Arkadi Babtsjenko: De kleur van oorlog. Een soldaat in Tsjetsjenië

arkadArkadi Babtsjenko werd geboren in 1977 in Moskou. Hoewel hij als universiteitsstudent het recht had om zijn tweejarige legerdienst uit te stellen, liet hij zich in 1996 als kanonnenvoer naar Tsjetsjenië zenden. Hij overleefde het en keerde terug naar de parallelle, geciviliseerde wereld, maar kon er niet meer aarden. Toen enkele jaren later de Tweede Tsjetsjeense Oorlog uitbrak, voelde hij de onweerstaanbare drang om bij te tekenen – wat hij dan ook deed. Volgens de auteur zelf was het verlangen te schrijven de verborgen beweegreden van deze zeldzaam heroïsche of volslagen idiote daad. Van zijn verslaving aan oorlog is Babtsjenko nog steeds niet afgekickt, maar intussen is hij er wel in geslaagd om deze in oorlogsjournalistieke teksten en oorlogsproza te sublimeren.

In De kleur van oorlog geeft Babtsjenko in een stoere, onopgesmukte taal – doorspekt met in het Hollands vertaald soldatenjargon – verslag van de fysische en morele ontberingen die het autobiografische hoofdpersonage als frontsoldaat in Tsjetsjenië lijden moet. Het centrale thema van deze omgekeerde bildungsroman is de verdierlijking van de soldaten, die binnen de kortste keren ieder normbesef en zelfrespect verliezen. De enige alternatieven zijn desertie en zelfmoord. Vaderlandslievende heroïek en camaraderie zijn ver te zoeken, want in overeenstemming met de traditie in het Russische leger tuigen de soldaten niet alleen de Tsjetsjeense rebellen, maar ook elkaar genadeloos af – tot het bloed en het pus van de pagina’s in het onthutste gezicht van de lezer spat. Waarom er precies gevochten wordt, kan het hoofdpersonage niet vertellen. Hij heeft geen ‘morele, innerlijke rechtvaardiging voor al dat moorden’, maar enkel de hoop het er levend vanaf te brengen en zijn ‘ik’ te behouden. Dit laatste blijkt onmogelijk. Babtsjenko stelt vast: ‘Wij zijn allemaal in deze oorlog gebleven’. Ondanks alle kommer en kwel laat hij deze roman eindigen met een ambigue liefdesverklaring aan de oorlog: hun symbiose is een feit.

Met dit boek heeft Babtsjenko een integer getuigenis afgelegd van de smerigheid van oorlog in het algemeen en van de Russische campagne in Tsjetsjenië in het bijzonder, maar toch schotelt hij zijn lezers geen voorgekauwde aanklacht voor. De waarde van deze tekst, die vanuit literair oogpunt geen meesterwerk is, ligt vooral besloten in zijn bijdrage tot een beter begrip van het zogenaamde Tsjetsjenië-syndroom: posttraumatische stress waar talloze oud-soldaten in Rusland aan lijden. Ironisch genoeg wordt Rusland zelf, met zijn invalide burgermaatschappij, op dit thema liever niet aangesproken: behalve op internetsites is het ontnuchterende oorlogsproza van Babtsjenko in het Russisch nauwelijks beschikbaar. Toegegeven, er is aangenamere literatuur.

[Gepubliceerd in De leeswolf]

%d bloggers op de volgende wijze: