Petr Placak: Het schip der doden

Voor 1989 waren de activiteiten van de Tsjech Petr Placák (1964) grotendeels gericht op het tarten van het communistische regime. Met dit oogmerk schreef hij bijvoorbeeld een ook in dit boekje opgenomen zorgwekkend pamflet waarin de terugkeer van de adel, de koning en god gepredikt wordt. Dat hij ook na de Fluwelen Revolutie nog de drang voelt om de gevestigde orde in het kruis te tasten blijkt uit prozateksten zoals Het schip der doden.

De sfeer van beschavingsloosheid die Placák in dit kortverhaal oproept doet denken aan de voortreffelijke horrorfilm Calvaire van Fabrice Du Welz. Twee gezinnen maken samen een uitstapje naar een eiland. Wanneer ze de veerboot naar het vasteland willen nemen, worden ze geconfronteerd met een losgeslagen kudde senioren die de mensheid terugbombarderen tot antediluviale tijden. Aanvankelijk gedragen ze zich slechts aanstootgevend zelfgenoegzaam en overdreven paniekerig, maar wanneer er een storm opsteekt en ze zeeziek worden, verdwijnt het allerlaatste spoor van civilisatie. Ze bijten, krabben en kotsen zonder gêne. Brillen, pruiken en kunstgebitten moeten het ontgelden.

De verteller slaat de stervende generatie met onbehagen gade en analyseert genadeloos hun morele gebreken: “Ze gaven hun honden de meest exclusieve lekkernijen en zouden liever hun eigen drek eten dan vluchtelingen uit de derde wereld helpen, wier ellende of alleen al hun aantal kinderen hen ergerden, terwijl hun ingewanden zo vol zaten met in verval geraakte humaniteit dat zelfs de heerser van de hel er misselijk van zou worden”.

Hoewel in het nawoord door Edgar de Bruin een milde, politieke interpretatie van deze karikatuur naar voren wordt geschoven – nl. dat het gaat over een groep Duitse bejaarden die geen verantwoordelijkheid willen nemen voor de grote zondes van de twintigste eeuw -, lijkt het er eerder op dat de neveneffecten van het verouderingsproces in het algemeen aan de kaak worden gesteld.

[Gepubliceerd in De leeswolf]

Getagged
%d bloggers op de volgende wijze: