Josef Škvorecky: De gekooide charleston

Post coitum omne animal triste est, maar des te droeviger is het hoofdpersonage omdat dit gevleugeld woord niet op hem van toepassing is. Danny is een scholier die tegen de achtergrond van WO II op zoek is naar lichamelijke liefde. Als saxofonist in een schooltoneelstuk kan hij vanuit de orkestbak onder de hoepelrok gluren van de mooie Kristýna. Driemaal komt hij in de buurt van een poging om haar het hof te maken. Telkens komt er iets tussen. De eerste maal is hij uitleg verschuldigd aan de Duitse bezettingsmacht, de tweede maal wordt een beroep gedaan op zijn verzetsgeest en de derde maal steekt Kristýna’s vader stokken in de wielen. Danny wordt bevangen door bittere wanhoop, die de vorm aanneemt van revolte tegen God.

De behandeling van gewichtige problemen in een meeslepende, lichtvoetige vertelstijl heeft Josef Škvorecký (1924) de reputatie opgeleverd een van de drie beste prozaïsten te zijn van de moderne Tsjechische letteren, naast Bohumil Hrabal en Milan Kundera. Zijn meest invloedrijke werk is De lafaards, dat de gemakzucht aankaart waarmee sommige Tsjechen in WO II omgingen met de scheidingslijn tussen collaboratie en patriottisme. Het hoofdpersonage van deze debuutroman is dezelfde autobiografisch geïnspireerde Danny als in De gekooide charleston. Dit kortverhaal wordt door uitgeverij Voetnoot als afzonderlijke uitgave gepresenteerd, maar is in feite onderdeel van de samenhangende verhalenreeks Een mieters seizoen (1975). Die is nog onvertaald, hopelijk niet lang meer.

[Gepubliceerd in De leeswolf]

Getagged
%d bloggers op de volgende wijze: