Ladislav Klima: Het lijden van vorst Sternenhoch

Van de wijsgeren die de moderne Europese beschaving heeft voortgebracht – al dan niet in weerwil van zichzelf – zijn velen excentriek, maar weinigen in dezelfde mate als Ladislav Klíma (1878-1928). Zijn excentriciteit blijkt niet alleen uit deze groteske roman zelf, maar ook uit het verhelderende nawoord van de vertaler Kees Mercks, die naar goede gewoonte met groot talent een volgend kunstwerk van de Tsjechische literatuur voor ons ontsluierd heeft.

Klíma werd geboren in westelijk Bohemen. In zijn jongvolwassenheid verloor hij zijn moeder aan tyfus, waarna hij onhandelbaar werd. Naar aanleiding van een opstel tegen kerk en staat werd hij van school gestuurd. Zijn intellectuele ontwikkeling zette hij op eigen houtje verder. Boven een kapitalistisch levensproject gaf hij de voorkeur aan armoede. Tegenover de burgerlijke idealen plaatste hij de Absolute Wil, die hij trachtte te bewijzen door bijvoorbeeld bedorven voedsel te eten. Hij geloofde dat de mens zich door dit soort zelfgekozen, absurd lijden kan verheffen tot übermensch. Van zijn voluntaristische, subjectief idealistische filosofie is Het lijden van vorst Sternenhoch doordrenkt.

Deze halfironische, halfernstige horrorroman bestaat uit drie delen, die vooraf gegaan worden door een voorwoord. Hierin stelt de fictieve uitgever de tekst van de twee erop volgende delen voor als een geïntellectualiseerde weergave van het manuscrit trouvé van vorst Sternenhoch, een vertrouweling van de Habsburgse keizer en antiheld zonder gelijke. In het laatste deel worden zijn plots afgebroken dagboeknotities aangevuld met een reconstructie van het verdere verloop van de gebeurtenissen vanwege de uitgever, die nu optreedt als alwetende verteller.

De aantekeningen verhalen hoe Sternenhoch verliefd wordt op een vrouw die hem afschuw inboezemt, Helga, en zich van haar verachting verzekert door haar tegen haar wil te huwen. Het huwelijk wordt slechts één keer geconsumeerd. Het kind dat hieruit voortkomt wordt door Helga eigenhandig vermoord. De vorst wordt steeds verliefder op zijn morbide echtgenote, die echter niets met hem te maken wil hebben. Aangezien ze er behalve haar panters geen minnaars op na houdt, en over duivelse krachten lijkt te beschikken, legt hij haar geen strobreed in de weg. Tot ze een passionele sm-relatie begint met een jonge adonis. Zijne doorluchtigheid neemt haar gevangen en laat haar, nadat hij haar gemarteld en zichzelf op haar gezicht ontlast heeft, langzaam wegrotten. Hier begint het lijden van vorst Sternenhoch: hij wordt geplaagd door spookverschijningen van Helga, die zijn verstand aantast door hem doodsangst in te boezemen, maar hem uiteindelijk helpt om zijn goddelijke potentie in het kosmische bestel waar te maken.

Een weldenkende kapitalistische democratie als de onze heeft voortdurend nood aan geestelijke ontburgerlijking. Met impertinenties als misantropie, infanticide, patricide, sadomasochisme, scatologie, bestialiteit en necrofilie kan Het lijden van vorst Sternenhoch hiertoe een steentje bijdragen. Daarnaast is dit boek, dat schatplichtig is aan schrijvers als Sade, Hoffman, Poe, Baudelaire en Dostojevski, en dat op zijn beurt grote invloed heeft uitgeoefend op Hrabal, ook ontzettend sfeervol en geestig. Bijzonder amusant is bijvoorbeeld Klíma’s satire op de Habsburgse staatslieden. Als filosofische roman is dit onverlicht werk dan weer een bevreemdend curiosum.

%d bloggers op de volgende wijze: