Categorie archief: Uncategorized

Vlaams minister van Onderwijs krijgt parlementaire vraag over de opschorting van Slavistiek

Tijdens de commissievergadering van het Vlaams Parlement van 19 januari 2017 kreeg de minister van onderwijs Hilde Crevits (CD&V) van Paul Cordy (N-VA), Tine Soens (sp·a) en Ann Brusseel (Open Vld) vragen over de opschorting van de opleiding Slavistiek en Oost-Europakunde (KU Leuven).

“Paul Cordy (N-VA)
We konden vernemen dat de faculteit Letteren van de KU Leuven volgend academiejaar de opleiding Slavistiek en Oost-Europakunde schrapt. De redenen daarvoor zijn een tekort aan studenten – er zijn er slechts twaalf – maar ook de ontoereikende financiering voor de hele faculteit, die dan leidt tot een herstelplan waarbij natuurlijk de kleintjes sneuvelen.

Op zich zou je kunnen zeggen dat een kleine richting niet zo erg is. Anderzijds is de expertise qua taalkunde, economische kennis enzovoort, die in een richting Oost-Europakunde wordt opgebouwd, voor onze samenleving toch niet onbelangrijk. Het gaat om een voor ons zeer belangrijke regio. We moeten erover waken dat dit fenomeen niet zal uitbreiden naar andere kleine opleidingen, bijvoorbeeld Arabistiek. Op die manier verliest onze samenleving toch heel wat kennis, vooral omdat die dan verspreid geraakt.

Ik weet dat universiteiten zelf bepalen welke opleidingen ze aanbieden, maar er bestaat toch een bezorgdheid. We mogen die expertise niet verloren laten gaan.

Hoe kunnen we erover waken dat opleidingen die niet voldoen aan de rendementseisen van het marktdenken, maar toch een intellectuele verrijking bieden én een specifieke expertise opleveren, blijvend kunnen worden aangeboden?”

[…]

“Tine Soens (sp·a)
Minister, ik heb dit probleem al eerder in deze commissie aangekaart, ik denk een tweetal jaar geleden. Helaas is mijn vrees van toen nu ook uitgekomen. Een van de opleidingen waarnaar ik toen in mijn vraag verwees, de opleiding Slavistiek, zou nu worden afgeschaft of bevroren.

Het interne allocatiemodel werd toen aangehaald als een mogelijk probleem. Als ik me niet vergis, zou daar een evaluatie van worden gepland. Hoe zit het daarmee? Ik wil vanuit onze fractie er de aandacht op vestigen dat mensen die worden opgeleid in en kennis hebben van een regio, met bijvoorbeeld een focus op Rusland of de Arabische wereld, vandaag steeds belangrijker worden. Ik neem er even mijn andere commissie, die van Buitenlands Beleid, bij. Dan zie ik dat wij dergelijke mensen zeker nodig hebben om wat er vandaag in de wereld allemaal aan het gebeuren is, te kunnen plaatsen. Ook al zijn het kleine richtingen, ze zijn wel van maatschappelijk groot belang. Ik pleit ervoor dat we er aandacht voor hebben dat dergelijke expertise in Vlaanderen niet verloren gaat.”

[…]

“Ann Brusseel (Open Vld)
Minister, het is inderdaad de verantwoordelijkheid van de universiteiten. Ze organiseren hun studieaanbod zelf. Het kan interessant zijn om hierover van gedachten te wisselen met de universiteit in kwestie, zeker haar zeer mooie slogan indachtig: ‘Ontdek jezelf. Begin bij de wereld.’ Als men verder gaat om in de Letteren en Wijsbegeerte zo het mes te zetten, zou dat kunnen verworden tot: ‘Ontdek jezelf. Begin bij West-Europa.’ Zoals collega Soens zegt, moeten we in Vlaanderen voldoende experten opleiden om de wereld te kunnen begrijpen. Mijn Chinees is niet afdoende en ik heb me zo zwaar verdiept in het Latijn, maar geen kat spreekt dat nog op aarde. Dat valt een beetje tegen dan.

De klacht die mij bereikte van de studentenvertegenwoordigers, is ergens terecht. De Codex Hoger Onderwijs stelt nochtans wel dat het strategisch beleid van een instelling een punt van participatie is van de studenten. Nu zijn ze ingelicht nadat de beslissing genomen werd. Dat is een beetje spijtig. Daarom zijn zij teleurgesteld.

Een ander probleem dat ik wil aankaarten, is dat bepaalde faculteiten wat sneller onder de loep genomen worden voor bezuinigingen dan andere. Ik vind elke faculteit evenwaardig, ook deze die op het eerste gezicht minder economisch rendement opleveren maar die indirect wel renderen. Het is gemakkelijk om u te richten op toegepaste wetenschappen of om economische faculteiten beter te steunen, maar de geesteswetenschappen zouden zich niet telkens zo zwaar moeten verantwoorden voor het feit dat ze ook aan kennis doen.

Ik zie in een documentje dat ik kreeg, dat er niet alleen in slavistiek wordt gesnoeid maar ook in archeologie, musicologie en algemene taalwetenschap en dat er bijvoorbeeld geen opvolging komt voor een deeltijds ambt Griekse taalkunde. Griekse taalkunde is niet zo eenvoudig, beste collega’s. Het deed mijn hart een beetje bloeden dat opnieuw de Letteren en Wijsbegeerte slagen krijgt. Daarom denk ik dat het interessant is om daarover te praten.”

Bron: https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1105129/verslag/1107849https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1105129/verslag/1107849

 

Kerstboodschap: De Twaalf

Vanavond en morgen vieren velen onder ons Kerstavond en Kerstmis (de Russen nog niet, die hebben meer geduld). Het is een dag waarop we de wapens neerleggen, waarop we ons bezinnen over het geweld …

Bron: Kerstboodschap: De Twaalf

Opiniestuk Taal- en Regiostudies: Het afschaffen van de richting Slavistiek is tekenend voor de krimpende Vlaamse blik

Bron: De Morgen Arabisten, Japanologen, Sinologen en Slavisten van de KU Leuven laten hun stem horen naar aanleiding van het afschaffen van de richting Slavistiek en Oost-Europakunde. 23 december 2…

Bron: Opiniestuk Taal-en Regiostudies: Het afschaffen van de richting Slavistiek is tekenend voor de krimpende Vlaamse blik

Laten we praten, geachte rector, over onze toekomstige studenten die kiezen voor de wereld

Citaat uit De Standaard: “We doen een poging om de vakken en de inhoud van de opleiding slavistiek aantrekkelijker te maken’, zegt Torfs. ‘In de huidige vorm trekken zij niet veel studenten m…

Bron: Laten we praten, geachte rector, over onze toekomstige studenten die kiezen voor de wereld

Our students in documentary Checkpoint Rusland

In the new documentary of Jan Balliauw, Checkpoint Rusland, four of our students, Charlotte, Hanne, Yaël en Thijs, give their views on the current situation. As true region specialist and Erasmus s…

Bron: Our students in documentary Checkpoint Rusland

Interview met Radio 1 over afschaffing van Slavistiek aan KU Leuven

kuleuven Herbeluister het interview van Pieter Boulogne over de afschaffing van Slavistiek aan de KU Leuven in het kader van radioprogramma De wereld vandaag op Radio 1.

#ontdekjezelfbeginbijwesteuropa

Finis slavisticae

Droef nieuws: op 20 december 2016 werd op een bijzondere vergadering van de Leuvense Faculteit Letteren de beslissing bekendgemaakt om in het kader van het facultaire herstelplan de opleiding Slavi…

Bron: Finis slavisticae

Paustovski is dood, lang leve Paustovski! Recensie van Goudzand

phpThumb_generated_thumbnailjpg.jpgGoudzand. Verhalen, dagboeken en brieven van Konstantin Paustovski (vert. Wim Hartog). G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2016, ISBN 9789028261228 / 670p.

De auteur is dood

Konstantin Paustovski is gestorven in 1968. De ironie van het lot wil dat Roland Barthes in datzelfde jaar zijn beroemde essay ‘La mort de l’auteur’ publiceerde, waarin hij breekt met de tendens van literatuurwetenschappers om boeken te interpreteren vanuit de biografie van de auteur. In het geval van Paustovski is deze neiging nochtans zeer te begrijpen en wellicht zelfs onvermijdelijk. De Sovjetschrijver dankt zijn faam namelijk aan zijn memoires. Met zijn zesdelige biografie Verhaal van een leven, dat door hedendaagse literatuurwetenschappers wordt gelabeld als neosentimentalisme, veroverde hij vanaf de jaren zestig de harten van Nederlandse en Vlaamse lezers.

Een mooi bewijs van de interesse die Paustovski’s lezers voor zijn persoon ontwikkelen, is de Nederlands-Belgische fanclub die al twee decennia actief is. De Vereniging Konstantin Paustovskij is niet alleen een leesgroep, maar organiseert ook reizen naar plaatsen waar Paustovski, een verstokt reiziger, heeft vertoeft. Zo stond in 2015 een reis op het programma met de naam ‘De Krim en Moskou, bezoek aan plekken waar Paustovskij graag werkte en verbleef’. Alsof dat nog niet genoeg was, krijgt Barthes van uitgeverij Van Oorschot een nieuwe gelegenheid om zich om te keren in zijn graf. De nieuw samengestelde, dikke turf Goudzand draait namelijk van a tot z om de persoon van Paustovski. De auteur wordt tot leven gewekt aan de hand van een groot aantal chronologisch gerangschikte verhalen, dagboekaantekeningen en brieven van zijn hand, waarvan het gros nu voor het eerst in vertaling verschijnt.

Goudzand opent met ‘In het kort iets over mezelf’. Deze drie bladzijden vormen meteen een uitzondering op de regel dat de geselecteerde teksten chronologisch worden geordend en zijn voorzien van duidelijke datering. Hoewel Paustovski deze tekst al in 1937 publiceerde (maar dat kom je in Goudzand niet te weten), toen zijn leven nog voor hem lag, is die uitstekend bruikbaar als voorwoord bij deze bloemlezing. Het thema is namelijk ‘het verhaal van je leven’, dat je als schrijver ‘beetje bij beetje in je boeken verstrooit’. Bovendien vat deze tekst de familiale voorgeschiedenis van de protagonist samen en worden, in dezelfde adem, enkele belangrijke thema’s van Goudzand aangereikt: de houding van de schrijver tegenover revolutie en oorlog, reizen en schrijven.

Het ‘vrouwelijke element’

Wel ontbreekt in het voorwoord de aankondiging van de rode draad die Paustovski’s zoon Vadim ‘het vrouwelijke element’ noemt: de lyrische verliefdheden waarin de onverbeterlijke romanticus zich wentelt. Soms zijn ze aandoenlijk, zoals wanneer hij via de verpleging briefjes bezorgt aan zijn gehospitaliseerde echtgenote, maar op andere momenten zijn ze een beetje misselijkmakend (‘Je twijfelt alsmaar of ik wel genoeg van je hou terwijl ik niet eens in woorden weet uit te drukken hoe oneindig veel en aandoenlijk ik van jou hou, mijn tedere vrouw en de enige mens die ik heb op de wereld’). Niets menselijks is Paustovski vreemd – op overspel volgt behalve zelfkastijding ook zelfrechtvaardiging. Op bejaarde leeftijd inspireren Italiaanse nonnetjes Paustovski tot de aantekening:

De jonge nonnen deden schuchter aan en moesten vaak blozen. Zelfs van een korte maar nadrukkelijke mannenblik liepen zij al rood aan en kregen zij een extatische glans in hun ogen.

De drie vrouwen met wie Paustovski getrouwd is geweest, respectievelijk Jekaterina Zagorskaja (‘mijn lieve, kleine Krol’), Valeria Vasiljevskaja (‘mijn klein lief diertje’) en Tatjana Jevtejeva (‘Tanjoesja, mijn vreugde’), spelen niet alleen een centrale rol in de brieven van Goudzand zelf, aan hen heeft het boek ook zijn opdeling in drie delen te danken, die overeenstemmen met de periodes 1914-1935, 1936-1948 respectievelijk 1950-1968.

Oorlogen

De eerste teksten van het eerste deel spelen zich af in 1914, toen Paustovski nog maar tweeëntwintig jaar oud was. Hij dient als ziekenverzorger. De Wereldoorlog bestaat in eerste instantie uit poëtische indrukken (‘een koude, heldere zonsondergang die de beschadigde gebouwen liefkoost’), boeken, films, theekransjes en flirts met verpleegsters, tot hij in 1915 zijn ware gelaat laat zien:

Daarna verbonden wij een jongetje. Hij lag op een van de bedden en droop van het bloed. De kussens, de lakens, de matras, alles was kleverig en heel helder rood. Ik knipte zijn laarzen stuk. Het bloed stroomde over mijn handen en op mijn uniformjasje. Zijn beide benen waren verbrijzeld, uit de wonden vloeide een mengsel van bloed en verbrijzelde botten.

De jonge Paustovski wordt bevangen door angst om naar het front te worden gestuurd en er te sneuvelen. Vertroosting vindt hij in zijn verheven gevoelens voor zijn teerbeminde Katja.

Interessanter wordt het wanneer de revoluties uitbreken. Paustovski’s dagboekaantekeningen over de Februarirevolutie zijn onheilspellend:

heel het leger was als bevangen door hysterie en epileptische aanvallen en in de groenige, pokdalige gezichten, de hese blaffende stemmen, de bezeten kreten en de tomeloze boetedoening werd opeens het mismaakte, muitende, tomeloze Rusland uit de tijden van Ivan de Verschrikkelijke zichtbaar dat, zichzelf kastijdend en tegelijk Christus lasterend, als aan het kruis genageld in de naakte velden lag waar met wolvengehuil oorlog werd gevoerd en waarboven een slaperig morgenrood met een kleur van zure kersen aan het rijpen was.

Uit latere geschriften blijkt dat Paustovski in de zomer van 1919, tijdens de burgeroorlog die op de Oktoberrevolutie volgde, met het plan speelde om te vluchten naar Frankrijk. In 1920 is de toon waarmee hij over de Sovjets schrijft scherper dan scherp: ‘De mensen zijn weer lijfeigenen. Zelfs minder dan dat: het is “tuig”, vee waar ieder uur de zweep over moet’.

Na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, de revolutie en de burgeroorlog kan Paustovski de Tweede Wereldoorlog, waarin hij als oorlogscorrespondent verslag uitbracht van het zuidelijke front, wel plaatsen:

Na de oorlog, die van 1914, leek ik het leven aan het front volledig vergeten te zijn, maar blijkbaar kan ik mij oudergewoonte gemakkelijk en trefzeker in een heel gecompliceerde situatie oriënteren en blijf daarbij heel kalm en calculeer eerst alles exact in.

Opmerkelijk in het licht van de actualiteit is zijn euforische verslaggeving over de bevrijding van de Krim. De laatste woorden daarvan luiden: ‘Nu is deze voorgoed voor ons’. Je vraagt je onwillekeurig af wat Paustovski van de recente ‘bevrijding’ van de Krim zou gevonden hebben.

Het literaire leven in de Sovjet-Unie

Voor wie geïnteresseerd is in het literaire leven van de Sovjet-Unie bevat Goudzand een schat aan informatie. De sceptische, soms ronduit depressieve toon waarop Paustovski in zijn dagboeken en brieven schrijft over de Sovjetliteratuur, steekt schril af tegen het (door de Sovjetoverheid afgedwongen) optimisme waar zijn bij leven uitgegeven werk van doordrongen is.

Op literair gebied was Paustovski veeleisend voor zichzelf en voor anderen. In februari 1917 vond hij een literair symposium ‘achterhaald, ouderwets en niet opwindend’. De bolsjewieken brachten geen zoden aan de dijk, ook al zorgden ze wel voor de nodige opwinding. ‘Alleen al die ene versregel van Verlaine, “Les sanglots longs des violons de l’automne”, is meer dan heel de productieve arbeid van alle socialistische, federale, rode en Sovjetrepublieken bij elkaar,’ zo noteert Paustovski in 1920. Hij is gedegouteerd door de wortel die voor de neus van de schrijvers wordt gehangen. Hij voelt de druk om te collaboreren toenemen: ‘Heer, laat deze kelk aan mij voorbijgaan’. Ironisch genoeg schrijft hij een paar jaar later aan zijn vrouw enthousiast dat hij als personeelslid van de Unie van Coöperaties van Abchazië toegang heeft tot exclusieve voedselverdeelwinkels. Paustovski slaagt erin om zichzelf niet volledig te verkopen aan het regime en toch in leven te blijven.

Terwijl de periode van de Nieuwe Economische Politiek nog veel vrijheden bood, breekt in 1928 een lastige periode aan voor de schrijver Paustovski. ‘In de literatuur heerst een doodse stilte.’ Bijzonder irritant vindt hij de proletarische schrijvers, ‘ongeletterde en talentloze knulletjes’, die als paddenstoelen uit de grond schieten: ‘De tijd is nabij dat je je alleen met schaamte nog dichter of schrijver zult durven noemen’. In de aantekeningen van 1929 voel je voor het eerst dat er repressie in de lucht hangt. Paustovski meldt dan aan zijn echtgenote dat volgens de voorzitter van de zuiveringscommissie een lid van de intelligentsia al zijn vrije tijd behoort te besteden aan het bestuderen van de werken van Vladimir Lenin en niet aan zoiets onzinnigs als het schrijven van romans. De zelfmoord van Vladimir Majakovski is een enorme schok voor Paustovski. Hij wijdt er meer ruimte aan dan aan de dood van zijn onvoldragen kind of van zijn eigen moeder. Over de executies en massale arrestaties van schrijvers onder Jozef Stalin rept Paustovski met geen woord. Het wordt in Goudzand niet duidelijk waarom. Hield hij te veel van het leven of was hij te ver van het machtscentrum verwijderd om op de hoogte te zijn? Over zijn onvrede met de officiële dogma’s durft hij wel te schrijven. In 1938 leest hij Johann Wolfgang von Goethes Die Leiden des jungen Werthers (1774): ‘Na zo’n boek valt het niet mee weer te moeten gaan zitten lezen in het soort boeken dat tegenwoordig bij ons geschreven wordt’.

Na de dood van Stalin probeert Paustovski de situatie in te schatten (‘Wat er momenteel (in de literatuur) aan de hand is, is mij een raadsel’), waarna hij uit zijn schulp kruipt. Moedig zijn bijvoorbeeld de rede die hij in 1956 uitsprak naar aanleiding van de hetze tegen de schrijver Vladimir Doedintsev, die de corruptie van de nomenklatoera aanklaagde, en de brief die hij schreef naar aanleiding van pogingen van Leonid Brezjnev om Stalin te rehabiliteren. Niet al zijn fans zullen het even graag horen, maar zijn kritiek op de excessen van het Sovjetcultuurbeleid formuleerde Paustovski vanuit de linkse hoek (sleutelwoorden zijn ‘de revolutie’, ‘het volk’ en ‘het socialisme’) – al kan dat ingegeven zijn door pragmatische overwegingen. In het laatste decennium van zijn leven durft Paustovski, die van nature een brave jongen is (dat blijkt bijvoorbeeld uit het gebrek aan roddels in Goudzand), zich steeds openlijker te scharen achter in ongenade gevallen collega-schrijvers, maar een dissident is hij nooit geworden. Het Sovjetsysteem heeft hij nooit openlijk ter discussie gesteld.

De poëtica van Paustovski

Gezien het gevaarlijke klimaat dat de Sovjet-Unie schiep voor schrijvers, het gebrek aan affiniteiten dat Paustovski had met de officiële literaire dogma’s en zijn fatsoenlijke karakter, kan het vreemd lijken dat hij uitgerekend voor het beroep van schrijver koos. Na het lezen van Goudzand wordt duidelijk dat Paustovski geen keuze had. Schrijven was zijn roeping, waarvoor hij alles, ‘zowel mijzelf als mijn hele leven’, wilde opofferen. Hij had al snel door dat hij begiftigd was met een groot talent (met name voor beschrijvingen), en beschouwde het als zijn morele plicht om dat tot volle ontwikkeling te brengen. In 1920, wanneer hij nog geen dertig jaar oud is, plaatst hij zichzelf, met een grote dosis zelfvertrouwen en zelfkennis, in de categorie van

de weinigen die hun eigen kinderen scheppen en dan nalaten aan de toekomst in de vorm van frommelige aantekeningenblaadjes en boeken waar onze ziel is in overgelopen, als nog schuimende wijn uit een glas. De meeste mensen kennen dit niet en hebben, behalve hun kinderen, part noch deel aan het eeuwige leven.

Aan literaire ambitie heeft het Paustovski nooit ontbroken. In 1928 schrijft hij dat ‘een boek moet zijn als een mens: prachtig en lelijk tegelijk, slim en soms stom, eerlijk zowel als leugenachtig’. In hetzelfde jaar – ironisch genoeg wordt dan ook het eerste vijfjarenplan afgekondigd – stelt Paustovski een plan op om zijn eigen literaire productie op te krikken. Ook zijn talrijke reizen spelen daarin een rol. Volgens Paustovski was de functie van reizen dat ze de schrijver zuurstof geven, ‘onze verbeelding een zet geven’. Uit een journalistieke tekst van 1965 blijkt dat de schrijver geloofde dat die verbeelding hem in staat stelde om een ‘historische waarheid’ te bereiken die geen enkele historicus zou evenaren. Deze bekommernis om ‘historische waarheid’, waar de in eigen land vertrapte Russische formalisten grote vraagtekens bij plaatsten, strookt prima met de officiële literatuuropvattingen van de Sovjets. Hoe je het ook wendt of keert: Paustovski is een telg van de Sovjetliteratuur.

Het levensverhaal van een Rus

De roem van Paustovski is niet wat hij geweest is. In de naoorlogse periode werd hij door zijn landgenoten gezien als een schrijver die buiten de officiële doctrine om de traditie van de klassieke Russische letteren levend hield. Als de Sovjetautoriteiten geen diplomatieke druk hadden uitgeoefend, zou hij in 1965 misschien wel een Nobelprijs gewonnen hebben. In post-Sovjet-Rusland is zijn populariteit daarentegen nogal beperkt. Theoretisch zou een Russische uitgever de vertaalrechten van Goudzand kunnen opkopen en er een Russische editie van op de markt brengen. Dat zou kunnen uitmonden in een wijziging van het bestaande Paustovski-beeld, aangezien dit boek tal van pittige passages bevat die in de Sovjet-Unie nooit de censuur zouden zijn gepasseerd. Tegelijk lijkt het absurd om bij een Nederlandse uitgeverij de vertaalrechten op te kopen van een werk van Paustovski dat Paustovski nooit geschreven heeft. Is Paustovski eigenlijk wel de auteur van dit boek?

Op het omslag schittert, geheel terecht, onder de naam van de schrijver ook de naam Wim Hartog (1940). In het boek zelf treedt de vertaler pas helemaal op het einde uit de schaduw, in de verantwoording op pagina’s 645-646. Daaruit blijkt dat hij veel meer gedaan heeft dan het creëren van genietbare Nederlandse equivalenten voor Paustovski’s levendige schrijfstijlen, die meestal lyrisch, maar soms ook telegrafisch waren. Hartog heeft dit gefragmenteerde, caleidoscopische boek bij elkaar gepuzzeld op basis van talloze brieven, dagboekaantekeningen en verhalen. Hij heeft er structuur in aangebracht – overigens krijgen de drie delen van het boek een geslaagde echo in de door Hartog toegevoegde nawoorden waarin drie kinderen van Paustovski terugblikken op de periodes toen hun moeders met hem samenwoonden. Hij heeft er een poëtische titel voor verzonnen. Hij heeft gekozen om ook enkele journalistieke teksten toe te voegen, zelfs al beschouwde Paustovski die niet als een deel van zijn werk als schrijver en spreekt daaruit een andere waarheid dan uit zijn brieven of aantekeningen. ‘Voor de leesbaarheid’ heeft Hartog ook de initialen en afkortingen zoveel mogelijk voluit geschreven, neutrale werkwoorden toegevoegd bij korte mededelingen, en ‘coupures en onleesbare delen enkel daar aangegeven waar dit voor het begrip van de tekst van belang werd geacht’. Hij heeft ook foto’s, een tijdslijn en talrijke verhelderende eindnoten toegevoegd (waarin een paar schoonheidsfoutjes zijn geslopen: een noot komt te laat, een andere ontbreekt en nog een andere verwijst naar een verkeerde pagina; in een brief van 18 september is dan weer sprake van de voorbereidingen voor een feestdag, waarvoor grote hoeveelheden vlees worden ingeslagen, die in een weinig afdoende noot geduid wordt als ‘op 9 mei vieren de Russen de overwinning op Duitsland’). Wellicht was het ook zijn idee om de laatste woorden van Paustovski in dit boek af te sluiten met de naam van de auteur in diens eigen handschrift – een detail dat zijn effect niet mist.

Goudzand is een boek van Paustovski dat bestaat bij gratie van de dood van Paustovski. De hand van de vertaler/samensteller laat zich daarin wat meer voelen dan gebruikelijk is, en allicht ook meer dan de nietsvermoedende lezer zou denken. In hoeverre dit oorbaar is, hangt af van je literatuuropvattingen. Wie geneigd is te vinden dat de vertaler te veel tussen de auteur en de lezer in is gaan staan, moet wel in aanmerking nemen dat de Sovjetautoriteiten bij leven van Paustovski tussen hem en zijn lezers barrières hebben opgeworpen, die de publicatie van zijn dagboeken en brieven net in de weg stonden. Aangezien de barrières Paustovski overleefd hebben, kan daaraan nu eenmaal geen mouw worden gepast zonder bemiddeling. Je kan ook zeggen dat een bloemlezing altijd een interpretatie is, die van Hartog is gewoon opvallend gestileerd. Maar daarmee is het Paustovski-beeld dat daaruit spreekt nog altijd niet voor de hand liggend, laat staan eenduidig geworden. Uiteindelijk komt het toch de lezer toe – en niet de auteur of de vertaler/samensteller – om de handschoen op te nemen, om de honderden puzzelstukjes samen te leggen en het levensverhaal van een Rus die Paustovski heette zo niet te reconstrueren, dan toch te construeren. Paustovski is dood, lange leve zijn lezer!

(Recensie geschreven voor deReactor.org, platform voor literaire kritiek)

 

 

Marcelijus Martinaitis. ‘En de aarde gaat de hemel in’

De onderstaande tekst is een Russische vertaling van een gedicht van de (in Litouwen) gevierde Litouwse dichter Marcelijus Martinaitis (1936-2013). In opdracht van het internationaal literatuurfestival Read My World, dat dit jaar gewijd is aan literatuur uit Polen en Oekraïne, ondernam ik een poging om het te vertalen (onrechtstreeks dus, bij gebrek aan kennis van het Litouws).

Ой, Кукутис, зимы долги,

зябко пламени и стеблю!

Где достанешь цепь для тёлки,

чтобы к ней привесить землю?

 

В годы злые было строго,

выла дурочка на вербе:

нету лога, нету бога

и для мертвых нету смерти!

 

Города побагровели,

как зарезанное стадо.

И овец секли во гневе –

у кого еды не стало.

 

Как прожить, когда огня нет?

Кто луну заманит в невод?

Дурочка в колодец глянет –

и земля уходит в небо.

 

От разора, смрада, пыла

из воды сбежали рыбки…

За грехи, за всё, что было, –

били мертвого на рынке.

Ach Koekoetis, winters duren lang,

vlam en stengel werden vaal!

Waar zal je, om de aarde vast te hangen

aan het kalf, een ketting halen?

 

In de kwade jaren was het bot,

op een wilg loeide een zottin:

er is geen vallei, er is geen god

en een dood voor doden evenmin!

 

Rood kleurden de steden,

als een kudde die was geslacht,

Ze hadden niets meer om te eten –

schapen werden woest versmacht.

 

Hoe te overleven zonder vuur?

Wie luist de maan het sleepnet in?

De zottin zal de waterput in turen –

en de aarde gaat de hemel in.

 

Door vernieling, gloed en geur,

zijn visjes het water uit gejaagd…

Voor de zonden, al het gebeurde,

kreeg een dode op een markt slaag.

Notes from the Old Days

Things you do on a lazy sunday afternoon: going through oldies left behind by our beloved professor Jan Scharpé. This is a 1988 issue of the journal academische tijdingen (academic tidings). It app…

Bron: Notes from the Old Days

Het temmen van de Scyth: Noot over de toegankelijkheid

[De onderstaande tekst komt uit de dissertatie Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostoevskij. Klik hier voor de inhoudstafel.]


Om de gedachtegang van deze studie te volgen is een zekere voorkennis van het leven en werk van F.M. Dostoevskij geen overbodige luxe, al was het maar omdat een analyse van literaire kritiek riskeert vervelend te zijn voor wie niet vertrouwd is met haar onderwerp. Kennis van de Russische taal is daarentegen niet vereist. Bij het citeren wordt het Russisch in de regel in het oorspronkelijke cyrillische schrift weergegeven, met toevoeging van de overeenkomstige vertaling tussen haakjes of, in het geval van meer omvangrijke stukken tekst, in een voetnoot. Titels van Rus­si­sche publicaties worden weergegeven in wetenschappelijke transcriptie. Met het oog op het besparen van kopij zijn de titels van Dostoevskij, die herhaaldelijk terug­­keren, in tegenstelling tot die van andere Russische schrijvers niet telkens voor­zien van een vertaling tussen haakjes. In plaats daarvan kan gebruik worden ge­maakt van de onderstaande lijst.*

 

rasskazy (kortverhalen)

Gospodin Procharčin (1846) De heer Procharčin
Čestnyj vor (1848) Een eerlijke dief
Čužaja žena i muž pod krovat’ju (1848) De vrouw van een ander en de man onder het bed
Ëlka i svad’ba (1849) De kerstboom en de bruiloft
Skvernyj anekdot (1862) Een nare geschiedenis
Večnyj muž (1870) De eeuwige echtgenoot
Krotkaja (1876) De zachtmoedige
 

povesti (lange verhalen)

Dvojnik (1846) De dubbelganger
Chozjajka (1847)          De hospita
Belye noči (1848) Witte nachten
Slaboe serdce (1848) Een zwak hart
Malen’kij geroj (1849) Een kleine held
Djaduškin son (1859) Oompjes droom
Selo Stepančikovo i ego obitateli (1859) Het dorp Stepančikovo en zijn inwoners
 

zapiski (aantekeningen)

Zapiski iz mërtvogo doma (1860-62) Aantekeningen uit het dodenhuis
Zapiski iz podpol’ja (1864) Aantekeningen uit het ondergrondse
 

romans

Bednye ljudi (1846) Arme mensen
Roman v devjati pis’mach (1847) Een roman in negen brieven
Netočka Nezvanova (1849) Netočka Nezvanova
Unižennye i oskorblënnye (1861) De vernederden en gekrenkten
Prestuplenie i nakazanie (1866) Misdaad en straf
Igrok (1866) De speler
Idiot (1868) De idioot
Besy (1871-72) Duivels
Podrostok (1875) De jongeling
Brat’ja Karamazovy (1879-80) De broers Karamazov
 

essayistiek

Zimnie zametki o letnich vpečatleniach (1863) Winterse opmerkingen over zomerse indrukken
Dnevnik pisatelja (1873-81) Dagboek van een schrijver

 

* De genrebepaling is, behoudens de categorie ‘zapiski’, gebaseerd op Belov (2010).

Het temmen van de Scyth: Lijst met afbeeldingen, grafieken en figuren

[De onderstaande tekst komt uit de dissertatie Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostoevskij. Klik hier voor de inhoudstafel.]


Afbeelding 1                Reclameadvertentie voor De gebroeders Karamazow

Afbeelding 2                De titelpagina van Witte nachten
Afbeelding 3                De titelpagina van Uit het doodenhuis
Afbeelding 4                De titelpagina van De speler
Afbeelding 5                De titelpagina van De misleide
Afbeelding 6                De titelpagina van De gebroeders Karamazow (3e druk)
Afbeelding 7                De titelpagina van Arme Nelly
Afbeelding 8                De kaft van Uit het doodenhuis
Afbeelding 9                De kaft van Witte nachten
Afbeelding 10              De titelpagina van De gebroeders Karamazow
Afbeelding 11               Prent uit de epiloog van De gebroeders Karamazow
Grafiek 1                                  Tolstoj in Nederlandse vertaling
Grafiek 2                                  Russische literatuur in Nederlandse vertaling
Grafiek 3                                  Dostoevskij in Nederlandse vertaling
Figuur 1                                   De Franse en Duitse Dostoevskij-receptie
Figuur 2                                   De bemiddeling van de Nederlandse Dostoevskij-kritiek
Figuur 3                                   Onbemiddelde vertaling
Figuur 4                                   Duitse bemiddeling
Figuur 5                                   Duitse bemiddeling met enige Franse invloed
Figuur 6                                   Duitse en Franse bemiddeling
Figuur 7                                   Franse bemiddeling
Figuur 8                                   De bemiddeling van de Nederlandse receptie
Figuur 9                                   Vermelding van de auteur
Figuur 10                                 De titels
Figuur 11                                 Soorten voorwoorden in de onderzoekscorpora
Figuur 12                                 De epiloog van Brat’ja Karamazovy in vertaling

Het temmen van de Scyth: Bibliografie

[De onderstaande tekst komt uit de dissertatie Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostoevskij. Klik hier voor de inhoudstafel.]

1. Primaire literatuur

 

russische teksten

čechov, A. P. 1980. Polnoe sobranie sočinenij i pisem v tridcati tomach. Sočinenija v vosemnadcati tomach. Tom 17. Moskva: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1972. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom I. Bednye ljudi. Povesti i rasskazy 1846-1847. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1972. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom II. Povesti i rasskazy 1848-1859. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1972. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom III. Selo stepančikovo i ego obitateli. Unižennye i oskorblennye. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1972. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom IV. Zapiski iz mërtvogo doma. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1973. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom V. Povesti i rasskazy 1862-1866. Igrok. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1973. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom VI. Prestuplenie i nakazanie. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1974. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom IX. Idiot. Rukopisnye redakcii. Večnyj muž. Nabroski. 1867-1870. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1976. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom XIV. Brat’ja Karamazovy. Knigi I-X. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1975. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom XII. Besy. Rukopisnye redakcii. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1976. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Chudožestvennye proizvedenija. Tom XV. Brat’ja Karamazovy. Knigi XI-XII. Epilog. Rukopisnye redakcii. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1983. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Publicistika i pis’ma. Tom XXV. Dnevnik pisatelja za 1877 god janvar’ – avgust. Leningrad: Nauka.

Dostoevskij, F.M. 1984. Polnoe sobranie sočinenij v tridcati tomach. Publicistika i pis’ma. Tom XXVI. Dnevnik pisatelja 1877 sentjabr’ – dekabr’, 1880 avgust. Leningrad: Nauka.

Fonvizin, D.I. 1893. Sočinenija D. I. Fonvizina. Polnoe sobranie original’nych proizvedenij. S.-Peter­burg: Izdanie A. F. Marksa.

Gogol’, N.V. 1977. Sobranie sočinenij. Tom III. Povesti. Moskva: Chudožestvennaja literatura.

Gogol’, N.V. 1994. Sobranie sočinenij. Tom III. Povesti. Tom četvertyj. Komedii. Moskva: Russkaja kniga.

Krylov, I.A. 1969. Sočinenija. Tom II. Basni, stichotvorenija, p’esy. Moskva: Chudožestvennaja litera­tura.

Puškin, A.S. 1949. Polnoe sobranie sočinenij: v 16 t. 12. Kritika. Avtobiografija. Moskva-Leningrad: Izdatel’stvo AN SSSR.

Puškin, A.S. 1978. Polnoe sobranie sočinenij v desjati tomach. Tom VI. Chudožestvennaja proza. Lenin­grad: Nauka.

Tolstoj, L.N. 1937. Polnoe sobranie sočinenij. Tom IX. Vojna i mir. Tom pervyj. Moskva: Chudožest­vennaja literatura.

 

nederlandse vertalingen

Dostojewsky, F.M. 1885. Schuld en boete. <Prestuplenie i nakazanie, 1866> ’s-Gravenhage: A. Rös­sing. Vert. [uit het Duits <Raskolnikow (1882)>] door Petros Kuknos. 244 + 218 + 252 p.

Dostojewski 1886. De misleide. <Unižennye i oskorblënnye, 1861> Amsterdam, C.L. Brinkman. [Vert. uit het Duits <Erniedrigte und Beleidigte (1885)>] 369 p.

Dostojewsky F.M. 1887. Arme menschen. Russische roman. <Bednye ljudi, 1846> Amsterdam: A. Rössing. Vert. [uit het Duits <Arme Leute (1887)>] door A. van der Hoek. 211 p.

Dostojewsky F.M. 1888. De onderaardsche geest. Russische roman. <Chozjajka (1847) + Zapiski iz podpol’ja, 1864> Amsterdam: A. Rössing. Vert. [uit het Frans <L’esprit souterrain (1886)>] F. van Burchvliet. 270 p.

Dostojewsky F.M. 1890. De speler. (De gedenkschriften van een gouverneur). Russische roman. <Igrok, 1866> Den Helder-Amsterdam: J.H. van Balen – J.M. van Diemen. [Vert. uit het Duits <Der Spie­ler (1888)>] 242 p.

Dostojewsky F.M. 1891. Arme Nelly <Unižennye i oskorblënnye, 1861> Amsterdam: Holdert. Ver­taald door C.A. La Bastide [uit het Duits <Erniedrigte und Beleidigte (1890)>] 182 p.

Dostojefsky F.M. 1891. Uit Siberië <Zapiski iz mërtvogo doma, 1860-62> Amsterdam: S. Waren­dorf Jr. [Vert. uit het Duits <Aus dem todten Hause (1886)>] 252 + 216 p.

Dostoievsky, F. 1895. Een misdaad. Russische roman. <deel van Prestuplenie i nakazanie, 1866>. [Amsterdam]: Het Volksdagblad. (Volksdagblad-bibliotheek) 320 p.

Dostojewski, F.M. 1904. Schuld en boete (Raskolnikow). <Prestuplenie i nakazanie, 1866> Amster­dam: C.L.G. Veldt-Van Holkema & Warendorf. Vert. [uit het Duits] door Petros Kuknos, [bewerking door G.H. Priem]. Van Holkema & Warendorf². 1910². 501 p. (Meesterwerken der buitenlandse romanliteratuur²). Nieuwe uitgave van <Schuld en boete, 1885>

Dostojefskiej F.M. 1906. Witte nachten. Sentimenteele roman. (Uit de herinneringen van een droo­mer). <Belye noči, 1848> Amsterdam: Maas & Van Suchtelen. 1906. Vert. Z. Stokvis. 139 p.

Dostojewski F.M. 1906. Uit het Doodenhuis. <Zapiski iz mërtvogo doma, 1860-62> Amsterdam: Cohen Zonen. Vert. [uit het Duits <Aus dem todten Hause (1890)>] door M. Faassen. 240 p.

Dostojewsky, F.M. 1906. Arme menschen. <Bednye ljudi, 1846> Amsterdam, Craft. 224 p. [= her­uitgave van Arme menschen 1887]

Dostojewski F.M. 1907. De echtgenoot. <Večnyj muž, 1870> Amsterdam: Cohen Zonen. Vert. [uit het Duits <Der Hahnrei (1888)>] door M. Faasen. 146 p.

Dostojefsky, F.M. 1913. De gebroeders Karamazow. <Brat’ja Karamazovy, 1879-80> Amsterdam: Van Holkema & Warendorf. Vert. [uit het Frans <Les frères Karamazov (1888) + Les frères Karamzov (1906)>] door Anna van Gogh-Kaulbach. 442 p. [1915]², [1917]³, [1920]4. 369 + 304p. (De meesterwerken van F.M. Dostojefsky) 1e druk ook in luxe-band (442 p.) en als ‘Daal­der’s Editie’.

Dostojewsky, F.M. 1930. De gebroeders Karamazow. <Brat’ja Karamazovy, 1879-80> Amsterdam: Hollandsch Uitgeversfonds. Ca. 1930 [?]. Verkorte en bewerkte tekst met illustraties van André Vlaanderen. 355 + 325 p.

Dostojefski, F.M. 1932. De gebroeders Karamazow. <Brat’ja Karamazovy, 1879-80> Amsterdam: Van Holkema & Warendorf. Onverkorte vert. uit het Russisch van Dr. A. Kosloff. 727 p.

Dostojewski, F.M. 1994. Verzamelde werken deel III. Aantekeningen uit het dodenhuis. De ver­neder­den en gekrenkten. Amsterdam: G.A. van Oorschot. Vertaald door H.A. Bendien.

Dostojewski, F.M. 1996. De eeuwige echtgenoot. Amsterdam: G.A. van Oorschot. Vertaald door H. Lee­rink.

Dostojevski, F.M. 2005. De broers Karamazov. Amsterdam: G.A. van Oorschot. Vertaald door A. Lan­­geveld.

Fonvizin, Denis. 2009. De landjonker. Amsterdam: Pegasus. Vertaald door B. Sas.

 

franse vertalingen

Dostoïevsky, Th. 1884. Le crime et le châtiment. <Prestuplenie i nakazanie, 1866> Paris: Plon. Trad. par Victor Derély. 334 + 308 p.

Dostoïevsky, Th. 1884. Les humiliés et offensés. <Unižennye i oskorblënnye, 1861> Paris: Plon. Tra­duit par Ed. Humbert. 360 p.

Dostoïevsky, Th. 1886. Souvenirs de la maison des morts. <Zapiski iz mërtvogo doma, 1860-62> Paris: Plon. Traduit du russe par M. Neyroud. Préface par le Vte E. Melchior de Vogüé. 357 p.

Dostoïevsky, Th. 1886. L’esprit souterrain. <Chozjajka, 1847 + Zapiski iz podpol’ja, 1864> Paris: Plon.

Dostoïevsky, Th. 1887. L’idiot. <Idiot, 1868> Paris: Plon. Tome premier. Traduit par Victor Derély et précédé d’une préface par le Vte E. Melchior de Vogüé. 343 p.

Dostoïevsky, Th. 1888. Les frères Karamazov. <Brat’ja Karamazovy, 1879-80> Paris: Plon. Traduit et adapté par E. Halpérinsky et Ch. Morice. Avec un portret de Th. Dostoïevsky. 265 + 295 p.

Dostoïevski, 1906. Les frères Karamazov. <Brat’ja Karamazovy, 1879-80> Paris: Fasquelle. Traduit du russe par J.-W. Bienstock et Charles Torquet. Edition complète en un volume. 489 p.

 

duitse vertalingen

Dostojewskij, Th. M. 1864. Aus dem todten Hause. Nach dem Tagebuche eines nach Sibirien ver­ban­nten. <Zapiski iz mërtvogo doma, 1860-62> Leipzig: Wolfgang Gerhard. Nach dem Russi­schen bearbeitet. 251 + 191 p.

Dostojewskij, F.M. 1882. Raskolnikow. <Prestuplenie i nakazanie, 1866> Leipzig: Friedrich. Nach der vierten Auflagen des russischen Originals: „Prestuplenie i nakazanie” übersetzt von Wilhelm Henckel. 297 + 267 + 309 p.

Dostojewski, Theodor. 1885. Erniedrigte und Beleidigte. Roman. <Unižennye i oskorblënnye, 1861> Berlin & Stuttgart: Verlag von W. Spemann. Aus dem Russischen übersetzt und mitt einer Einleitung versehen von Konstantin Jürgens. 226 p.

Dostojewski, Theodor. 1886. Aus dem todten Hause. Denkwürdigkeiten eines nach Sibirien Ver­bann­ten. <Zapiski iz mërtvogo doma, 1860-62> Dresden und Leipzig: Verlag von Heinrich Minden. Frei nach dem Russischen. 411 p.

Dostojewski, Theodor. 1887. Arme Leute. <Bednye ljudi, 1846> Dresden und Leipzig: Verlag von Heinrich Minden. Aus dem Russischen von A.L. Hauff. 248 p.

Dostojewski, Fedor. 1888. Der Hahnrei. Roman. <Večnyj muž, 1870> Berlin: Fischer Verlag. Deutsch von August Scholz. 251 p.

Dostojewski, F.M. 1890. Der Spieler. Aus den Erinnerungen eines jungen Mannes. <Igrok, 1866> Ber­lin: Verlag von Otto Janke. Aus dem Russischen übersetzt von L.A. Hauff. 288 p.

Dostojewski, F.M. 1890. Erniedrigte und Beleidigte. <Unižennye i oskorblënnye, 1861> Berlin: Ver­l­­ag von Otto Janke. Aus dem Russischen übersetzt von L.A. Hauff. 292 p.

Dostojewski, F.M. 1890. Aus dem todten Hause. <Zapiski iz mërtvogo doma, 1860-62> Berlin: Otto Janke. Aus dem Russischen übersetzt von L.A. Hauff. 311 p.

 

engelse vertaling

Dostoieffski, Fedor. 1887. Injury and insult. <Unižennye i oskorblënnye, 1861> London: Vizetelly and Co. Translated from the Russian by Frederick Whishaw. 332 p.

2. Secundaire literatuur

 

Achmanova, O. S. 1968. Slovar’ lingvističeskich terminov. Moskva: Sovetskaja ėnciklopedija.

Amossy, Ruth & Herschberg Pierrot, Anne 2005. Stéréotypes et clichés. Langue, discours, société. Paris: Armand Colin.

Anbeek, Ton 1999. Geschiedenis van de literatuur in Nederland. 1885-1985. Amsterdam-Antwer­pen: De Arbeiderspers. 5e, herziene druk.

Andringa, Els 2006. ‘Penetrating the Dutch Polysystem: The reception of Virginia Woolf, 1920-2000’. In Poetics Today. 27: 3. p. 501-68.

Anonymus in De Amsterdammer 1887. ‘De kerstboom’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Neder­land. 18 december 1887. № 547. p. 5. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1888. ‘Crime et châtiment’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 23 september 1888. p. 3. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1889. ‘Ibsen en Frankrijk’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 8 semptember 1889. № 637. p. 3. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1890a. ‘Tooneel te Amsterdam’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 20 april 1890. p. 2. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1890b. ‘Tooneel te Amsterdam’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 30 november 1890. № 587. p. 2. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1891. [Bericht]. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 20 november 1891. № 756. p. 4. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1895. ‘Weg met Ibsen!’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Neder­land. 3 februari 1895. № 919. p. 6. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Amsterdammer 1908. ‘De Russische vrouwenziel’. In De Amsterdammer. Week­blad voor Nederland. 1908. № 1623. p. 5. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Anonymus in De Gids 1889. ‘Sturmfelts’. In De Gids. Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon. Jaar­gang 1889. p. 567-8. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Anonymus in De Gids 1897. ‘Bibliographie’. In De Gids. Amsterdam P.N. van Kampen & zoon. Jaar­gang 1897. Deel 3. p. 170. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Anonymus in De portefeuille 1881. ‘Necrologie’. In De portefeuille. Letterkundig weekblad. 1880-1881. Volume 2. p. 433.

Anonymus in De portefeuille 1888. ‘Russische toestanden’. In De Portefeuille. Weekblad voor tooneel en letteren. 1888-89. Deel 1. p. 12-3.

Anonymus in De portefeuille 1889. ‘Scandinavische literatuur’. In De Portefeuille. Weekblad voor tooneel en letteren. 1888-89. Deel 2. p. 405-6.

Anonymus in De tijdspiegel 1887. ‘F.W. [sic] Dostoïewsky. Arme menschen’. In De tijdspiegel. Volume III. p. 108-9.

Anonymus in Elsevier 1891. ‘Uit de studeercel der redactie’. In Elsevier’s geïllustreerd maandschrift. 1891. Deel 2 (juli-december). p. 409-12. Geraadpleegd via http://www.elseviermaandschrift.nl.

Anonymus in Elsevier 1892. ‘Uit de studeercel der redactie’. In Elsevier’s geïllustreerd maandschrift. 1892. Deel 1 (januari-juni). p. 309-12. Geraadpleegd via http://www.elseviermaandschrift.nl.

Anonymus in Elsevier 1896. ‘Uit de studeercel’. In Elsevier’s geïllustreerd maandschrift. 1896. Deel 2 (juli-december). p. 569-72. Geraadpleegd via http://www.elseviermaandschrift.nl.

Anonymus in Het centrum 1918a. ‘Witte nachten’. In Het centrum. № 3. 16 februari 1918. Geraad­pleegd via http://kranten.kb.nl.

Anonymus in Het centrum 1918b. ‘De speler’. In Het centrum. № 3. 4 december 1918. Geraadpleegd via http://kranten.kb.nl.

Anonymus in Het leeskabinet 1887a. ‘De misleide, door Dostoiewski’. In Het leeskabinet. Mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen. 1887. p. 54-6.

Anonymus in Het leeskabinet 1887b. ‘Arme menschen, door F.M. Dostoiewsky’. In Het leeskabinet. Mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen. 1887. p. 143-4.

Anonymus in Het volk 1910. ‘Boekbeoordeling’. In Het volk. Zondag 27 maart 1910. Geraadpleegd via http://kranten.kb.nl/index.html.

Anonymus in Het volk 1911. ‘Boekbeoordeling’. In Het volk maandag 30 oktober 1911. p. 4. Ge­raad­­pleegd via http://kranten.kb.nl/index.html.

Anonymus in Het volk 1912. [advertentie]. In Het volk van dinsdag 26 november 1912. p. 4. Ge­raad­pleegd via http://kranten.kb.nl/index.html.

Anonymus in Utrechtsch Nieuwsblad 1898a. ‘Mr. J.W. Spin te Veldrijk’. In Utrechtsch Nieuwsblad. Nieuws- en advertentieblad voor Utrecht. 10 oktober 1898. p. 9. Geraadpleegd via http://www.het utrechtsarchief.nl/collectie/kranten.

Anonymus in Utrechtsch Nieuwsblad 1898b. ‘Mr. J.W. Spin’. In Utrechtsch Nieuwsblad. Nieuws- en advertentieblad voor Utrecht. 24 oktober 1898. p. 2. Geraadpleegd via http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/ kranten.

Anonymus in Utrechtsch Nieuwsblad 1898c. ‘Mr. J.W. Spin’. In Utrechtsch Nieuwsblad. Nieuws- en advertentieblad voor Utrecht. 1 november 1898. p. 6. Geraadpleegd via http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/ kranten.

Arnault, M. 1902. ‘Dostoïevski: Un adolescent’. In La revue blanche. Tome XXIX. 1 Sept 1902. p. 69-73.

Aslanov, Cyril 1999. ‘Les voix plurielles de la traduction de Camus en hébreu’. In META. XLIV. № 3. p. 448-68. Geraadpleegd via http://www.erudit.org/revue/meta/1999/v44/n3/ 001910ar.pdf.

  1. Th. [= J.A. Alberdingk Thijm?] 1886. ‘Prof. Ten Brink in Arti’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 14 november 1886. № 490. p. 4. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.
  2. 1907. ‘F.M. Dostojewski. Uit het doodenhuis’. In De tijdspiegel. Deel 1. p. 390.

Babkin, A.M. et al. (red.) 1951. Slovar’ sovremennogo russkogo literaturnogo jazyka. Tom II. Moskva-Leningrad: Akademii Nauk SSSR.

Baetens, Jan & Vlasselaerts, Joris 1996. Handboek Culturele Studies. Concepten–Problemen–Metho­den. Leuven-Amersfoort: Acco.

Bachtin, M.M. 1963. Problemy poėtiki Dostoevskogo. Moskva. 19291.

Bajenow, N. 1904. ‘G. de Maupassant et Dostoiewsky. Etude de psychopathologie comparée’. In Archives d’anthropologie criminelle. XIX. janvier 1904. p.1-39.

Baranauskienė, Reda & Staškevičiūtė, Daiva 2005. ‘Translation and culture’. In Jaunųjų Moksli­nin­kų Darbai. № 3 (7). p. 201-6.

Barine, Arvède 1884. ‘Un grand romancier. Dostoievski’. In Revue politique et littéraire. (Revue bleue). № 26. 27 Déc. 1884. p. 801-7.

Bautz, Friedrich Wilhelm 1990. Biographisch-Bibliographisch Kirchenlexicon. Band I. Hamm Westf.: Traugott Bautz.

Béghin, Laurent 2007. Da Gobetti a Ginzburg. Diffusione e ricezione della cultura russa nella Torino del primo dopoguerra. Brussel-Rome: Belgisch Historisch Instituut te Rome.

Bel, Jacqueline 1993. Nederlandse literatuur in het fin de siècle. Een receptie-historisch overzicht van het proza tussen 1885 en 1900. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Beller, Manfred 2007. ‘Germans’. In Beller, Manfred & Leerssen, Joep (red.) Imagology. The cultural Construction and literary representation of national characters. A critical survey. Amsterdam: Rodopi. p. 159-66.

Belov, S.V. 2010. F.M. Dostoevskij. Ėnciklopedija. Moskva: Prosveščenie.

Berg, Wim van den & Couttenier, Piet 2009. Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. 1800-1900. Amsterdam: Bert Bakker.

Bernstamm, Serge 1913. ‘Une enquête. Tourgueneff, Dostoiewsky ou Tolstoi?’. In La plume. 1 Nov. p. 204-6; 15 Déc. № 425. p. 269-74.

Bleibtreu, Carl 1887. ‘Ueber Realismus’. In Das Magazin für die Litteratur des In- und Auslandes. 56. Jahrgang. № 27. p. 385-7.

Bleibtreu, Carl 1973. Revolution der Literatur. Tübingen: Max Niemeyer Verlag. 18871.

Blok, Alexander & Kemball, Robin 1955. ‘The Scythians translated from the Russian’. In Russian Review. Vol. 14. № 2. p. 117-20.

Blom, Esther 1995. ‘Suchtelen (jonkheer), Nicolaas Johannes van’. In Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland. 6 (1995). p. 213-8. Geraadpleegd via http://www.iisg.nl/bwsa/bios/suchtelen.html.

Boele, Otto 2006. ‘Složnye prodaži: russkaja literatura v Gollandii’. In Oktjabr’ 2006. № 10. Geraad­pleegd via http://magazines.russ.ru/october/2006/10/bu9.html.

Boele, Otto 2010. ‘Het orakel van Rusland. Tolstoj, zijn volgelingen en de Nederlandse connectie’. In Tijdschrift voor Slavische literatuur. № 57. December 2010. p. 46-54.

Bogaert, Maarten 2006. ‘A la recherche de la traduction convenable. Oorlog en Vrede in het Neder­lands’. In Waegemans, Emmanuel (red.). De taal van Peter de Grote. Russisch-Nederlandse con­tacten en contrasten. Leuven-Voorburg: Acco. p. 133-44.

Boland, Hans 2008. Zeer Russisch zeer. Over Dostojevski’s Duivels. Amsterdam: Triade.

Bork, G.J. van 2004a. ‘Dosfel, Lodewijk’. In Bork, G.J. van (red.). Schrijvers en dichters. Geraad­pleegd via http://www.dbnl.org.

Bork, G.J. van 2004b. ‘Gogh-Kaulbach, Anna van’. In Bork, G.J. van (red.). Schrijvers en dichters. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Boulogne, Pieter 2007. ‘Béghin, Laurent. Da Gobetti a Ginzburg. Diffusione e ricezione della cultura russa nella Torino del primo dopoguerra’ [recensie]. In Slavica Gandensia. The International Review of the Belgian Centre for Slav Studies. № 34. p. 307-9.

Boulogne, Pieter 2008. ‘The Early Dutch Construction of F.M. Dostoevskij: From Translational Data Till Polysystemic Working Hypotheses’. In Boulogne, Pieter (red.). Translation and Its Others. Selected Papers of the CETRA Research Seminar in Translation Studies 2007. Geraad­pleegd via http://www.kuleuven.be/cetra/papers/papers.html.

Boulogne, Pieter 2009. ‘The French Influence in the Early Dutch Reception of F.M. Dostoevsky’s Brat’ja Karamazovy’. In Babel. The International Journal of Translation. 55: 3. p. 264-84.

Boutchik, Vladimir 1934. Bibliographie des œuvres littéraires russes traduites en français. Paris: G. Orobitg & Cie.

Boutchik, Vladimir 1947. La littérature russe en France. Paris: Librairie Ancienne Honoré Cham­pion.

Branden, F. Jos van den & Frederiks, J.G. 1891. Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidneder­landsche letterkunde. Amsterdam: L.J. Veen. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Brandes, Georg 1889. Dostojewski. Ein Essay. Berlin: Brachvogel & Ranft. Autorisierte Übersetzung von Dr. Paul Hermann. [= Deutsche literarische Volkshefte. № 3]

Brandes, Georg 1910. ‘Dostojefski’. In Vragen van den Dag. Maandschrift voor Nederland en Kolo­niën. Blink, Dr. H. (red.) Amsterdam: S.L. van Looy. № 25. p. 316-40.

Brink, Jan ten 1886. ‘Moderne Romanschrijvers. Theodoor Michaïlovitch Dostojewski’. In Brink, Jan ten & Loman Jr. J.C. et al. (red.). Nederland. Verzameling van oorspronkelijke bijdragen door Nederlandsche letterkundigen. 1886. Deel 2. p. 71-105.

Brink, Jan ten 1888. ‘Dostojewski’ in Blink, H. (red.). Vragen van den Dag. Populair tijdschrift op het gebied van staatshuishoudkunde. Amsterdam: C.L. Brinkman. p. 578-92.

Brink, Jan ten 1890. ‘Leo Tolstoi en zijne laatste novelle Beethoven’s sonate aan Keutzer’. In De Am­ster­dam­mer. Weekblad voor Nederland. № 671. p. 3-4. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Brinkman, C.L. 1887. ‘De misleide door Dostojewski’ [uitgeversreclame]. In Deyssel, L. van. Een lief­de. Tweede deel. Amsterdam: Brinkman. p. 191-2.

Brunetière, Ferdinand 1888. Le roman naturaliste. Paris: Calmann-Lévy.

Busch, Robert L. 1987. Humor in the Major Novels of F. M. Dostoevsky. Colombus: Slavica.

Busken Huet, Conrad 1886. ‘Nieuwe Russische letteren’. In Litterarische fantasien. Reeks 4. Deel 8. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. p. 44-61. [Oorspronkelijk gepubliceerd in Nederland. 1885. Deel 3. p. 241-60.]

Busken Huet, Conrad & Brink, Jan ten 1964. Brieven aan de uitgever van het tijdschrift Nederland 1873-1886. Redactie: Brummel, L. Den Haag: Nederlands Letterkundig Museum en Documen­tatiecentrum. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

  1. 1884. ‘Een nihilistische roman’ [recensie van Raskolnikow, 1882]. In De Amsterdammer. Week­blad voor Nederland. 03/08/1884. № 371. p. 4-5. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Campfens, Mies 1988. ‘MEIJ, Henriette Rosina Dorothea van der’. In Meertens, P. J. et al. (red.) Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland. Deel 3. 1988. Amsterdam: Stichting tot beheer van materialen op het gebied van de sociale geschiedenis. p. 139-43. Geraadpleegd via http://www.iisg.nl/bwsa/bios/meij.html.

Caprice 1905. ‘Allerlei’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 22 jan. 1905. № 1439. p 5. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Chamberlain, John L. Jr. 1949. ‘Notes on Russian Influences on the Nineteenth Century French Novel’. In The Modern Language Journal. Vol. 33. № 5 (May 1949). p. 374-83.

C-n 1882. ‘Raskolnikow. Roman von F.M. Dostojewsky’. In Die Gegenwart. № 26. Bd. 22 (Juli). p. 14.

Codde, Philippe 2003. ‘Polysystem Theory Revisited: A New Comparative Introduction’. In Poetics Today, Vol. 24. № 1. p. 91-126.

Colli, Giorgio & Montinari, Mazzino 1984. Friendrich Nietzsche Briefe. Januar 1887-Januar 1889. Berlin-New York: Walter de Gruyter.

Combes, Ernest 1896. Profils et types de la littérature russe. Paris: Fischbacher.

Conrad, Michael Georg 1974. ‘Von Büchertisch [Raskolnikow]’. In Hoefert, Sigfrid. (red.) Russische Literatur in Deutschland. Texte zur Rezeption von den Achtziger Jahren bis zur Jahrhundert­wende. Tübingen: Max Niemeyer Verlag. p. 15-6. [=Heruitgave van ‘Von Büchertisch’ [Raskolnikow]. In Die Gesellschaft. 3 (1887). I Sem. p. 397-8.]

Conradi, Hermann 1974. ‘F.M. Dostojewski’. In Hoefert, Sigfrid. (red.) Russische Literatur in Deutsch­land. Texte zur Rezeption von den Achtziger Jahren bis zur Jahrhundertwende. Tübingen: Max Niemeyer Verlag. p. 17-29. [=Heruitgave van ‘F.M. Dostojewski’ In Die Gesellfschaft. 5 (1889). 2 Qtl. p. 520-30.]

Cooplandt, A. [= Prins, Arij] 1885. ‘Germinal van Emile Zola’. In De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland. № 407. p. 6-7; № 408. p. 10. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Copeau, Jacques 2006. ‘An den Überserzer Ely Halpérine-Kaminsky (1858-1936) in Paris’. In Auto­­graphen, Handschriften, Widmungsexemplare. Auktion in Basel. Basel: Moirandat Com­pany AG.

Copeau, Jacques & Croué, Jacques 1911. ‘Les frères Karamazov. Drame en cinq actes. D’après Dos­toïevski’. In L’illustration théatrale. № 179. p. 1-32.

Cornelissen, Micky 2001. Poëzie is niet een spel met woorden. De criticus Willem Kloos temidden van zijn tijdgenoten. Nijmegen: Vantilt. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Cornen, Frans 1912. ‘Kunst en letteren’ [recensie van De politie-spion door Maxim Gorki]. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 19 mei 1912. № 1821. p. 2. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Coster, Dirk 1919. ‘Dostojevski. La vie et l’œuvre de Dostojevski, par Serge Perski’. In De Gids. Jaargang 83. Deel 4. Amsterdam: P.N. van Kampen. p. 151-61, 310-21.

Coster, Dirk 1920. Dostojevski. Een essay. Arnhem: N.V. Uitgevers-maatschappij Van Loghum Slaterus & Visser.

Coster, Dirk 1921a. ‘Antwoorden op de Dostojevsky-enquête’. In De stem. Jaargang 1. Deel 2. Arnhem: Van Loghum. p. 1057-107.

Coster, Dirk 1921b. ‘Overzicht der antwoorden’. In De stem. Jaargang 1. Deel 2. Arnhem: Van Loghum. p. 1108-224.

Coster, Dirk 1921c. ‘Dostojevsky’s Schuld en boete’. In De stem. Jaargang 1. Deel 2. Arnhem: Van Loghum. p. 1132-48.

Coster, Dirk 1922a. ‘Nagekomen antwoorden van genoodigden’. In De stem. Jaargang 2. Deel 1. Arnhem: Van Loghum. p. 77-143.

Coster, Dirk 1922b. ‘Voor en tegen Dostojevsky. De laatste antwoorden’. In De stem. Jaargang 2. Deel 1. Arnhem: Van Loghum. p. 175-80, 259-288b.

Coudenys, Wim 1995. De literaire circuits en de organisatie van het Ruslandbeeld in België tijdens het interbellum. 2v. Diss. Doct. in de Slavische Filologie. K.U. Leuven. Faculteit Letteren. Departe­ment Oosterse en Slavische studies.

Coudenys, Wim 2006. ‘“Wij Dostoievski-vereerders….” Gerard Walschap en de Russische litera­tuur’. In L. Missinne, L. & Vandevoorde, H. (red.). Gerard Walschap: regionalist of Europeeër? (1920-1940). Antwerpen-Apeldoorn: Garant. p. 107-23.

Courrière, C. 1875. Histoire de la Littérature contemporaine en Russie. Paris: Charpentier et Cie.

Cox, Roger L. 1980. ‘Dostoevsky and the ridiculous’. In Dostoevsky studies. Volume 1. 1980. p. 103-9.

Dal’, Vladimir 1862. Poslovicy ruskago naroda. Sbornik poslovic, pogovorok, rečenij, prislovij, čisto­govorok, problutok, zagadok, noverij i proč. Moskva.

Dal’, Vladimir 1882. Tolkovyj slovar’ živago velikoruskago jazyka. S.-Petersburg-Moskva: M.O. Vol’f.

Delabastita, Dirk & D’hulst, Lieven (red.) 1993. European Shakespeares. Translating Shakespeare in the Romantic Age. Amsterdam-Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.

Delabastita, D., Ghesquiere, R. & Gorp, H. van 1998. Lexicon van literaire termen. Groningen-Deurne: Martinus Nijhoff uitgevers-Wolters Plantyn.

Delabastita, Dirk & Grutman, Rainier 2005. ‘Fictional representations of multilingualism and trans­lation’. In Delabastita, Dirk & Grutman, Rainier (red.). Fictionalising Translation and Multi­lingualism. Linguistica Antverpiensia. № 4. p. 11-34.

Delisle, Jean et al. (red.) 2003. Terminologie van de vertaling. Nijmegen: Vantilt. Vertaald en be­werkt door Bloemen, Henri & Segers, Winibert.

Deyssel, Lodewijk van 1971. ‘In memoriam Ary [sic] Prins’. In Prick, Harry G.M. (red.) Harry G.M. Prick en Lodewijk van Deyssel. De briefwisseling tussen Arij Prins en Lodewijk van Deyssel. Deel 2. Den Haag: Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. [19221] p. 325-30. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

D’hulst, Lieven 1997. ‘La traduction: un genre littéraire à l’époque romantique?’. In Revue d’Histoire Littéraire de la France. 1997. Mai-Juin. № 3. p. 391-400.

Dmitrieva, Katia & Espagne, Michel (red.) 1996. Philologiques IV. Transferts culturels triangulaires France-Allemagne-Russie. Paris: Editions de la maison des sciences de l’homme.

Dorleijn, Gillis & Geest, Dirk de 2006. ‘Een of twee Nederlandse literaturen? Is dat wel een goede vraag? Enkele methodologische kanttekeningen’. In Internationale Fachtagung. Een of twee Neder­landse literaturen? Contacten tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur sinds 1830. Don­ners­tag, 7. Dezember 2006.

Dosfel, L. 1907. ‘Witte nachten door F. Dostojefsky’. In Dietsche Warande & Belfort. VII jrg. II half­jaar. p. 240-1.

Duijx, Toin & Linders, Joke 1991. De Goede Kameraad. Honderd jaar kinderboeken. Houten: Van Holkema en Warendorf.

Dukmeyer, Friedrich 1905. ‘Dostojewskij’s Einführung in Deutschland’. In Die Funken III. № 22. p. 685-8.

Dun, Paul van 1995. ‘Vorst, Hendrikus Johannes van’. In Biografisch Woordenboek van het Socialis­me en de Arbeidersbeweging in Nederland. 6 (1995). p. 230-4. Geraadpleegd via http://www.iisg.nl/bwsa/bios/vorst.html.

Dupuy, Ernest 1885. Les grands maîtres de la littérature Russe au dix-neuvième siècle. Les prosateurs: N. Gogol – I. Tourguénef – Comte L. Tolstoi. Paris: Lecène & Oudin.

Edgerton, William B. 1963. ‘The Penetration of Nineteenth-Century Russian Literature into the other Slavic Countries’. In American Contributions to the Fifth International Congress of Slavists. Sofia, September 1963. Volume II: Literary Contributions. The Hague: Mouton & Co. p. 41-78.

Eisner, Kurt. 1901. ‘Raskolnikow. Zu Dostojewskijs Bild’. In Socialistische Monatshefte. Heft 1. p. 48-52.

Ėjchenbaum, Boris 1913. ‘Dostoevskij v innostrannoj kritike’. In Severnye zapiski. 1913. № 4. p. 123-30.

Emants, Marcellus 1962. Brieven aan Frits Smit Kleine (red. Pierre H. Dubois). Den Haag Neder­lands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Emerson, Caryl 1994. ‘Perevodimost’’. In The Slavic and East European Journal. Vol. 38. № 1. (Spring 1994). p. 84-9.

Engelsman, Jaap 2001. ‘Stoom- en krijgswezen: een zak-encyclopedietje uit 1906’. In De woordenaar. Nieuwsbrief van het Matthias de Vries-genootschap. Jaargang 5. № 1. Mei 2001. p. 10-4. Geraad­pleegd via http://www.fryske-akademy.nl/fa/uitgaven/trefwoord/woordenaar /index-woordenaar/woordenaar9.pdf.

Ernest-Charles, J. 1902. ‘Un adolescent par Dostoïewski’. In Revue politique et littéraire. Revue bleue. Quatrième série. Tome XVIII. 39e année. 2e semestre. 1902. p. 377-9.

Ernst, Paul 1974. ‘Leo Tolstoi und der slawische Roman’. In Hoefert, Sigrid. 1974. Russische Litera­tur in Deutsch­land. Texte zur Rezeption von den Achtziger Jahren bis zur Jahrhundertwende. Tübingen: Max Niemeyer Verlag. p. 58-82. [Oorspronkelijk gepubliceerd in Deutsche Litterari­sche Volkshefte. 1889. № 1. Berlin: Brachvogel & Ranft.]

Espagne, Michel 1996. ‘Le train de Saint-Pétersbourg. Les relations culturelles franco-germano-russes après 1870’. In Dmitrieva, Katia & Espagne, Michel. (red.). 1996. Philologiques IV. Trans­ferts culturels tri­angulaires France-Allemagne-Russie. Paris: Editions de la maison des sciences de l’homme. p. 311-35.

Etty, Elsbeth 1998. ‘Schuld en boete’. In NRC Handelsblad. Zaterdagsbijvoegsel. 10 januari 1998. Ge­raad­pleegd via http://retro.nrc.nl/W2/Nieuws/1998/01/10/Ap/02.html.

Even-Zohar, Itamar 1978. ‘The Position of Translated Literature within the Literary Polysystem’. In Holmes, James S., et al. 1978. New Perspectives in Literary Studies with a basic Bibliography of books on Translation Studies. Leuven: Acco. p. 117-27.

Even-Zohar, Itamar 1990. Polysystem Studies. Tel Aviv: The Porter Institute for Poetics and Semiotics – Durham: Duke University Press. [= Poetics Today 11:1]

  1. 1887. ‘Het dames-leesmuseum’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 1 mei 1887. № 514. p. 6. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Faassen, S.A.J. van 2008. ‘Querido, Israël’. In Biografisch woordenboek van Nederland. Geraadpleegd via http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/querido.

Fasmer, M. 1971. Ėtimologičeskij slovar’ russkogo jazyka. Tom III (Muza-Sjat). Moskva: Izdatel’stvo Progress.

Fedorčenko, V.I. 2000. Imperatorskij dom. Vydajuščiesja sanovniki: Ėnciklopedija biografij. Tom 1. Krasnojarsk: Bonus.

Fleury, Jean 1881. ‘Deux romanciers russes contemporains. Dostoievskii et Pissemskii’. In Revue politique et littéraire. 1881. Feb. 26. p. 278-81.

Fontane, Theodor 1908. Von Zwanzig bis Dreißig. Entstanden 1894/1896. Berlin: F. Fontane.

Frank, Joseph 1979. Dostoevsky. The seeds of revolt. 1821-1849. Princeton: Princeton University Press.

Frank, Joseph 1986. Dostoevsky. The Stir of Liberation. 1860-1865. Princeton: Princeton University Press.

Frank, Joseph 1990. Dostoevsky. The years of Ordeal. 1850-1859. Princeton: Princeton University Press.

Frank, Joseph 1997. Dostoevsky. The Miraculous Years. 1865-1871. Princeton: Princeton University Press.

Frank, Joseph 2003. Dostoevsky. The Mantle of the Prophet. 1871-1881. Princeton: Princeton Uni­versity Press.

Frank, S.L. 1931. ‘Dostoevskij i krizis gumanizma. (K 50-letiju dnja smerti Dostoevskogo)’. In O Dos­to­evskom. Moskva. p. 391-7.

Fueloep-Miller, Rene 1951. ‘Dostoevsky’s Literary Reputation’. In Russian Review. Vol. 10. № 1. (Jan., 1951), p. 46-54.

Geest, Dirk de 1996. Literatuur als systeem, literatuur als vertoog. Bouwstenen voor een functionalis­ti­sche benadering van literaire verschijnselen. Leuven: Peeters.

Genette, Gérard 1987. Seuils. Paris: Editions du Seuil.

Gesemann, Gerhard 1931. ‘Dostojevskij in Deutschland’. In Slavische Rundschau. 1931. № 5. p. 318-23.

Gesemann, Wolfgang 1961. ‘Nietzsches Verhältnis zu Dostoevskij auf dem europäischen Hinter­grund der 80er Jahre’. In Welt der Slaven.1961. Jahrgang 6. Wiesbaden. p. 131-46.

Gide, André 1923. Dostoïevsky. Paris: Plon.

Gielkens, Jan 1992. ‘Kaulbach, Anna Maria’. In Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland 5. p. 148-51. Geraadpleegd via http://www.iisg.nl/bwsa/bios/kaulbach.html.

Gigolašvili, Michail 2000. ‘Nemcy i nemeckoe v Prestuplenii i nakazanii F. Dostoevskogo’. In Krešča­tik Meždunarodnyj literaturnyj žurnal. Vypusk 9. 2000. Geraadpleegd via http://www.kreschatik.nm.ru/9/24.htm.

Glorieux, Jean-Paul. 1982. Novalis dans les lettres françaises à l’époque et au lendemain du symbolisme (1885-1914). Leuven University Press.

Gobbers, Walter. 1984. ‘Dostojevski in Vlaanderen anno 1885: het andere receptiemodel’. In Spiegel der letteren. Tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en voor literatuurwetenschap. 26e jaargang 1984. № 1-2. p. 2-16.

Gobbers, Walter. 1990. ‘Walschap en de les(sen) van Dostojevski’. In Vlaamse Gids. 74 (1990). 4 (juli-aug.). p. 40-5.

Gogh-Kaulbach, Anna van 1914. [Antwoord op de open brief van Stokvis (1914)]. In De Amster­dam­mer. Weekblad voor Nederland. 1 maart 1914. № 1914. p. 2. Geraadpleegd via http://zyarchive. groene.nl/dga/.

Goldstein, David I. 1976. Dostoïevski et les juifs. Saint-Amand: Gallimard.

Gorp, H. van 1985. ‘De utopie van een omvattende literatuurgeschiedschrijving. Of hoe het zou moeten kunnen en toch niet echt kan…’. In Spiegel der letteren. Tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en voor literatuurwetenschap. № 4. p. 245-62.

Gorp, Hendrik van & Lambert, José 1984. ‘On describing translations’. In Theo Hermans (red.). The Manipulation of Literature. Studies in Literary Translations. New York: St. Martin’s Press. p. 42-53.

Gorp, Rik van z.d. ‘De geschiedenis van DW B: 150 jaar jong’ Geraadpleegd via http://www.dwb.be/overdwb/geschiedenis.

Graadt, W. van Roggen 1907. ‘Stijn Streuvels, zijn leven en zijn werk door André de Ridder’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 22 december 1907. № 1591. p. 7. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Grit, Diederik 2004. ‘De vertaling van realia’. In Bloemen, Henri et al. (samenstelling en red.) Den­ken over vertalen. Tekstboek vertaalwetenschap. Utrecht: Vantilt. p. 279-86

Grübel, Rainer 2008. ‘De receptie van Dostoevskij in de Nederlandse en Vlaamse literatu(u)r(en) tijdens het interbellum’. In Grüttemeier, Ralf & Oosterholt, Jan (red.). Eén of twee Nederlandse literaturen? Contacten tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur sinds 1830. Leuven: Peeters. p. 47-67.

Grunberg, Arnon 2002. ‘De mailbox van Arnon Grunberg. Een kleine leugenaar’. In HUMO. Onafhankelijk Weekblad voor Radio en Televisie. 27 augustus 2002. № 3234. p. 139.

Grutman, Rainier 1997. Formes et fonctions de l’hétérolinguisme dans la littérature québécoise entre 1837 et 1899. Université de Montréal.

Guillerm, Luce 1996. ‘Les Belles Infidèles, ou l’Auteur respecté’. In Ballard, Michel & D’hulst, Lieven (red.). La traduction en France à l’âge classique. Collection UL3. Lille: Presses universi­taires du septentrion. p. 23-42.

Hagemeyer, Kerstin 2002. Jüdisches Leben in Dresden. Ausstellung anlässlich der Weihe der neuen Synagoge Dresden am 9. November 2001. Berlin: Sächsische Landesbibliothek / Staats- und Universitätsbibliothek Dresden.

Haller, K. 1882. Geschichte der russischen Literatur. Riga/Dorpat: Verlag von Schnakenburg’s litho- und typogr. Anstalt.

Halpérine-Kaminsky, E. 1888. ‘La ‘Puissance des ténèbres’ sur le scène française’. In La nouvelle revue. 50 / 1 Febr. p. 621-9.

Halpérine-Kaminsky, E. 1901. Ivan Tourguéneff. D’après sa correspondance avec ses amis Français. Paris: Bibliothèque Charpentier.

Halpérine-Kaminsky, E. 1929. ‘Comment on a dû traduire Dostoïevsky’. In Dostoïevsky, Th. L’esprit souterrain. Paris: Plon. p. i-xxviii.

Halpérine-Kaminsky, E. 1930. ‘Preface’ In Dostoïevsky, Th. Le journal intime de Raskolnikov. Paris: Plon. p. 109-11.

Halpérine-Kaminsky, E. 1932. ‘Préface’ In Dostoïevsky, Th. Les frères Karamazov. Paris: Plon. p. 13-4.

Harmsen, Ger & Schrevel, Margreet 2001. ‘Heijermans, Herman’. In Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland. 8 (2001), p. 76-85. Geraadpleegd via http://www.iisg.nl/bwsa/bios/heijermans-h.html.

Hauswedell, Ernst 1924. Auszug aus der Dissertation: Die kenntnis von Dostojewsky und seinem Werke im deutschen Naturalismus und der Einfluß seines Raskolnikow auf die Epoche von 1880-95. München: Ludwig-Maximilians-Universität. Philosophische Fakultät. I. Sektion.

Hayman, Ronald 1980. Nietzsche. A Critical Life. London: Weidenfeld and Nicolson.

Hehn, Victor 1864. ‘St. Petersburger Correspondenz’. In Baltische Monatschrift. Zehnter Band. Riga: Verlag von Nicolai Kymmel’s Buchhandlung. p. 161-80

Hellman, Ben 2008. ‘A Visitor and a Letter: Ivan Turgenev’s Finnish Contacts’ In Lindstedt, Jouko et al. (red.) Slavica Helsingiensia 35. S ljubov’ju k slovu. Festschrift in Honour of Professor Arto Mustajoki on the Occasion of his 60th Birthday. p. 59-67.

Hemmings, F.W.J. 1950a. ‘Dostoevsky in disguise. The 1888 French version of The Brothers Karamazov’ In French Studies. A Quaterly Review. Volume IV. Oxford: Basil Blackwell. p. 227-38.

Hemmings, F.W.J. 1950b. The Russian novel in France 1884-1914. Oxford: University Press.

Henckel, Wilhelm 1882a. ‘Vorwort des Übersetzers’. In Dostojewskij, F.M. Raskolnikow. Erster Band. Leipzig: Friedrich. p. v-viii.

Henckel, Wilhelm 1882b. ‘Feodor Michailowitsch Dostojewski’. In Das Magazin für die Literatur des In- und Auslandes. № 6. 4 Febr. 1882. p. 76-80.

Henckel, Wilhelm 1883. ‘Raskolnikow’ [besteld reclamestuk]. In Allgemeine Zeitung. 10 März 1883. p. 1015

Hennequin, Émile 1889. Écrivains francisés. Dickens-Heine-Tourguénef-Poe-Dostoïewski-Tolstoï. Paris: Perrin et Cie.

Hermans, Theo 1985. ‘Introduction Translation Studies and a New Paradigm’. In Hermans, Theo (red.). 1985. The Manipulation of Literature. Studies in Literary Translation. London-Sydney: Croom Helm. p. 7-15.

Hermans, Theo 1988. ‘Van “Hebben olla vogala” tot Ernst van Altena. Literaire vertaling en Nederlandse literatuur­geschiedenis’. In Van Den Broeck, Raymond (red.). 1988. Literatuur van elders. Over het ver­ta­len en de studie van vertaalde literatuur in het Nederlands. Leuven-Amersfoort: Acco. p. 11-25.

Hermans, Theo 2004. ‘Sprekend ‘n vertaling’. In Naaijkens, Ton et al. (red.). 2004. Denken over vertalen. Tekst­boek vertaalwetenschap. Nijmegen: Vantilt. p. 191-6.

Hermans, Theo (red.) 1985. The Manipulation of Literature. Studies in Literary Translation. London-Sydney: Croom Helm.

Hesse, Herman 2003. ‘Nachfort’. In Der Steppenwolf. Sämtliche Werke in 20 Bände. 4. Frankfurt am Main: Suhrkampf.

Hinrichs, Jan Paul 2005. Vader van de slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk. 1880-1941. [Z.p.] Uitgeverij Bas Lubberhuizen.

H.N. 1887. ‘F.M. Dostojewsky, Arme menschen’ [recensie]. In De portefeuille. 1887-1888. p. 286.

Hoefert, Sigfrid 1974. Russische Literatur in Deutschland. Texte zur Rezeption von den Achtziger Jahren bis zur Jahrhundertwende. Tübingen: Max Niemeyer Verlag.

Hoffmann, Nina 1899. Th. M. Dostojewsky. Eine biographische Studie. Berlin: Ernst Hofmann & Co.

Holmes, James S. 1972. Name of Nature of Translation Studies. Amsterdam: Translation Studies Section, Department of General Literary Studies, University of Amsterdam.

Holmes, James S. 1978. ‘Describing Literary Translations: Models and Methods’. In Holmes, James S. et al. (red). Literature and Translation. New Perspectives in Literary Studies with a basic Biblio­graphy of books on Translation Studies. Leuven: Acco. p. 69-82.

Holmes, James S. 1988. Translated! Papers on Literary Translation and Translation Studies. Amster­dam: Rodopi.

Holmes, James S. 2004. ‘De brug bij Bommel herbouwen’. In Naaijkens, Ton et al. (red.) Denken over vertalen. Tekstboek vertaalwetenschap. Nijmegen: Vantilt. p. 273-8.

Holmes, James S. et al. (red.) 1978. Literature and Translation: New Perspectives in Literary Studies. Leuven: Acco.

H……s 1907. ‘F.M. Dostojewsky, Arme menschen’. In Nederland. Proza en poëzie van Nederlandse auteurs. Deel 1. p. 485.

Huizen, G. van 1907. ‘Witte nachten van F.M. Dostojefskiej’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 13 oktober 1907. № 1581. p. 3. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Hulst, Jacqueline 1991. ‘Recente ontwikkelingen binnen de vertaalwetenschap: de doeltekst cen­traal’. In Colloquium Neerlandicum. № 11. p. 131-44. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Iaremenko, Nicolai 1996. ‘Le stéréotype de l’Allemand et du Français dans le folklore russe du XVIIIe au XXe siècle’. In Dmitrieva, Katia & Espagne, Michel (red.). 1996. Philologiques IV. Transferts culturels triangulaires France-Allemagne-Russie. Paris: Editions de la maison des sciences de l’homme. p. 231-44.

Ignat’ev, A. 2000. ‘Germanofilija – bolezn’ russkogo nacionalizma’. In Nacional’naja gazeta. № 4 (32), 2000. Geraadpleegd via http://www.sevastianov.ru/index.php?option=com_content &task=view&id=145&Itemid=109.

Jangfeldt, Bengt 2009. Een leven op scherp. De legendarische dichter Vladimir Majakovski 1893-1930. Amsterdam: Balans.

Jans, Rudolf 1952. Tolstoj in Nederland. Academisch proefschrift. Bussum: Uitgeverij Paul Brand N.V.

JBWP 1992. ‘Bibliografische aantekening’. In Gombrowicz, Witold. Ferdydurke. Amsterdam: Athe­naeum-Polak & Van Gennep. p. 283.

Jürgens, Konstantin 1885. ‘Einleitung’. In Dostojewski, Theodor. Erniedrigte und Beleidigte. Roman. Berlin & Stuttgart: Verlag von W. Spemann. p. 5-6

Kampmann, Theodorich 1931. Dostojewski in Deutschland. Münster i Westf.: Helios-Verlag.

Karev, V. 1999. Nemcy Rossii. Ėnciklopedija. Moskva: ERN.

Kempenaer, A. de 1970. Vermomde Nederlandsche en Vlaamsche schrijvers. Vervolg op Mr. J.I. Door­ninck’s vermomde en naamlooze schrijvers. Amsterdam: B.M. Israël. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Keßler, Nadine & Steltner, Ulrich (red.) 2008. Die Geschichte der russischen Literatur. Ein kritischer Überblick über Literaturgeschichten in deutscher Sprache. Jena: Institut für Slawistik der FSU.

Keyser, Marja et al. (red. en samenstelling) 2001. De zolders kraken! De uitgeversfamilie Cohen te Nijmegen, Arnhem en Amsterdam, 1824-1951. Amsterdam: Universiteitsbibliotheek Amster­dam.

Kingma, Jelle 1981. ‘Dostojevski in het Nederlands’. In Maatstaf. № 1. p. 151-84.

Kogut, Marina 2009. Dostoevskij auf Deutsch. Vergleichende Analyse fünf deutscher Übersetzungen des Romans Besy. Frankfurt a Main: Peter Lang.

Koller, Werner 1979. Einführung in die Übersetzungswissenschaft. Heidelberg: Quelle & Meyer.

Kropotkin, P. 1907. Idealen en werkelijkheid in de Russische literatuur. Gent: Ad. Herckenrath. Am­ster­dam: S.L. van Looy. Vertaald door Fanny Mac Leod-Maertens.

Kuiper, F.B.J. 1944. ‘N. van Wijk’. In Handelingen en levensberichten van de Maatschappij der Neder­landsche Letterkunde te Leiden, 1942-1943. Leiden: E.J. Brill. p. 156-68. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Laan, K. ter 1952. Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid. Den Haag-Djakarta: G.B. van Goor Zonen’s Uitgeversmaatschappij. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Laistner, Ludwig 1883. ‘Zur russischen Romanliteratur’. In Allgemeine Zeitung. 9 März 1883. p. 994-5.

Lambert, José 1983. ‘L’éternelle question des frontières: littératures nationales et systèmes litté­raires’. In C. Angelet et al. (red.) Langue, dialecte, littérature. Etudes romanes à la mémoire de Hugo Plomteux. Leuven: University Press. p. 355-70.

Langeveld, Arthur 2005a. ‘Aantekeningen’. In Dostojevski, F.M. Verzamelde werken. De broers Kara­mazov. Amsterdam: G.A. van Oorschot. p. 947-59.

Langeveld, Arthur 2005b. ‘Nawoord bij de vertaling’. In Dostojevski, F.M. Verzamelde werken. De broers Karamazov. Amsterdam: G.A. van Oorschot. p. 961-2.

Langeveld, Arthur 2008. Vertalen wat er staat. Amsterdam/Antwerpen: Atlas.

Leerssen, Joep 2000. ‘The Rhetoric of National Character: A Programmatic Survey’. In Poetics Today 21: 2 (Summer 2000). p. 267-92.

Lefevere, André & Van Den Broeck, Raymond 1984. Uitnodiging tot de vertaalwetenschap. Muider­berg: Dick Coutinho. Tweede en herwerkte uitgave.

Léger, Louis 1907. Histoire de la littérature russe. Paris: Bibliothèque Larousse.

Leighton, Lauren G. 1984. ‘Translator’s Introduction: Kornei Chukovsky and A High Art’. In The Art of Translation: Kornei Chukovsky’s A High Art. Knoxville: The University of Tennessee Press.

Lemaître, Jules 1894. ‘De l’influence récente des littératures des Nord’. In Revue des deux mondes. 15 Déc. 1894. p. 847-72.

Leuven-Zwart, Kitty van 1984. Vertaling en origineel. Een vergelijkende beschrijvingsmethode voor in­te­grale vertalingen, ontwikkeld aan de hand van Nederlandse vertalingen van Spaanse narrative teksten. Dordrecht: Foris Publications.

Linssen, Céline 2007. Verantwoording – De onbekende Mata Hari’. Geraadpleegd via http://www.augustus.nl/ result_titel.asp?Id=1570.

Loew, Roswitha 1991. Wilhelm Henckel – Ein Mittler Russischer Literatur und Kultur in Deutsch­land (1878-1910). Greifswald: Philosophische Fakultaet der Ernst-Moritz-Arndt-Universitaet. [Ongepubliceerd proefschrift]

Loghem, M.G.L. van 1907. ‘Levensbericht van Hendrik Jan Schimmel’. In Handelingen en mede­deelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, over het jaar 1906-1907. Leiden: E.J. Brill. p. 142-70. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Loygue, Gaston 1904. Th.-M. Dostoïewsky. Etude médico-psychologique. Lyon-Paris: A. Storck.

Luft, Eric V.D. & Stenberg, Douglas G. 1991. ‘Dostoevskii’s specific influence on Nietzsche’s pre­face to Daybreak’. In Journal of History of Ideas. Vol. 52. № 3 (Jul.-Sep. 1991). p. 441-61.

Maas, Nop 1998. ‘Documenten over De Nederlandsche spectator’. In Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 1996-1997. Leiden: Maatschappij der Nederlandse Let­ter­kunde. p. 52-81. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Maes, Francis 2006. Geschiedenis van de Russische muziek. Van Glinka tot Sjostakovitsj. Amsterdam: SUN. 2e editie.

Malkowskij, G. 1888a. ‘Der Hahnrei. Roman von F. Dostojewski’. In Die Gegenwart. № 26. p. 407-8.

Malkowskij, G. 1888b. ‘Die Besessenen von F.M. Dostojewski’. In Die Gegenwart. № 3. p. 42-4.

Martini, F. 1970. ‘Fragen der Literaturgeschichtsschreibung’. In Jahrbuch der internationalen Ger­ma­nistik, 2 / 1. p. 47-53.

May, Rachel 1994. The Translator in the Text. On Reading Russian Literature in English. Evaston, Illinois: Northwestern University Press.

Meer, P. van der 1911. ‘Uit Parijs’. In Fischer, F. H. (red.) De samenleving. Nederlandsch weekblad. Jaargang 1. № 48. 27 mei 1911 Amsterdam: Algemeene Uitgevers Maatschappij. p. 649-50.

Meij, Henriëtte van der 1886. ‘Een tweede Silvio Pellico’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 15 augustus 1886. № 477. p. 5; 22 augustus 1886. № 478. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Meij, Wolfgang van der 1887. ‘De Russische schrijver Gogol en zijne werken’. In Nederland. 1887. p. 3-42, 121-54.

Meij, Wolfgang van der 1888a. ‘Een commentaar op Tolstoj’. In Los en vast. 1888. p. 1-34, 117-52, 207-50, 301-55.

Meij, Wolfgang van der 1888b. ‘Letterkundige kritiek’ [recensie van Litterarische fantasieën en kri­tieken van Cd. Busken Huet]. In De Nederlandsche spectator. April 1888. p. 153-5.

Meij, Wolfgang van der 1889. ‘Levensschets van Theodoor Dostojewsky’. In Los en vast. 1889. p. 1-40, 117-61, 251-302, 343-92.

Mesel, Benjamin De 2004. ‘Schuld en boete’: de oudste Nederlandse vertaling van ‘Prestuplenie i na­kazanie’ (F.M. Dostoevskij) [Ongepubliceerde licentiaatsthesis]. Faculteit Letteren, Departe­ment Oosterse en Slavische studies. Promotor: prof. dr. E. Waegemans.

Mewe, Tamara 2005. ‘Over het behoud van betekenis in vertaling. Onderwijzende mieren’. In Met Andere Woorden. 24 (4) p. 3-40. Geraadpleegd via http://www.bijbelgenootschap.nl/ fileadmin/content/maw/MAW_2005-4.pdf.

Meylaerts, Reine 2006. ‘Heterolingualism in/and translation. How legitimate are the Other and his/her language? An introduction’. In Target. 18:1. p. 1-15.

Miller, C. A. 1973. ‘Nietzsche’s “Discovery” of Dostoevsky’. In Nietzsche-Studien. Internationales Jahrbuch für die Nietzsche-Forschung. Band 2. Berlin-New York: Walter de Gruyter. 202-57.

Miltchina, Véra 2005. ‘La censure sous Alexandre Ier vue par un diplomate français’. In Martin, S. (red.) Les Premières Rencontres de l’Institut européen Est-Ouest, Lyon, ENS LSH, 2-4 décem­bre 2004. Geraadpleegd via http://russie-europe.ens-lsh.fr/article.php3?id_ article=66.

Minssen, Hans Friedrich. 1933. Die französische Kritik und Dostojewski. Bd. 13. Hamburg: Ham­bur­ger Studien zu Volkstum und Kultur der Romanen.

Moe, Vera Ingunn 1981. Deutscher Naturalismus und Ausländische Literatur. Zur Rezeption der Werke von Zola, Ibsen und Dostojewski durch die Deutsche Naturalistische Bewegung (1880-1895). [Proefschrift] Philosophische Fakultät der Rheinisch-Westfälischen Technischen Hoch­schule Aachen. Referent: H.-P. Bayerdörfer. Oslo.

Molenaar, Leo 2003. Marcel Minnaert, astrofysicus 1893-1970. De rok van het universum. Amster­dam/Leuven: Balans/Van Halewyck. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Mortier, Roland 1967. ‘La pénétration de la littérature russe à travers les revues belges entre 1880 et 1890’. In Revue belge de philologie et d’histoire. Tome 45. Fasc. 3. 1967. p. 777-94.

Mudde, Brenda 2007. Richardsons apostel in Nederland. Johannes Stinstra als vertaler en pleitbezorger van Samuel Richardsons Clarissa. [ongepubliceerde doctoraalscriptie] Promotor: prof. dr. E.M.P. van Gemert. Universiteit. Utrecht Nederlandse Taal en Cultuur. Specialisatie Histori­sche Letterkunde.

Nabokov, Vladimir 1941. ‘The Art of Translation’. In The New Republic. 4 August. p. 160-2.

Necker, Moritz 1885. ‘F.M. Dostojewsky’. In Die Grenzboten. I. p. 342-53.

Neubert, Albrecht & Schreve, Gregory M. 1992. Translation as a Text. Kent-Ohio-London: Kent State University Press.

Newmark, Peter 1988. A Textbook of Translation. New York & London: Prentice Hall.

Nieboer, Attie 1916. ‘Russische literatuur. Dostoievsky’. In Eigen Haard. Geïllustreerd Volkstijd­schrift 42. Amsterdam: J.H. de Bussy. p. 332-4, 373-4, 420-2.

N.J.B. 1886. ‘Schuld en boete’. In Het leeskabinet. Mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen. p. 64-7.

N.v. 1903. ‘Bibliografie’ [met recensie van Joyzelle van Maeterlinck]. In Buysse, Cyriel et al. (red.). 1903. Groot Nederland. Jaargang 1. Letterkundig Maandschrift voor den Nederlandschen stam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf. p. 590-1 Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Orsucci, Andrea 2003. Nietzsches persönliche Bibliothek. De Gruyter.

P.H.d.C. [= P.H. de Clercq?] 1881. ‘De letterkunde in Rusland’. In De portefeuille. Letterkundig weekblad. 1881-82. Volume 3. p. 3-4.

Polet, Jean-Claude 2000. Patrimoine littéraire européen. Index général. Bruxelles: De Boeck Univer­sité.

Polianskaïa, Ludmila 2000. ‘Le français chez les écrivains russes’. In Felici, Isabelle (red.). Bilinguis­me. Enrichissements et conflits. Paris: Honoré Champion. p. 263-6.

Pontmartin, A. de 1886. ‘Le roman russe en France. F-M. Dostoïevski: Crime et châtiment’. In Pont­martin, A. de. Souvenirs d’un vieux critique. Septième série. Paris: Calmann Lévy. p. 285-98.

Pontmartin, A. de 1888. ‘Dostoïevsky. Le vicomte E.-M. de Vogüé’. In Pontmartin, A. de. Souvenirs d’un vieux critique. Neuvième série. Paris: Calmann Lévy. p. 199-216.

Poort, Herman 1918. ‘Raskolnikow’. In Den Gulden Winckel. Jaargang 17 (1918). p. 67-72.

Poritzky, J.E. 1902. Heine, Dostojewski, Gor’kij. Leipzig: Richard Wöpke.

Prawda-Matka [= Van der Meij, Wolfgang] 1886. ‘De vermetelheid der wanhoop’ [recensie Schuld en boete, 1885]. In De portefeuille. 1886-87. Volume 8. p. 357-9.

Prick, Harry G.M. 1974. ‘Nawoord bij de her-uitgave van de eerste druk’. In Deyssel, Lodewijk van. Een liefde. Den Haag: Uitgeverij Bert Bakker. p. 1-29. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Prinsen 1914. ‘Brink, Jan ten’. In Molhuysen, P.C & Blok, P.J. (red.). 1914. Nieuw Nederlandsch bio­grafisch woordenboek. Deel 3. Leiden: A.W. Sijthoff. p. 170-3.

Procenko, E. A. 2005. ‘Vozmožna li repatricacija pri perevode?’. In Vestnik VGU, Serija Lingvistika i mežkul’turnaja kommunikacija. 2005. № 2. p. 124-8.

Proost, Dr. K. F. 1940. Georg Brandes. Inleiding tot zijn leven en werken. Arnhem: Van Loghum Sla­te­rus’ U.M.

P.v.d.L. [= Meer, Petrus Balthasar Albertus van der] 1911. ‘Uit Parijs. V’. In Fischer, F.H. (red.) De samenleving. Nederlandsch Weekblad. Amsterdam. Algemene Uitgeversmaatschappij. 1e jaar­gang. № 48. 27 mei 1911. p. 649-50.

Querido, Israël 1908a. ‘Voor ‘t laatst zoekenden’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 19 januari 1908. № 1595. p. 10. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Querido, Israël 1908b. ‘Misdadigers en misdaad in den modernen roman. Een studie’. In Groot Neder­land. Letterkundig maandschrift voor den Nederlandschen stam. Deel 1. p. 563-604, 693-721.

R.A.H. of F.C. Jr. 1894. ‘Buitenlandsche bibliographie’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 26 augustus 1894. № 896. p. 4. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Rayfield, Donald 2000. ‘A Virgil to his Dante: Gide’s reception of Dostoevsky’. In Forum for Modern Language Studies. XXXVI. № 1. January 2000. p. 340- 56.

Reinholdt, Alexander von 1882. ‘F.M. Dostojewski. 1821-1881’. In Baltische Monatschrift. Bd. XXIX. Heft 4. p. 253-76.

Reinholdt, Alexander von 1885. ‘Kritische Phantasieen über russische Belletristen’. In Das Magazin für die Litteratur des In- und Auslandes. Leipzig-Berlin. 54 Jhrg. № 32. p. 498-502; 512-14.

Reinholdt, Alexander von 1886. Geschichte der Russischen Litteratur. Von ihren Anfängen bis auf die neueste Zeit. Leipzig: Wilhelm Friedrich.

Rejser, S. A. 1968. ‘Vse my vyšli iz gogolevskoj šineli. Istorija odnoj legendy’. In Voprosy literatury. № 2. p.184-7.

Renner, Andreas 2000. Russischer Nationalismus und Öffentlichkeit im Zarenreich 1855-1875. Köln-Weimar-Wien: Böhlau Verlag.

Rensburg, J.K. 1900. ‘Résurrection de Leo Tolstoï’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 8 augustus 1900. № 1202. p. 4. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Reve, Karel van het 2008a. ‘Sovjet-annexatie der klassieken’. In Reve, Karel van het. Verzameld werk I. Autobiografische verhalen. Sovjet-annexatie der klassieken. Ongebundeld werk 1932-1958. Am­ster­dam: Van Oorschot. p. 133-293.

Reve, Karel van het 2008b ‘Literatuur en radicale kritiek in de Russische negentiende eeuw’. In Reve, Karel van het. Verzameld werk I. Autobiografische verhalen. Sovjet-annexatie der klassieken. On­gebundeld werk 1932-1958. Amsterdam: Van Oorschot. p. 458-479.

Reve, Karel van het 2008c. ‘Leskov zette “gewone Rus” op zijn praatstoel’. In Reve, Karel van het. Ver­zameld werk I. Autobiografische verhalen. Sovjet-annexatie der klassieken. Ongebundeld werk 1932-1958. Amsterdam: Van Oorschot. p. 626-8.

Reve, Karel van het 2008d. ‘Rusland voor beginners’. In Reve, Karel van het. Verzameld werk II. Twee minuten stilte. Nacht op de kale berg. Rusland voor beginners. Siberisch dagboek. Ongebun­deld werk 1959-1968. Amsterdam: Van Oorschot. p. 321-472

Reve, Karel van het 2008e. ‘Stel dat Theun de Vries een roman schrijft. Fragmenten’. In Reve, Karel van het. Verzameld werk II. Twee minuten stilte. Nacht op de kale berg. Rusland voor beginners. Siberisch dagboek. Ongebundeld werk 1959-1968. Amsterdam: Van Oorschot. p.669-72.

Reve, Karel van het 2010. ‘Geschiedenis van de Russische literatuur’. In Reve, Karel van het. Ver­zameld werk V. Freud, Stalin en Dostojevski. Afscheid van Leiden. Geschiedenis van de Russische literatuur. Ongebundeld werk 1981-1984. Amsterdam: Van Oorschot. p. 375-844.

Ridder, André de 1907. Stijn Streuvels. Zijn leven en zijn werk. Amsterdam: L.J. Veen.

Ridder, Jan de 2008. ‘Meer de Walcheren, jhr. Petrus Balthasar Albertus van der (1880-1970)’. In Biografisch Woordenboek van Nederland. Geraadpleegd via http://www.inghist.nl/Onderzoek/ Projecten/BWN/lemmata/bwn3/meer_de_walchren.

Ringmar, Martin 2007. ‘Roundabout Routes. Some remarks on indirect translations’. In Mus, F. (red.). Selected Papers of the CETRA Research Seminar in Translation Studies 2006. Geraadpleegd via http://www.kuleuven.be/cetra/papers/papers.html.

Robbers, Herman 1904. ‘Bibliografie’. In Buysse, Cyriel et al. (red.). Groot Nederland. Jaargang 2. Letterkundig Maandschrift voor den Nederlandschen stam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf. p. 621. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Robbers, Herman 1912. ‘Boekbespreking’ [Drabbe’s Onzichtbare leider]. In Elsevier. 1912. Deel 2. Juli-december. p. 486-8.

Robbers, Herman 1925. ‘Levensbericht van Arij Prins’. In Handelingen en mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, over het jaar 1924-1925. 1925. Leiden: E.J. Brill. p. 38-48. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Roemans, Rob 1930. Bibliographie van de Moderne Vlaamsche Literatuur. 1830-1930. Eerste deel: De Vlaamsche Tijdschriften. Kortrijk: Steenlandt.

Roesen, Tine 2007. ‘Dostoevskij’s genres – Towards a differentiation’. In Danaher, David S. & Heuckelom, Kris Van (red). Perspectives on Slavic Literatures. Proceedings of the First Inter­national “Perspectives on Slavistics” Conference. Amsterdam: Pegasus. p. 141-60.

Roland-Holst-van der Schalk, Henriëtte 1977. Kapitaal en arbeid in Nederland. (Reprint vierde verbeterde en met een tweede deel vermeerderde druk uit 1932). Nijmegen: Socialistische Uit­geverij Nijmegen. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Rollard, G. 1882. ‘Dostojéwskys Roman Raskolnikow’. In Das Magazin für die Literatur des In- und Auslandes. № 21. 20 Mai 1882. p. 291-2.

Romein, Jan 1924. Dostojewskij in de Westersche Kritiek. Een hoofdstuk uit de geschiedenis van den literairen roem. Haarlem: Tjeenk Willink & Zoon.

Rössing, A. 1885. ‘Schuld en boete’ [advertentie]. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 27 december 1885. p. 16. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Rössing, A. 1887a. ‘Nieuwe romans’ [advertentie]. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 8 mei 1887. № 515. p. 8. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Rössing, A. 1887b. ‘Nieuwe uitgaven’ [advertentie]. In De Amsterdammer. Weekblad voor Neder­land. 3 juli 1887. № 523. p. 8. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Rössing, A. 1887c. ‘Nieuwe uitg.’ [advertentie]. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 11 december 1887. № 546. p. 8. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Rosus. 1884. ‘Ein russischer Roman’. In Die Neue Zeit. II. 1. p. 1-12

Salama-Carr, Myriam 1998. ‘French tradition’. In Baker, Mona (red.). The Routledge Encyclopedia of Translation. London-New York: Routledge. p. 409-15.

Sarcey, Francisque 1885. ‘Les livres’. In La nouvelle revue. Septième année. Tome 35. Juillet-août.

  1. 855-69.

Schaeken, Jos 2007. ‘“Weest voor alles neerlandici!” Nikolaas van Wijk (1880-1941), slavist’. In Tijd­­­schrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 123/3. 2007. p. 251-7.

Scheffer, H.J. 1988. ‘Rot, Adriaan’. In Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeiders­beweging in Nederland. 3. p. 177-8. Geraadpleegd via http://www.iisg.nl/bwsa/bios/rot-a.html.

Scheffer, H.J. 2008. ‘Holdert, Hendrikus Marinus Cornelis (1870-1944)’. In Biografisch Woorden­boek van Nederland. Geraadpleegd via http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/ BWN/lemmata/bwn1/holdert.

Scheltjens, Werner 2006. ‘De vertaling an sich als vorm van receptie: een kwantitatief-institutionele benadering, uitgewerkt aan de hand van de Nederlandse literatuur in Russische vertaling’. In Object: Nederlandse literatuur in het buitenland. Methode: onbekend. Vormen van onderzoek uit het Nederlandse taalgebied. Teksten van de lezingen gehouden op het gelijknamige symposium, 29 en 30 oktober 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen, Broomans, Petra et al. (red.). Groningen: Barkhuis. p. 71-93.

Schenkeveld, Margaretha H. & Wiel, Rein van der (red.) 1995. Albert Verwey. Briefwisseling 1 juli 1885 tot 15 december 1888. Amsterdam: EM. Querido’s Uitgeverij.

Schiemann, Theodor 1905. ‘Hehn’ In Algemeine Deutsche Biographie. Nachträge bis 1899. Harkort-v. Kalchberg. Bd: 50. Leipzig. p. 115-21

Schoor, Rob van de 2000. ‘Hendrik Wolfgang van der Meij’. In Biografisch Woordenboek Gelder­land, deel 2, Bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis. Kuys, J.A.E et al. (red.). Verloren Hilversum. p. 69-71. Geraadpleegd via http://www.biografisch woorden­boekgelderland.nl/bio/2_Hendrik_Wolfgang_van_der_Meij.

Schweikert, Werner 2003. Die russische und die Literaturen der früheren Sowjetrepubliken in deut­scher Übersetzung. Teil 1 1880-1965. Eine Übersicht über deren Rezeption in deutscher Sprache. Flein bei Heilbronn: Verlag Werner Schweikert.

Segers, Gustaaf 1885. ‘Fedor Michaelowitch Dostoiewsky’. In Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle. Maandschrift. 1885. 2e en 3e aflevering. Antwerpen-Amsterdam. p. 89-100, 117-131.

Servaes, Franz 1900. ‘Dostojewskij’. In Die Zukunft. 12 mei 1900. p. 256-62.

Sichler, Léon 1886. Histoire de la littérature russe depuis les origines jusqu’à nos jours. Paris: A. Du­pret.

Sijs, Nicoline van der 2001. Chronologisch woordenboek. De ouderdom en de herkomst van onze woor­den en betekenissen. Amsterdam-Antwerpen: L.J. Veen.

Šiller, F. P. 1928. ‘Legenda o Dostoevskom v zapadno-evropejskoj literaturnoj kritike’. In Literatura i marksism. Žurnal teorii i istorii literatury. Kniga V. p. 95-106.

Simond, Charles 1891. ‘E.-M. de Vogüé’ In Gautier, Henri (red.). Nouvelle bibliothèque populaire. № 256. p. 397-8.

Smit Kleine, F. 1889. ‘Bijlage II. Jan ten Brink’. In Brink, Jan ten (red). Geschiedenis der Noord-Nederlandsche letteren in de XIXe eeuw. Deel 3. Amsterdam: Tj. van Holkema. p. 446-84. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Smit Kleine, F. 1914. ‘H. Wolfgang van der Mey’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 25 oktober 1914. № 1948. p. 3.

Smit Kleine, F. 1915. ‘Levensbericht van H. Wolfgang van der Meij. 1842-1914’. In Handelingen en mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, over het jaar 1914-1915. Leiden: E.J. Brill. p. 199-217. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Spin, Mr. J.W. 1898a. ‘Dostojewsky’. In De jonge gids. 1e Jaargang. p. 550-3.

Spin, Mr. J.W. 1898b. ‘Dostojewsky II’. In De jonge gids. 1e Jaargang. p. 630-40.

Steynen, J. 1907. ‘Tolstoi. Iwan de dwaas en andere vertellingen’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 29 september 1907. № 1579. p. 3. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Stokvis, J.E. 1950. ‘Zadok Stokvis’. In Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden. 1947-1949. Leiden: E.J. Brill. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Stokvis, Zadok 1909. Inleiding tot de Russische literatuurgeschiedenis. Amsterdam: Maas & Van Such­telen.

Stokvis, Zadok 1914. [Open brief] In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 1 maart 1914. № 1914. p. 2. Geraadpleegd via http://zyarchive.groene.nl/dga/.

Stouten, Hanna et al. 1999. Histoire de la littérature néerlandaise (Pays-bas et Flandre). Paris: Fayard.

Stratemeijer, H.J. 1886. ‘Vluchtige opmerkingen’ [recensie Schuld en boete]. In De lantaarn. Jaar­gang 1886. №23. Volume 2. p. 4-5.

Suarès, André 1913. Trois Hommes. Pascal, Ibsel Dostoïevski. Paris: Editions de la nouvelle revue fran­çaise.

Suchet, Myriam 2009. Outils pour une traduction postcoloniale: Littératures hétérolingues. Paris: Editions des archives contemporaines.

Sv’atopolk [sic]-Mirskij, D. 1931. ‘Dostojevskij in Frankreich und England’. In Slavische Rundschau. № 5. p. 310-8.

Tavernier, Roger 1964. ‘Verminkte meesters’. In Bok. Kritisch tijdschrift. 1e jaargang (1964) 9. April. p. 2-15.

Tavernier, Roger 2000. ‘Rusland in de bibliotheek van Stijn Streuvels’. In Waegemans, Emmanuel (red.). Rusland-België. 1900-2000. Honderd jaar liefde-haat. Antwerpen: Benerus. p. 119-47.

Téléchova, Raïssa 2000. ‘Le lexique franco-russe dans les œuvres littéraires de deux pays’. In Felici, Isabelle (red.). Bilinguisme. Enrichissements et conflits. Paris: Honoré Champion. p. 267-71.

Teitelbaum, Salomon M. 1946. ‘Dostoyevski in France of the 1880’s’. In American Slavic and East European Review. Vol. 5. № 3/4 (Nov. 1946). p. 99-108.

Thomson, J. Jac. 1917a. De Russische ziel en de Westerse cultuur. Zeist: J. Ploegsma.

Thomson, J. Jac. 1917b. ‘Dostojefsky. Lezing gehouden op den Zomercursus te Barchem Aug. 1917’. In Omhoog. Onafhankelijk-godsdienstig tijdschrift. Jaargang 4. p. 221-38.

Thomson, J. Jac. 1918. ‘Dostojefsky’s cultuurbeteekenis’. In Eltheto. Orgaan der N.C.S.V. Jaargang 72. № 7. April 1918. p. 217-33.

Thorn, George W. 1915. ‘Dostojewski’s denkbeelden omtrent godsdienst’. In Wetenschappelijke bladen. Geschiedenis – maatschappelijke belangen – natuurwetenschappen – letterkunde. Een bloem­­lezing uit buitenlandse tijdschriften. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon. Deel 4. p. 219-231

Thorn, George W. 1918. ‘De Russische revolutie en Dostojefskiej’. In Boonacker, J.F.H. & Gerrits, dr. G.C. (red.). Wetenschappelijke bladen. Geschiedenis – maatschappelijke belangen – natuur­wetenschappen – letterkunde. Een bloemlezing uit buitenlandse tijdschriften. Deel 4. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon. p. 33-42.

Timmer, Charles B. 1990. ‘Dostojevski’s romans en de joodse kwestie’. In Geld en goed bij Dosto­jevski. Vier essays. Amsterdam: De Arbeiderspers. p. 103-23.

Toury, Gideon 1980. In Search of A Theory of Translation. Tel Aviv: The Porter Institute for Poetics and Semiotics.

Toury, Gideon 1995. Descriptive Translation Studies and Beyond. Amsterdam-Philadelphia: John Ben­jamins Publishing company.

Troyat, Henri 1942. Dostoïevsky. Paris: Fayard.

Veen, P.A.F. van 1991. Etymologisch woordenboek. De herkomst van onze woorden. Utrecht-Antwer­pen: Van Dale Lexicografie.

Veresaev, V.V. 1933. Gogol’ v žizni: sistematičeskij svod podlinnych svidetel’stv sovremennikov. Moskva-Leningrad: Academia.

Verstraete-Vande Wiele, Heide 1995. ‘Streuvels vertaalt en vertaald’. In Jazyki i kul’tury. Materialy kon­ferencii: Rossija, Bel’gija, Niderlandy. Taal en cultuur. Conferentie: Rusland en de Neder­landen. Moskva: VCP.

Vlachov, Sergej & Florin, Sider 2009. Neperevodimoe v perevode. Moskva: Vysšaja škola. 19861.

Voge, Noel 1957. ‘Dostoevskij as a Translator’. In The Slavic and East European Journal. Vol. 1. № 4. (Winter 1957). p. 251-9.

Vogüé, Eugène Melchior de 1884. ‘Le Comte Léon Tolstoï’. In Revue des deux mondes. 15 juli 1884. p. 267 e.v.

Vogüé, Eugène Melchior de 1885. ‘Les écrivains russes contemporains’. In Revue des deux mondes. №. 1. p. 312-56.

Vogüé, Eugène Melchior de 1886a. Le roman russe. Paris: Plon.

Vogüé, Eugène Melchior de 1886b. ‘Avertissement’. In Dostoïevsky, Th. Souvenirs de la maison des morts. Traduit du russe par M. Neyroud. Paris: Plon. p. i-xvi.

Vogüé, Eugène Melchior de 1886c. ‘Les livres russes en France’. In Revue des deux mondes. 1886. LVIe année. Troisième période. p. 823-41.

Vogüé, Eugène Melchior de 1887. ‘Avertissement’. In Dostoïevsky, Th. L’idiot. Traduit du russe par Victor Derély. Paris: Plon. p. i-ix.

Vogüé, Eugène Melchior de 1891. ‘Dostoievsky’. In Gautier, Henri (red.). Nouvelle bibliothèque populaire. № 256. p. 399-432.

Vogüé, Eugène Melchior de 1895. ‘La renaissance latine. Gabriel D’Annunzio: poèmes et romans’. In Revue des deux mondes. 1 Jan. 1895. p. 188-206.

Vogüé, Eugène Melchior de 1901. ‘Au seuil d’un siècle. Cosmopolitisme et nationalisme’. In Revue des deux mondes. 1 Fébr. 1901. p. 677-92.

Vormsbecher, G. G. 1999. ‘Rossijskie nemcy: u poslednej čerty?’. In Obščestvennye nauki i sovremen­nost’. № 2. p. 75-84.

  1. 1886. ‘Schuld en boete. Roman in 3 deelen van F.M. Dostojewsky’. In Nederland. Prosa en poëzie van Nederlandsche auteurs. Deel I. p. 225-9.

Waegemans, Emmanuel 1988. ‘Russische literatuur in de Nederlanden. Vertaling en receptie’. In Van Den Broeck, Raymond (red.). Literatuur van elders. Over het vertalen en de studie van ver­taalde literatuur in het Nederlands,. Leuven-Amersfoort: Acco. p. 57-61.

Waegemans, Emmanuel 1997. Russische literatuur van de 18e eeuw. Antwerpen: Benerus.

Waegemans, Emmanuel 1999. Geschiedenis van de Russische literatuur. Sinds de tijd van Peter de Grote. Amsterdam-Gent: Jan Mets-Scoop.

Waegemans, Emmanuel & Willemsen, Cees 1991. Bibliografie van Russische literatuur in Neder­landse vertaling 1789-1985. Bibliografija russkoj literatury v niderlandskom perevode 1789-1985. Leuven: Universitaire Pers.

Wage, H.A. 1985. ‘Brink, Jan ten’. In Bork, G.J. van & Verkruijsse, P.J. (red.). De Nederlandse en Vlaam­se auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. Weesp: De Haan. p. 108. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Waij, Kees 2004. ‘Johan Hendrik van Balen’. In De Verniaan 31. Robur de veroveraar. Uitgave van het Jules Verne Genootschap. p. 36-41. Geraadpleegd via http://www.jules-verne.nl/verniaan/selectie/UitVerniaan31.pdf.

Waldmüller, Robert 1885. ‘Ein Russischer Roman. Die Brüder Karamasow’. In Blättern für literari­sche Unterhaltung. p. 566-8.

Waliszewski, K. 1900. Littérature russe. Paris: Librairie Armand Colin.

Warren, Hans & Molegraaf, Mario 1996. ‘Over de dichters’. In Waren, Hans en Molegraaf, Mario (samenstelling en red.) Voor verwende smaken. Nederlandse en Vlaamse gedichten uit het fin de siècle. Amsterdam-Antwerpen: Meulenhoff-Manteau. p. 130-43.

Weissbrod, Rachel 1998. ‘Translation Research in the Framework of the Tel Aviv School of Poetics and Semiotics’. In Meta. 43: 1. p. 35-45.

Wenguerow, Zinaide 1898. ‘Lettres russes’. In Mercure de France. Tome vingt-huitième. Octobre-Décembre. p. 545-52.

Wessen, Constant van 1912. ‘De misdadigers in de kunst’. In De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. 4 september 1912. № 1832. p. 6-7.

Wijk, Nikolaas van 1904. ‘De Hamlets van de Russische literatuur’. In De Gids. Jaargang 68. Serie 4. p. 127-64, 442-87.

Wijk, Nikolaas van 1907. ‘Over het Russische volkskarakter’. In De tijdspiegel. Volume 1. p. 155-80, 294-310.

Wijk, Nikolaas van 1908. ‘Russische indrukken’ In De Gids. Jaargang 72. № 1. p. 463-502.

Willemsen, Cees 1989a. ‘De receptie van de Russische literatuur in Nederland: 1789-1989, een ver­ken­ning (I)’. In Tijdschrift voor Slavische literatuur. № 4. p. 61-81.

Willemsen, Cees 1989b. ‘De receptie van de Russische literatuur in Nederland: 1789-1989, een ver­kenning (II)’. In Tijdschrift voor Slavische literatuur. № 5. p. 68-77.

Willemsen, Cees 1989c. ‘De receptie van de Russische literatuur in Nederland: 1789-1989, een ver­kenning (III)’. In Tijdschrift voor Slavische literatuur. № 6. p. 68-72.

Willemsen, Cees 1990. ‘De receptie van de Russische literatuur in Nederland: 1789-1989, een ver­kenning (IV)’. In Tijdschrift voor Slavische literatuur. № 7. p. 64-70.

Willemsen, Cees 1993. ‘Hendrik Wolfgang van der Mey (1842-1914), first Dutch Slavist. A for­gotten pioneer’. In Braat, J. et al. (red.). Russians and Dutchmen. Prooceedings of the conference on the relations between Russia and the Netherlands from the 16th to the 20th century held at the Rijks­museum Amsterdam, June 1989. Essays. Groningen. p. 183-206.

Willemsen, Cees 2004. ‘Heimwee naar de volksziel. De vroege ontvangst van Gogol in Nederland’. In Streven. Cultureel maatschappelijk maandblad. September 2004. p. 675-88. Geraadpleegd via http://www.streventijdschrift.be/artikelen/04/WillemsenGogol.htm.

Winckel-bediende, een 1918. ‘Anton Tchechow’. In De gulden winckel. Jaargang 17. № 11. p. 164-5.

Winckel-bediende, een 1921. ‘Flaubert en Dostojevski in Nederland. Naar aanleiding van de ge­denk­dagen van hun geboorte’. In De gulden winckel. Jaargang 20. p. 182-4. Geraadpleegd via http://www.dbnl.org.

Wispelaere, Paul de 1974. Van stem tot antistem. Een historisch beeld van het tijdschrift De stem als brandpunt van humanistische en vitalistische stromingen in de Nederlandse literatuur tussen de twee wereldoorlogen. Deel I. Antwerpen: Universitaire Instelling Antwerpen.

Wittgenstein, Ludwig 1966. Tractatus Logico-Philosophicus, Logisch-philosophische Abhandlung. Duitsland: Suhrkamp Verlag.

Wolfgang [= Van der Meij, Wolfgang] 1886. ‘Letterkundige kroniek’ [recensie Schuld en boete, 1885]. In De Nederlandsche Spectator. ’s-Gravenhage: Mart. Nijhoff. p. 202

Wolfgang [= Van der Meij, Wolfgang] 1889a. ‘Letterkundige kroniek’ [recensie van Doode zielen en De onderaardsche geest]. In De Nederlandsche spectator. p. 150-1.

Wolfgang [= Van der Meij, Wolfgang] 1889b. ‘Letterkundige kroniek’. In De Nederlandsche Specta­tor. 20 april 1889. ’s-Gravenhage: Mart. Nijhoff. p. 125-6.

Wyzewa, Theodor de 1897. ‘L’invasion des russes dans la littérature russe’. In Ecrivains étrangers. Deuxième série. Paris: Perrin et Cie. p. 155-76. 18861.

Zabel, Eugen 1884a. ‘F.M. Dostojewski’. In Die Gegenwart. № 20. p. 307-9.

Zabel, Eugen 1884b. ‘Porträts aus dem russischen Literaturleben’. In Unsere Zeit. Deutsche Revue der Gegenwart. Neue Folge. Heft 19. p. 332-46.

Zabel, Eugen 1885. Literarische Streifzüge durch Rußland. Berlin: Verlag von A. Deubner.

Zabel, Eugen 1889. ‘F.M. Dostojewski’. In Deutsche Rundschau p. 361-91.

Zabel, Eugen 1899. Russische Litteraturbilder. Berlin: Allgemeiner Verein für Deutsche Litteratur.

Zajdman, Mosej 1911. F. M. Dostoevskij v zapadnoj literature. Charakteristika tvorčestva i ličnosti pisatelja v zapadnoj kritičeskoj i naučnoj literature. Odessa: Kul’berg i Kaplan.

Zeijden, Albert van der z.j. ‘De Dostojevski-cultus in de jaren twintig in Nederland’ [Bewerkte versie van het artikel in Historisch Nieuwsblad 3 (1994). № 1. p. 22-4]. Geraadpleegd via http://www.albertvanderzeijden.nl/dostojevski.htm.

Zuidema, R. 1914. ‘Brinkman, Carel Leonhard’. In Molhuysen, P.C & Blok, P.J. (red.). Nieuw Neder­landsch biografisch woordenboek. Deel 3. Leiden: A.W. Sijthoff. p. 173-4.

Žukov, V.P. 1991. Slovar’ russkich poslovic i pogovorok. Moskva: Russkij jazyk.