worden in de pels van het huidige regime, ook al maakte het zich openlijk schuldig aan mensenrechtenschendingen.

De Russische dichter en activist Kirill Medvedev waarschuwde in 2004 al, in zijn poëtisch essay ‘Mijn fascisme’, voor de gevaren van politieke onverschilligheid. Hij deed toen heel sombere voorspellingen over de toekomst van zijn land: 

Het esthetische klimaat in ons land is afschuwelijk geworden. Het nationale cultuurbewustzijn is een stinkend moeras, half Sovjet en half bourgeois, waarin de lijken van Poesjkin, Dostojevski, Jozef Stalin, Alla Poegatsjova en Jezus Christus liggen te ontbinden. Rusland lijkt op een rottende bal, een misbaksel, van boven bedekt met bladgoud en van binnen propvol afval: pulpvoedsel, pulpideologie, pulpcultuur; de brokstukken van religie, de brokstukken van ons Sovjetwereldje, de brokstukken van ons dode imperium. Dat alles puilt aan alle kanten uit deze bolstaande bal, die aan het rollen is geslagen, steeds sneller en sneller. Klaar om in stukken uiteen te spatten of anders wie in zijn weg loopt plat te walsen. (Alles is slecht, Leesmagazijn, 2014)

Meer recentelijk betoogde ook de Russische schrijver Michail Sjisjkin, in een opiniestuk in The Guardian, dat Poetin ‘een symptoom is, en niet de ziekte’. In dit licht lijken de collectieve kennis en controle van de Russische samenleving toereikend om te kunnen spreken over een beperkte mate van collectieve verantwoordelijkheid voor de oorlog in Oekraïne.

Sancties ondergaan  

Dat betekent dat collectieve sancties moreel niet noodzakelijk ongepast zijn, zelfs al treffen ze ook mensen die geen individuele verantwoordelijkheid dragen. Gevoel voor proportie is daarbij uiteraard aangewezen: de collectieve verantwoordelijkheid van gewone Russen is heel beperkt vergeleken met die van het regime, en bovendien is ze indirect (verantwoordelijkheid om een schurkenregime tot stand te brengen, eerder dan rechtstreekse verantwoordelijkheid voor de oorlog). Sancties moeten dus in de eerste plaats het regime treffen, al is de toepassing van dat principe in de praktijk niet eenvoudig. Economische sancties om een dure oorlog te bemoeilijken zijn op het regime gericht, maar raken ook de gewone Rus.

Er zijn echter ook sancties die het regime amper treffen en daarom moreel bedenkelijk zijn. De beslissing van Minister van Onderwijs Ben Weyts om Russische studenten, ongeacht hun politieke stellingname, niet langer studiebeurzen toe te kennen, is er zo een. De motivatie is nobel:

Vlaanderen is een natie die zich de wreedheden van de oorlog maar al te goed herinnert.  Daarom zijn wij sterk toegewijd aan de vrede. De gedachten van het Vlaamse volk zijn bij de Oekraïners. Wij hopen dat deze acties onze steun aan de Oekraïense zaak tonen.

Dat laatste is nog maar de vraag. Buitenlandse studieverblijven helpen Russische jongeren immers om zich te informeren over wat er in Oekraïne gaande is, en om inspiratie op te doen voor democratisering. Een andere slag in de lucht is de annulering door de stad Kortrijk van een dansvoorstelling van het Sint Petersburg Festival Ballet, dat zich nota bene openlijk tegen de oorlog verzet. In zijn argumentatie verwees schepen Axel Ronse onder meer naar de belastingen die het gezelschap mogelijk aan de Russische schatkist zou betalen. In het licht van de diamant-, olie- en gashandel met Rusland, die vooralsnog verdergaat, overtuigt dat argument niet echt.   

Je kan ook je wenkbrauwen ophalen bij goedbedoelde beslissingen die al lang overleden Russen of – wat nog gekker is – de Russische taal viseren. Het bestuur van de Milanese universiteit Bicocca besliste kort na de invasie om een vierdelige lezingenreeks over Fjodor Dostojevski te annuleren, om controverse te vermijden. Wie een beetje vertrouwd is met de denkwereld van de schrijver, moet toegeven dat hij zich inderdaad aan de zijde van de imperialistische macht schaarde – maar hem behandelen als een verlengstuk van het Poetinregime is toch wat kort door de bocht.

Dichter bij huis besliste radiozender Klara om de geplande Zevende symfonie van de Sovjetcomponist Dmitri Sjostakovitsj niet live uit te zenden, om te vermijden dat luisteraars zoiets als ‘kwetsend zouden ervaren’. Ironisch daarbij is dat amper twee maanden eerder, in december 2021, in Sint-Petersburg een concert met composities op revolutionaire poëzie van dezelfde componist in de Kerk van de Verlosser op het Bloed van hogerhand verbod kreeg. Het zou dus ook een statement tegen het Poetinregime kunnen zijn om Sjostakovitsj wél te programmeren.

De Nederlandse literair vertaler Arie van der Ent, op zijn beurt, publiceerde een manifest waarin hij aankondigde om zolang Poetin in het Kremlin zit geen Russische literatuur meer te vertalen. ‘Zeker, het is vast een van de kleinere sancties die de Man of Evil zullen treffen, maar voor mij is het het beste “offer” dat ik kan brengen,’ legde hij uit.

Aan de KU Leuven werd dan weer een geplande presentatie van het Vlaams-Russisch woordenboek van Emmanuel Waegemans en Vladimir Ronin van hogerhand on hold gezet ‘in het licht van de verdere escalatie van de oorlog in Oekraïne en de snel toenemende stroom van Oekraïense vluchtelingen’ (die vaak Russisch als moedertaal hebben en bij hun opvang in Vlaanderen aangewezen zijn op Russisch-Nederlandse tolken). Sommige beperkende maatregelen lijken eerder ingegeven door emotie, of door profileringsdrang, dan door morele en andere rationele overwegingen. 

De protestactie van de collectief verantwoordelijke kunstenares Jevgenija Isajeva op 27 maart 2022

Verantwoordelijkheid opnemen

Russen hoeven hun collectieve verantwoordelijkheid niet alleen maar te ondergaan, maar kunnen die ook actief opnemen: door zoveel mogelijk de druk op het regime om de oorlog te stoppen op te voeren. Concreet wil dat zeggen dat alle Russen die niet gehersenspoeld zijn, los van hun eventuele individuele verantwoordelijkheid, nu tezamen moeten bijdragen tot een maatschappelijke bewustwording over de misdaden die in Oekraïne gepleegd worden. Sommige Russische activisten, die individueel protesteren omdat ze de collectieve verantwoordelijkheid aanvoelen, laten zich inspireren door de 19de-eeuwse antitsaristische Russische filosoof Aleksander Herzen:  

Als onze oproep geen gehoor vindt, als in deze donkere nacht geen straaltje redelijkheid doordringt en geen ontnuchterend woord boven het lawaai van de patriottische orgie uitstijgt, dan blijven wij alleen achter met ons protest, maar we staken het niet. Wij herhalen het, om te getuigen dat er tijdens de algemene roes van bekrompen patriottisme ook nog mensen waren die ter wille van het toekomstige ontluikende Rusland afstand namen van het in verval geraakte rijk.

Een heroïsch voorbeeld van individuele opname van collectieve verantwoordelijkheid werd op 14 april 2022 gegeven door de Sint-Peterburgse kunstenares Sasja Skotsjilenko: in haar plaatselijke kruidenierswinkel verving ze productinformatie door de tekst ‘IN MARIOEPOL HEEFT HET RUSSISCHE LEGER EEN KUNSTSCHOOL GEBOMBARDEERD TERWIJL DAARIN 400 MENSEN BESCHUTTING TEGEN DE BESCHIETINGEN ZOCHTEN’. Hiervoor werd een strafzaak aangespannen, die haar tot 10 jaar gevangenis kan opleveren. Je mag echter niet van alle Russische burgers verwachten, laat staan eisen, dat ze voor de goede zaak hun vrijheid riskeren. Ook een openhartig gesprek over de oorlog in intieme kring is, in de huidige sfeer van verklikking, een prijzenswaardige verzetsdaad.

Veel Russen die tegen de oorlog zijn zien het niet (langer) zitten om het gevecht met de Russische repressie- en propagandamachine aan te gaan, en hebben het land verlaten. Omdat er geen visumplicht geldt voor alle buurlanden van Rusland (zoals Georgië en Armenië), zijn er geen precieze betrouwbare cijfers beschikbaar, maar sommige analisten maken gewag van de grootste exodus uit Rusland sinds de Oktoberrevolutie van 1917. Het zou kunnen gaan over honderdduizenden of zelfs meer dan een miljoen Russen. Onder deze emigranten zijn er heel wat kunstenaars en intellectuelen, waaronder ook medewerkers van de opgeheven radiozender Echo Moskvy en de televisiezender TV Rain. Toen deze enorme brain drain nog maar net op gang kwam, op 7 maart 2022, riep de hierboven vermelde Russische dichter Kirill Medvedev de emigranten op zijn Facebookpagina op om, met het oog op de toekomstige democratisering van Rusland, hun bereidheid te behouden om terug te keren en in die geest ook hun kinderen op te voeden. Intussen heeft ook hij de emigratie vervoegd.  

Na de oorlog zal het zaak zijn om een collectieve herinneringscultuur uit te bouwen. Veeleer dan pakweg de krampachtige omgang van België met de kolonisatie, kan de omgang van de Duitsers met de Tweede Wereldoorlog daarbij als model dienen. Collectieve verantwoordelijkheid blijft aan een groep kleven, ook nadat de individueel verantwoordelijken er niet meer zijn. Wandaden uit het collectieve geheugen wissen is postuum onrecht doen aan de slachtoffers. Angela Merkel sprak in dat verband van Duitslands ‘eeuwige verantwoordelijkheid’ (immerwährende Verantwortung). Die eeuwige verantwoordelijkheid opnemen en het (nieuwe) regime dwingen om dat te doen is een taak voor de gewone Russen van deze en toekomstige generaties. Dat is de ware denazificatie die Rusland moet doorvoeren. De burgerrechtenorganisatie Memorial, gericht op ‘de bevordering van de openbaarmaking van de waarheid met betrekking tot het historisch verleden en de bestendiging van de nagedachtenis van de slachtoffers van politieke vervolging die wordt uitgevoerd door totalitaire regimes’, is goed geplaatst om hierin een voortrekkersrol te spelen. Dan moet wel eerst haar recente ontbinding door het corrupte Russische hooggerechtshof worden teruggedraaid. De Russen hebben werk voor de boeg. Laten we ook hen helpen.   

Is Ivan met de berenmuts moreel verantwoordelijk?

Elke dag bereiken ons nieuwe gruwelberichten uit Oekraïne. De morele verantwoordelijkheid van het Russische regime is verpletterend, maar wat met de modale Rus?

Benjamin De Mesel, professor moraalfilosofie aan de KU Leuven (en slavist, met wie ik lang geleden in Odessa en Sint-Petersburg heb gestudeerd), en ik zoeken een antwoord in onderstaand gezamenlijk essay, dat vandaag in De Morgen staat.

Belangrijk is het onderscheid tussen individuele verantwoordelijkheid – waarvan de meeste Russen vrij te pleiten zijn – en collectieve verantwoordelijkheid – die beperkt en onrechtstreeks is, maar niettemin aan de Russen zal blijven kleven wanneer de individueel verantwoordelijken er niet meer zijn.

RUSSISCHE STEMMEN TEGEN DE OORLOG

Op 24 februari 2022 vielen Russische troepen Oekraïne binnen, onder het voorwendsel het land te willen bevrijden van een neonazistisch regime, dat in realiteit alleen in de Kremlinpropaganda bestaat. Sindsdien woedt er een oorlog, die voor beide betrokken partijen verwoestend is.

De verantwoordelijkheid voor deze verwoesting ligt bij de Russische autoriteiten, die de Russische burgers een rad voor de ogen draaien over de ware toedracht en het verloop van de oorlog.

Het Kremlin doet uitschijnen dat het Russische volk de oorlogsplannen van de Russische president steunt. Nochtans is de Russische burgers, die al decennialang geen eerlijke kans krijgen om Vladimir Poetin weg te stemmen, op geen enkele wijze en op geen enkel moment om hun mening gevraagd over een eventuele oorlog tegen het Oekraïense volk.

Aan de hand van repressie, zoals manifestatieverbod, censuur van de termen ‘invasie’ en ‘oorlog’ in de media en beschuldigingen van landsverraad, zetten de Russische autoriteiten hun bevolking onder zware druk om hun cynische spel mee te spelen. En toch zijn ze er: Russen die de moed opbrengen om de door het Kremlin gecreëerde schijnmeerderheid te doorprikken.

Op de website STOP DE OORLOG! [НЕТ ВОЙНЕ!] geven we ze een forum: de Russische stemmen die zich tegen de oorlogswaanzin verheffen. Ze verdienen ook bij ons te weerklinken. Wij, Nederlandstalige Ruslandkenners, verzamelen anti-oorlogsstatements van bekende en minder bekende Russen, om ze in het Nederlands te vertalen.

Zodat wij, Vlamingen en Nederlanders, niet in de val trappen van de Kremlinpropaganda: dit is geen oorlog van het Russische volk, maar wel van Poetin en zijn trawanten. Het is aan ons allemaal om hem te helpen stoppen.

Voorlopig hebben we stemmen van de volgende Russen:

Wordt vervolgd op de website STOP DE OORLOG! [НЕТ ВОЙНЕ!].

Vult Dostojevski een boekenkast? Interview met Klara

Omdat Dostojevski tweehonderd jaar geleden geboren werd, mocht ik daarnet, toen ik nog in mijn pyjama zat, de luisteraars van Klara voor zijn werk proberen te enthousiasmeren. Op de tijd die je nodig hebt om twee keer van je espresso te nippen.

Je kan het interview hier beluisteren.


2/12: Gesprek met Aleksandra Boltovskaja in Leuven

Op donderdag 2 december om 19u presenteert Aleksandra Boltovskaja op de Leuvense letterenfaculteit haar boek Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg, dat ik met veel plezier en gegniffel vertaalde uit het Russisch. We gaan over de Belgische sauzenslurpers in gesprek met elkaar, en met het publiek.

Bij wijze van voorprogramma schetst Daria Dvornikova, doctoraatstudente, een historische achtergrond rond de eerste Russische emigratie (in het Engels).

Toegang is gratis, inschrijving is verplicht, via deze link.

Allerhande besprekingen van het boek vind je hier.

Interview met literair vertaler Aai Prins

Gisterenavond mocht ik in gesprek treden met Aai Prins over haar vertalingen van klassieke en iets minder klassieke Russische literatuur. We hadden het over hervertalingen, duovertalingen, knuffel-Vlamingen, geboortebewijzen, en een tussen duim- en wijsvinger geknelde vinger, en ik stelde ook een woke vraag.

Dit interview werd georganiseerd door het Centrum voor Russische Studies in samenwerking met de Master Literair Vertalen van de KU Leuven. Je kan het hierboven (her)bekijken (de kwaliteit van het geluid overtreft die van het beeld, maar wie zich daaraan stoort is een kniesoor).

Aleksandra Boltovskaja op radio, tv en in ‘de boekskes’ over ‘Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg’

Het boek Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg van Aleksandra Boltovskaja, dat ik voor haar uit het Russisch vertaalde, heeft sinds het twee maanden geleden verscheen heel wat inkt doen vloeien en tongen losgemaakt (toegegeven: in de eerste plaats die van Aleksandra zelf). Om een beetje te kunnen meepraten, zal je je er dus toch vertrouwd mee moeten maken – er is geen ontkomen aan.

Hieronder vind je een overzicht van links naar kranten-, tv-, en radio-interviews, en recensies over het boek. Ik heb ze sterretjes gegeven, zodat je een juiste selectie kan maken (niet alles is even belangwekkend). Naar het schijnt verschijnen er later ook nog interviews in Dag Allemaal en Aktief.

Ik ben uitverkocht (zoete broodjes), maar je boekhandelaar of de uitgever heeft vast nog enkele exemplaren van het boek te koop.

Mijn cadeau voor vrouwendag: ‘De idioot’ van Aleksandra Boltovskaja

Om Internationale Vrouwendag te vieren schenk ik jullie, heel toepasselijk, mijn onderstaande vertaling van het non-fictie-verhaaltje van Aleksandra Boltovskaja ‘De idioot’. Het is een van de teksten die we graag gepubliceerd hadden gezien in haar boek Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg, dat een maand geleden verschenen is bij Borgerhoff & Lamberigts. De uitgever oordeelde daar echter anders over, en in deze hebben we het onderspit gedolven. Nochtans is het, wat mij betreft, een pareltje.

A propos: intussen zijn mijn honderd exemplaren van Sasja’s boek zo goed als allemaal de deur uit – waarvoor grote dank aan alle kapitaalkrachtige lezers. Ik verwijs andere geïnteresseerden dus graag door naar de webshop van de uitgever, of naar je boekhandel (het boek is op dit moment in voorraad in alle 140 Standaard-boekhandels in Vlaanderen). Hier kan je drie verhalen van Aleksandra Boltovskaja lezen bij wijze van voorproef, en hier licht ik een tipje van de sluier op over mijn voorwoord. Emmanuel Waegemans heeft een behoorlijk uitgebreide recensie over het boek geschreven, waarin hij ook aandacht besteedt aan het eerder zeldzame fenomeen ‘geautoriseerde vertaling’.

Dэ idiooТ

Plotsklaps werd ik teruggekatapulteerd naar een voorval dat lang geleden in mijn leven plaatsvond.

Ik ben vijfentwintig, hoogzwanger, en mijn Russische ex (waarmee ik op dat moment getrouwd ben) en ik nemen de bus, in het putje van de winter. We hebben een lange rit voor de boeg. Ik installeer me op een alleenstaand zitje en begin in mijn lievelingsboek te lezen: De idioot van Dostojevski. Boven mij toornt mijn ex uit, en tegenover mij zit een jonge man, met blauwe ogen. Hij draagt een chique berenmuts en slaat aandachtig de scène gade die zich tussen mijn ex en mij afspeelt: ‘Houd ermee op Dostojevski te lezen! Je bent al nerveus genoeg. Dostojevski is schadelijk voor de baby!’ ‘Laat los, ik wil lezen, Dostojevski is helemaal niet schadelijk!’ Mijn ex begint De idioot uit mijn handen te trekken. Plots staat de blauwogige man met de berenmuts recht, neemt hij de krullenkop van mijn ex-man vast en begint hij erin te brullen: ‘Geef haar Do-sto-jev-ski terug!’ Geschrokken laat mijn man het boek los, en zet hij de verdediging in. Na een tijdje staken ze hun worsteling, en beginnen ze een conversatie. Ik vang er flarden van op, zoals dat die jonge man op een gegeven moment tegen mijn man zegt: ‘Bied haar je verontschuldigingen aan, al was het maar pro forma.’

Zoveel jaren later voel ik nog altijd dankbaarheid tegenover die blauwogige nobele onbekende. En nog altijd vind ik het spijtig dat hij heel de weg lang praatte met mijn ex, en niet met mij.  

Bestel nu je exemplaar van Aleksandra Boltovskaja’s boek ‘Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg’

Minder dan een jaar geleden kreeg ik een mail waarin dit te lezen stond:

Вы меня, наверное, не помните. Мы вместе учились на курсах переводчиков в Брюсселе, лет 6-7 назад. Я - Александра, русский переводчик. Я сидела напротив. Курс был на тему "переводы шёпотом". А пишу я вам вот зачем. Дело в том, что последние несколько лет я пишу короткие заметки о жизни в Бельгии. Жизнь в Бельгии изнутри глазами эмигранта. Моя подруга Снежана, которая изучает литературу в КU Leuven, прочла мои заметки и считает, что их можно было бы издать. Для того чтобы местные жители услышали наш голос.

[Allicht herinnert u zich mij niet. We hebben samen een tolkcursus gevolgd, een jaar of zeven geleden. Ik ben Aleksandra, tolk Russisch. Ik zat tegenover u. Het was een cursus fluistertolken. Waarom ik u nu schrijf? Sinds enkele jaren schrijf ik korte aantekeningen over mijn leven in België. Over het leven in België door de ogen van een immigrant. Mijn vriendin Snezhana, die aan de KU Leuven letterkunde studeert, heeft mijn aantekeningen gelezen en vindt dat ze het waard zijn te worden uitgegeven, zodat de mensen hier onze stem kunnen horen.]

Vandaag stopte er een vrachtwagen voor mijn deur, om meer dan honderd exemplaren af te leveren van Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg, het door mij uit het Russisch vertaalde, tragikomische boek van Aleksandra Boltovskaja, over haar cultuurschok in België als Russische immigrante. Die zijn bij lange na niet allemaal voor mij bedoeld, maar vooral voor jullie.

Ik verkoop het boek voor € 22,50, inclusief verzendkosten binnen België (zelfs bol.com kan er niet tegen op). Wie graag een exemplaar wil, mag me een mailtje sturen (pieterboulogne@gmail.com), met vermelding van zijn of haar postadres.

Dit is de blurb (flaptekst) van het boek:

Een Russin over ons land

Als we aan de Russen denken, slaat onze fantasie op hol. We dichten ze een peilloos diepe ziel toe, aders gevuld met wodka en een aangeboren hang naar sterke leiders. Maar hoe kijken Russen eigenlijk naar ons? Dit boek geeft je alvast het sprankelende antwoord van één Russin, een vrouw die met kennis van zaken spreekt: Aleksandra Boltovskaja.

Aleksandra werd geboren in 1966 in Kaliningrad en groeide op nabij Leningrad. In de onzalige jaren negentig, na de implosie van de Sovjet-Unie, leerde ze via briefwisseling een Belgische landbouwer kennen, waarna ze verhuisde naar Limburg, om er met hem te trouwen. Over haar ervaringen als emigrante schreef ze dit tragikomische boek. Het kan gelezen worden als een liefdesverklaring aan haar gastland, België, en als een afrekening met haar moederland, Rusland, maar paradoxaal genoeg is ook het omgekeerde waar. Welkom in het land der sauzenslurpers!

ISBN 9789463933698. Uitgeverij: Borgerhoff & Lamberigts. Softcover. 22×15 cm. 197 pag. €22,99

Voorpublicaties verschenen eerder in de literaire tijdschriften Deus ex machina en Tijdschrift voor Slavische literatuur.

Een tipje over het voorwoord dat ik schreef (jawel, ik heb in Sasja’s boek ingebroken), licht ik hier op.

Met dank aan iedereen die op een of andere manier – door erin te geloven – heeft bijgedragen tot de totstandkoming van dit boek (Eva Parton, Ernest De Clerck, Annelies de hertogh, Sam De Graeve), en natuurlijk in het bijzonder aan de auteur, Sasja.

Pieter Boulogne

‘Ik heb gedood’

In 2003 heb ik een tijdje in Sint-Petersburg gewoond, als uitwisselingsstudent. Het was een fantastische tijd, maar sindsdien loop ik rond met een ei dat ik maar niet gelegd krijg. In 2006 heb ik het plan opgevat om over dat ei (zwart en gedrochtelijk) een stripverhaal te maken, maar ik ben niet verder geraakt dan deze pagina:

“Une occasion manquée se retrouve, tandis qu’on ne revient jamais d’une démarche précipitée,” schrijft Pierre Choderlos de Laclos (weliswaar in een ietwat andere context). Ik heb een nieuwe gelegenheid gevonden om mijn ei alsnog te leggen. Daarvoor heb ik wel moeten inbreken in het boek Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde en trouwde met een Belg van Aleksandra Boltovskaja, dat vandaag of morgen verschijnt.

Ik schreef er een lang voorwoord voor, waarin ik alles uit de doeken doe. Zoals Raskolnikov, de held van Dostojevski’s Misdaad en straf, nadat hij dat oude kreng en haar halfwijze zus Lizaveta met een bijl heeft afgemaakt, de aarde kust, neerbuigt voor de mensheid en zegt ‘ik heb gedood’.

PS: Je kan nu bij mij een exemplaar bestellen. Alle info vind je hier.

Het beeld van de Russische beer in het Westen en in Rusland (online-lezing)

Samen met mijn collega Luc van Doorslaer (University of Tartu, KU Leuven) hield ik gisteren voor het Centrum voor Russische Studies (KU Leuven) een online-lezing over het beeld van de Russische beer in het Westen en in Rusland. Wie er niet bij kon zijn, maar wel graag Russische beren ziet (vanaf een veilige afstand), kan hieronder de opname van de lezing bekijken. Met dank aan Anna Sashchenko, coordinator van het Centrum voor Russische Studies.

Deze lezing is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Russian bears on the move, or how national images are transferred’ dat Luc van Doorslaer en ik geschreven hebben voor het recent verschenen boek Transfer Thinking in Translation Studies: Playing with the black box of cultural transfer. Hier is daarvan de abstract:

This chapter studies how animal images are socially constructed as representations of national or cultural identity, and how they function when they are transferred to other linguistic and cultural areas. While symbol and image attribution are essentially variable and changeable, they potentially carry a high degree of national and cultural image projection. The case study under investigation is that of the bear, which has been used as a symbol for several countries, regions and other collectivities. Whereas features such as wildness and strength often reappear, a bear can also be associated with softer characteristics such as kindness and friendliness. This chapter analyzes the different adaptations of the bear in relation to Russia. On the one hand, especially in the West, a negative hetero-image was/is used, mainly in a context of armed conflicts and geopolitical tensions, and on the other, in today’s Russia, positive auto-images are used, for instance in the logo of the political party United Russia. These diverging contextualizations and interpretations illustrate the flexibility of image attribution through cultural, geographical or temporal transfer.

Drie verhalen van Aleksandra Boltovskaja in Tijdschrift voor Slavische Literatuur

In het laatste nummer van Tijdschrift voor Slavische Literatuur, dat nu ongeveer ter perse gaat, staan drie nieuwe, door mij uit het Russisch vertaalde verhalen van Aleksandra Boltovskaja: ‘De muskusratbonten muts’, ‘Mijn moerastijd’ en ‘Tante Sjoera’. Daarin vertelt ze over het tv-programma Exotische liefde, haar moerassige jeugd in een Sovjetgat bij Leningrad en een kordate buurvrouw aan wie ze als kind plechtig beloofde nooit te zullen trouwen.

Je krijgt ze binnenkort in je brievenbus, als je tenminste geabonneerd bent op Tijdschrift voor Slavische Literatuur. Als dat niet het geval is, kan je ook gewoon bij mij het boek van Aleksandra Boltovskaja kopen, binnen een dikke maand (ofzo). Ik kom er vermoedelijk nog wel eens op terug (heb honderd exemplaren te slijten).

Voorproefje?

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is tsl85.jpg
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is cover.-aleksandra-boltovskaja.png

Voorproefje van Aleksandra Boltovskaja’s boek ‘Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde (en trouwde met een Belg)’

In het voorjaar van 2021 brengt uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts een boek uit met aantekeningen van Aleksandra Boltovskaja over haar leven in België als Russische emigrante. Ik vertaalde het uit het Russisch.

Bij wijze van voorproefje vind je hieronder de blurb (flaptekst) en drie verhalen, die eerder gepubliceerd werden in het literaire tijdschrift Deus Ex Machina.

De blurb

Als we aan de Russen denken, slaat onze fantasie op hol. We dichten ze een peilloos diepe ziel toe, aders gevuld met wodka en een aangeboren hang naar sterke leiders. Maar hoe kijken Russen eigenlijk naar ons? Dit boek geeft je alvast het sprankelende antwoord van één Russin, een vrouw die met kennis van zaken spreekt: Aleksandra Boltovskaja.

Aleksandra werd geboren in 1966 in Kaliningrad en groeide op nabij Leningrad. In de onzalige jaren negentig, na de implosie van de Sovjetunie, leerde ze via briefwisseling een Belgische landbouwer kennen, waarna ze verhuisde naar Limburg, om er met hem te trouwen. Over haar ervaringen als emigrante schreef ze dit tragikomische boek. Het kan gelezen worden als een liefdesverklaring aan haar gastland, België, en als een afrekening met haar moederland, Rusland, maar paradoxaal genoeg is ook het omgekeerde waar. Welkom in het land der sauzenslurpers!

Hoe ik het plan van mijn moeder saboteerde

Mijn ouders zijn gescheiden toen ik amper drie jaar oud was. Mijn vader wilde helemaal niet scheiden. Hij achtervolgde mijn mama tot in Kaliningrad, waar ze naartoe verhuisd was, en gedurende een aantal jaar leefde hij in hetzelfde appartement als wij, als buurman, achter een wandje. Ik weet nog dat ik met mijn vader erg te doen had. ’s Morgens sloop ik zijn kamer binnen, en fluisterden we elkaar geheimpjes toe. Ik weet nog dat mijn moeder in die halfduistere kamer een gesprek met mijn vader voerde, terwijl op de radio mistroostige cellomuziek speelde. Er rolde een traan over vaders wang. ‘Je bent dus in staat iemand kapot te maken?’ ‘Kennelijk wel,’ antwoordde mijn moeder zonder scrupules. ‘Waarom huil je?’ vroeg ik. ‘Maakt die muziek je soms verdrietig?’ ‘Ja, het komt door die muziek.’ Daarna ging hij weg. Mijn vader missen vrat aan mij. Ik verweet mezelf dat ik niet genoeg van hem gehouden had toen ik hem nog binnen handbereik had, achter dat wandje.

Mijn hele jeugd lang weerklonk het refrein van mama’s lievelingslied: ‘Het huwelijk is een weerzinwekkend instituut!’ Toen ik twintig werd, voegde ze er een thema aan toe: ‘De essentie is dat je een kind maakt, en dan bedankt en de groeten! Aan mannen heb je hoe dan ook geen enkele hulp.’ Mijn moeder is arts, ze is goedhartig en ontwikkeld, leeft mee met zieke mensen en straathonden, maar tussen haar en het huwelijk heeft het nooit geboterd.   

Toen ik wat ouder werd, las ik bij Margaret Mitchell dat iedere moeder bewust of onbewust het verlangen koestert dat haar dochter in haar voetsporen zou treden. Dat is precies wat ik heb gedaan.

Mijn eerste huwelijk was vanaf dag één ten dode opgeschreven, maar hoewel ik de tragische afloop voorvoelde, liep ik in rechte lijn mijn ongeluk tegemoet, net een auto met kapotte remmen. Niet alleen pasten we noch uiterlijk, noch innerlijk bij elkaar, ook werden we al van het prille begin geteisterd door allerhande tegenslagen. Mijn man en ik raakten op hetzelfde ogenblik onze baan kwijt. Meteen daarna raakte ik zwanger, terwijl de onzalige jaren negentig al om de hoek piepten. En toen kreeg ik het boek Je kunt je leven helen van Louise Hay in handen. Ik onthield er maar één zinnetje van, maar het zette mijn voorgeprogrammeerde brein helemaal op zijn kop. Hier heb je het: ‘Als je ontevreden bent met je leven of jezelf, stel je dan iets voor waarmee je wel tevreden kunt zijn, wens het uit alle macht, richt je wens tot de ruimte, en de krachten van het heelal komen je te hulp gesneld!’ Dat was nog niet alles. Je moest ook actie ondernemen, niet enkel maar dromen, en uitzinnig blij zijn dat je wensen spoedig gingen uitkomen.  

Toen heb ik zo hard ik maar kon iets gewenst. Mijn wens was eenvoudig: ik wilde het door mijn moeder uitgedokterde plan saboteren, door een gezin te stichten. Ik wilde iemand tegenkomen die ik niet als een zoontje zou moeten bemoederen, maar een man, een vriend, misschien zelfs de vader die ik heel mijn leven lang zo heb gemist. Ik stelde mij hem voor, riep hem aan, en soms geloofde ik dat in mijn brievenbus al een brief van hem op mij lag te wachten. Al die tijd bleef mijn ex in de aangrenzende kamer wonen, precies zoals mijn eigen vader lang daarvoren had gedaan. Ik voelde me rustig en evenwichtig. Ik verspreidde zelfs het gerucht dat ik al iemand was tegengekomen. Zo verkondigde ik het ook tegenover mijn ex: ‘Ik ben al iemand tegengekomen.’ Diezelfde dag ontving ik een brief van mijn vader. Ik herinner me als de dag van gisteren hoe mijn ex die brief uit de bus haalde en hem rennend in een vlaag van jaloezie openscheurde, terwijl ik hem op de trap achterna naliep.  

De rest ging vanzelf. Op een bepaald ogenblik begon de Sint-Peterburgse krant Soroka een rubriek met advertenties voor PenPals, terwijl ik maar al te graag met iemand in het Engels wilde corresponderen. Ik had altijd al graag brieven geschreven, en was net beginnen bijverdienen met het geven van Engelse les. Een pennenvriend kon ik wel gebruiken! Eerst correspondeerde ik met een Noor, daarna besloot ik om zelf een advertentie te plaatsen. Al snel werd ik bedolven onder brieven uit alle hoeken van de wereld! De briefschrijvers waren allemaal mannen. Tot de eerste zwerm zwaluwen behoorde de brief van een man die ik bij mezelf ‘the Belgian farmer’ doopte. De brief was kort en kundig geschreven. Zijn tweede brief bevatte een zelfgemaakte prentkaart met gedroogde kersenbloesems die hij op rood karton had geplakt, en een fotootje – zodra ik er een blik op wierp, begreep ik dat dit mijn toekomstige man was.

Tijdens mijn adolescentie was ik er in mijn naïviteit vanuit gegaan dat ik alleen maar zou kunnen trouwen met iemand die van Dostojevski, Mozart en nog een hoop andere dingen hield. Op mijn twintigste had ik mijn lijstje nog aangevuld met de rockmuzikant Boris Grebensjtsjikov. En daar stond ik dan met een Belgische landbouwer.  

Een gewone man, zonder pathologische kenmerken. Dit was geen kalverliefde, maar de doordachte beslissing van een volwassen vrouw, die moe was. Zoals een paard moe wordt dat als veulen al wordt geslagen en opgeladen, en daarbij te horen krijgt: ‘Kijk eens om je heen! We lopen allemaal in het gareel. We zijn allemaal knollen die met zakken aardappels over een modderpaadje lopen te zeulen. Je raakt het wel gewend. Het hoort nu eenmaal bij het leven.’    

De trap

‘Op reis ga je ofwel voordat je kinderen krijgt, ofwel erna,’ zei mijn man. ‘Zie je trouwens niet dat ik mijn handen vol heb met ons Huis? Als het allemaal af is en de kinderen groot zijn, dan gaan we op reis.’

Ik knikte en keek aandachtig om mij heen. Ons Huis was groot, onaf, met de droevige charme van de oude tijd, die me altijd al aangetrokken had, al sinds ik een klein kindje was, boekjes van Dickens las – oude uitgaven, met prentjes erin. Die schoorstenen met hun eiken mantels, waarop oude schoorsteenklokken toornden, hun slagen, die zoldering van eiken balken, verdonkerd door de tijd… Driehonderd jaar geleden was dit Huis een klooster geweest, en daarna had het onderdak geboden aan een burgemeester. Joost mag weten welke drama’s zich binnen deze muren hebben afgespeeld, welke smeekbeden deze gewelven en deze ruwe muren zich nog herinneren. De muren zijn dan wel vervangen, alles is afgebroken en baksteen per baksteen opnieuw opgebouwd, maar de energie is gebleven. 

Op twee en een half uur rijden had je Parijs, Berlijn en Wenen. Iets verder lagen Londen, Venetië, Rome en Milaan, Madrid en Barcelona. Ze loerden min of meer om de hoek, die aanlokkelijke steden die ik vroeger enkel was tegengekomen in boeken en die ik zo hartstochtelijk graag wilde bezoeken.  

Nu leefde ik zelf in het hartje van Europa, in het glanzende Koninkrijk België. Dat piepkleine landje lag daar op een zilveren schoteltje met zijn neus in de boter tussen Parijs en Berlijn.

Maar mijn man kon het allemaal worst wezen! Omdat hij hier geboren was, was hij het allemaal gewoon en wond hij zich er niet over op. En ik die had gedacht dat hij me meteen na ons trouwfeest Parijs zou laten zien, of toch op zijn minst enkele Belgische steden. Ik had hem toch ook mijn stad laten zien, toen we nog verloofd waren! Maar dat deed er niet toe. Mijn man had genoeg aan ons Huis, zijn ‘hoogstpersoonlijke koninkrijkje’. Zoals hij voor ons huwelijksfeest ’s weekends met zijn kruiwagen in de weer was geweest om bakstenen te verslepen, zo ging hij ook daarna verder. Net Knor uit het sprookje De drie biggetjes. Met dat verschil dat huizen in sprookjes snel af raken. Terwijl onze verbouwingen maar bleven voortduren, ze strekten zich uit over een heel mensenleven.  

Jawel, ook ik begon te helpen bij de verbouwingen. Zo lang het me lukte, want ik raakte al snel zwanger. Daarna kregen we kinderen, en de bouw ging verder in een slakkengang. Beetje bij beetje kreeg ik aan dat Huis van ons een bloedhekel. Ik kreeg het gevoel uit alle hoeken en gaten aangestaard te worden door schimmen uit het verleden: hardvochtige nonnen, moeder-oversten, de burgemeester en zijn eerbare echtgenote, die me over van alles en nog wat verwijten maakten, over mijn kinderachtigheid, mijn gebrek aan kracht, mijn ochtendmisselijkheid en -tranen.

Ik moest en zou me van die muren losrukken. Er tussenuit knijpen. Om de een of andere reden dacht ik toen dat andere stellen de ene reis na de andere maakten! Ik snakte naar adem in dat Huis.

Toen herinnerde ik me dat ik vroeger ook zo gestemd was geweest, toen ik thuis, in Rusland leefde, onder een dak met mijn moeder. ‘Ik voel me hier gevangen,’ zo beklaagde ik me tegenover mijn man. ‘Je zit niet hier gevangen, maar in jezelf,’ antwoordde hij. ‘Heb geduld, zodra het huis af is, gaan we op reis.’

Maar ons Huis was allesverslindend: het slokte cement op, zand, bakstenen, platen en panelen, dakpannen, parket, nieuwe ramen, een trap naar de bovenverdieping, terrastegels,… Mijn man bouwde alles met hoogwaardige materialen: ieder stukje schrijnwerk vroeg om eik, alle beglazing moest dubbel, en op de grond kon niets anders komen te liggen dan parket met vloerverwarming.      

Er verstreken jaren waarin de verbouwingen aan ons Huis zo traag vorderden dat het voor mij glashelder werd dat een mensenleven zich sneller voltooit. ‘Is dat soms wat ik wilde?’ vroeg ik me af. ‘Dat het leven voorbij gaat als een droom, en ik hier verslijt zonder iets te hebben gezien of gekend?’

Toen begon ik zelf een leven te leiden, zonder het einde van de werf af te wachten. Ik vond een baan waarvoor ik op verschillende plekken kwam en mensen ontmoette, ik vond bezigheden die me voldoening gaven, en ’s avonds keerde ik tevreden terug naar ons Huis, dat mij niet langer vijandig gezind was, maar een levend thuis werd.

Toen ten lange leste de eiken trap naar de bovenverdieping geleverd en geplaatst was, met zijn ronde balusters en gekrulde leuning, ging ik erbij staan. Ik streelde zachtjes de leuning en fluisterde ons Huis toe: ‘Ben je nu blij, oudje? Ook ik heb een eigen trap, in mijn hoofd. Onzichtbaar voor het oog, maar hij is er wel. Ik klim erop met dezelfde opstandigheid als de fantast Baron von Münchhausen op zijn kanonskogel in de Sovjetfilm The Very Same Munchhausen, wanneer hij naar de maan vliegt om te bewijzen dat hij wel degelijk Münchhausen is: ‘Glimlach toch, dames en heren, glimlach! Jullie zijn veel te ernstig! Het is met zulke ernstige gezichten dat we op Aarde al onze stommiteiten begaan.’  

De kunst van het overleven

Wie kinderen heeft, denkt dat er na de dood van een kind onmogelijk nog kan worden geleefd. Zo denkt wie zelf geen kind verloren heeft. Want zoiets kan niemand zich voorstellen. Dat is het verschrikkelijkste, ondragelijkste, afschuwelijkste wat je als ouder maar kan meemaken. Als zoiets gebeurt, dan wordt het stil. De verweesde ouder kan alleen maar overleven. Overleven, maar niet leven.

Welnu, beste lezers, jullie hebben het mis. Ook na zo’n rampspoed is er leven. Dat zeg ik jullie als moeder die een dochter verloren heeft. Begraven heeft. Hoewel ik op dat moment, wanneer ik haar zo koud zag liggen, met gekruiste armen, met voor altijd gesloten ogen, niet kon geloven dat dit mij overkwam, ik weigerde te geloven dat dit een feit, werkelijkheid was.         

Ik zei mezelf: nee, dit klopt niet, dit is niet zij. Dit is niet mijn Emilia. Dit is een leeg omhulsel, haar ziel is weggevlogen, die heeft wat anders te doen. En wat ik moet doen, dat is mij herpakken en verder gaan met het leven. Niet overleven, maar leven. Horen jullie dat? Leven!!! Al is het dan verweesd. Al is het dan van haar gescheiden. Maar wel leven. En zelfs redenen vinden om blij te zijn. In de wetenschap dat al onze scheidingen van korte duur zijn. Dat er een moment komt waarop alle dierbaren en geliefden elkaar opnieuw zullen ontmoeten, herkennen, samen zijn. Maar voorlopig moeten wij moedig onze taak des levens uitvoeren, niet eeuwig treuren. 

 
Op de dag van de begrafenis bekeek ik het hele gebeuren als vanop een zijlijn. Daar stonden ze dan, mijn aangetrouwde familieleden: mijn schoonmoeder Yvette, mijn schoonbroer, net Van Eyck, met zijn vrouw en drie zonen, mijn schoonzus Arlette en haar man Adolf, militair op rust. Een grote familie: verre tantes en ooms, die ik van haar nog pluim kende, maar met een onderling vriendschappelijke omgang, hoopten daar aan de linkerzijde van de tafel bijeen. Mij kwam niemand iets zeggen, ik zat in de rechterhoek, omringd door mijn Russische vriendinnen. Deze rampspoed trof hun familie, en ik was niemand, een aangetrouwde Russische, een fokkoe. Zoals ik twintig jaar geleden, toen ik met hun zoon, broer of neef trouwde niemand was, zo ben ik ook vandaag niemand. In die kudde Vlamingen ben ik een vreemde eend in de bijt gebleven. Als ik dat niet vanop afstand bekeken had, alsof dit niet toen, dan en met mij gebeurde, dan zou het me erg hebben gekwetst. Misschien zou mijn hart ervan hebben gebloed.       

Maar ik weet dat het de gewone gang van zaken is, dit heeft niets met mij te maken. En als het toch met mij te maken heeft, dan nog heb ik dit pad zelf gekozen. Dan had mijn ziel die wrange ervaring, die pijn, die beproevingen nodig. Ik weet: niets gebeurt zomaar, toevallig, god zendt ons zo veel beproevingen als onze zielen kunnen uithouden. Niet meer en niet minder.

Het is februari, in onze streek de meest winderige maand. Stormen en rukwinden volgen elkaar in ijltempo op. Ze zijn met velen en zijn zo sterk dat ze zelfs namen hebben gekregen. Twee weken geleden tierde de storm Chiara, gisteren Dennis, en volgend weekend is het de beurt aan Ellen – net afleveringen van een televisieserie. Op het huis, als op een schip in volle zee, beuken natuurkrachten in. De regen striemt en de wind huilt in de ramen, als een wild dier, velt bomen, breekt waslijnpalen, verbrijzelt vensterglas. Enorme bomen met zware stammen worden met wortel en al uitgerukt, en enkel tegen de aarde aangedrukte zwakke sprietjes halen het. Het lijkt wel alsof de aarde zelf op het punt staat open te scheuren en onder onze voeten weg te zinken. ‘Het leven dat daarnet nog naar rechts slingerde, slingert nu naar links’.

Ik ben een zwak sprietje, ik zal volhouden. Als ik in de herfst verdor en ’s winters afsterf, weet dan: in het voorjaar steekt mijn ziel opnieuw de kop op!    

PS: Je kunt nu bij mij een exemplaar bestellen. Alle info vind je hier.