Critici over Het temmen van de Scyth

Boulogne, Pieter. 2011. Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostoevskij. Pegasus Oost-Europese Studies 17. Amsterdam: Uitgeverij Pegasus. 770 p. ISBN 978 90 6143 356 9.

  • Net verschenen: recensie van Orsolya Varga in Internationale Neerlandistiek. (2013, Nr. 3, pp. 277-280):

“Boulogne verricht systematisch onderzoek naar vertalingen en hun cultureel-historische omstandigheden; in zijn werk komen vertaalwetenschap en literatuurwetenschap (in het bijzonder receptiestudies) bij elkaar. […]

De auteur gebruikt een imposant aantal bronnen, maakt een vergelijking tussen de internationale en Nederlandse canonisering, en bespreekt alle Nederlandse vertalingen van voor de Eerste Wereldoorlog in hun publicatiecontext. […]

Het vierde hoofdstuk, ‘De vertalingen’ […] vormt de kern van het onderzoek. Bij de vertaalwetenschappelijke analyse gebruikt Boulogne de modellen van Toury (descriptieve vertaalwetenschap), Genette (semiotiek) en Leerssen (imagologie). […] Alle mogelijke aspecten van de vertalingen komen aan bod: de genealogie, de periteksten, de titelpagina, het voorwoord, de macrostructurele dimensie. Vervolgens worden de teksten ook op microtekstueel niveau bekeken: couleur locale, persoonsnamen, aanspreekvormen, realia, linguïstische context, intertekstualiteit, heterolinguïsme, afwijkend taalgebruik, spot met etnische minderheden. Elk onderwerp wordt nauwkeurig onder de loep genomen. […]

In een bijzonder waardevol deel van dit hoofdstuk [IV. De vertalingen] over de spot met etnische minderheden en buitenlanders (pp. 638-692) dwaalt de auteur wat af van de vertalingen, en neemt een bepaald aspect van de werken van Dostojevski onder de loep. Het is als het ware een uitputtende studie oevr Dostojevski’s xenofobie en de germanofobie in het bijzonder, die zonder meer als een aparte essay gepubliceerd zou kunnen worden. Deze imposante studie wordt in een historisch kader geplaatst, en schetst een beeld van de Duitser en de buitenlander in de Russische folklore, en in de literatuur vanaf Fonvizin over Puskin tot Gogol. Boulogne bewijst hiermee dat zijn onderwerp veel meer inhoudt dan gedacht. Het omvat niet alleen kennis van het werk van Dostojevski, maar ook van de Franse en Duitse literatuurbeschouwing van die tijd, de Franse en Duitse vertalingen, en de hele Russische literatuur en geschiedenis. […]

Boulogne ontwikkelt een originele en erg bruikbare vertaalwetenschappelijke methodiek die als voorbeeld zou kunnen dienen voor verder onderzoek. Hij laat zien dat vertaalwetenschap een belangrijke bijdrage levert aan de receptiewetenschap. Het zou interessant zijn als iemand ook de latere receptie van Dostojevski zou kunnen vergelijken met de vroegere ontvangst, en ook de latere vertalingen zou kunnen onderzoeken wat aanvaardbaarheid versus adequaatheid betreft – dit alles met dezelfde deskundigheid en nauwkeurigheid als de auteur van deze imposante studie.”

Klik om hier om de volledige recensie van O. Varga te lezen.

  • Mathijs Sanders in Spiegel der Letteren. Tijdschrift voor Nederlandse Literatuurgeschiedenis en voor Literatuurwetenschap (2012, Nr. 3, pp. 381-384):

“Op 21 mei 2011 promoveerde de slavist Pieter Boulogne aan de KU Leuven op een vuistdikke studie naar de vroege receptie van het werk van Fëdor Dostoevskij in Nederland. De handelsuitgave verscheen nog datzelfde jaar in de reeks ‘Oost-Europese Studies’ van de Amsterdamse uitgeverij Pegasus. Deze wetenschappelijke reeks, waarin tussen 2003 en 2012 twintig delen zijn verschenen, vormt een overtuigend bewijs van de vitaliteit van de slavistiek in de Lage Landen en van het belang dat inzichten die binnen dat domein worden ontwikkeld kunnen hebben voor de geesteswetenschappen in bredere zin. Dat geldt in het bijzonder voor het proefschrift van Boulogne, dat zich op het snijpunt beweegt van slavistiek, neerlandistiek, literatuur- en vertaalwetenschap. […]

Via de polysysteemtheorie ontsnapt Boulogne aan enkele beperkingen van het traditionele receptieonderzoek. Terwijl dat onderzoek vaak niet verder kwam dan het inventariseren en beschrijven van bronnen, worden deze door Boulogne telkens beschouwd in hun uiteenlopende literaire en extraliteraire contexten. Bovendien stelt dit theoretisch denkkraam hem in staat om de receptie van Dostoevskij in Nederland te interpreteren in relatie tot de ontvangst en vertalingen van ‘de Scyth’ in de dominante naburige systemen Duitsland en Frankrijk. […]

Boulogne beschrijft zeer gedetailleerd de dynamiek en verwevenheid van de Duitse en Franse receptie, de belangrijkste actoren (critici, uitgevers, vertalers) en instituties van de ruimere literaire en culturele context van die receptie. Dankzij deze contextualisering bevat het boek waardevolle inzichten in onder meer het naturalisme in Duitsland, de cruciale rol van de Franse katholieke diplomaat burggraaf Eugène-Melchior de Vogüé (wiens spraakmakende boek Le roman russe uit 1886 ook invloed uitoefende buiten Frankrijk en dan vooral in Duitsland) en het internationale succes van een westers georiënteerde schrijver als Turgenev (in menig opzicht de rivaal en tegenvoeter van Dostoevskij). Met samenvattende en synthetiserende paragrafen voorkomt Boulogne dat zijn lezers verdrinken in de minutieuze, soms encyclopedische maar altijd onderhoudende beschrijvingen. Wat goed uit de verf komt is hoe de receptie van Dostoevskij werd gestuurd door een voortdurend proces van collectieve beeldvorming in bredere zin, waarbij individuele critici en vertalers hun visie op elkaar afstemden of juist tegen elkaar uitspeelden. […]

Boulognes analyse van de Nederlandse receptie overtuigt, al zijn sommige conclusies moeilijk te onderbouwen. […]

Dit hoofdstuk [Hoofdstuk IV. De vertalingen] is in letterlijke zin voorbeeldig. Met behulp van een combinatie van inzichten uit de descriptieve vertaalwetenschap (vooral Toury’s onderzoek naar normatieve regulering), de semiotiek (in het bijzonder Genettes theorie over parateksten) en de imagologie (Leerssen) worden zowel macrostructurele en microtekstuele aspecten van de vertalingen beschreven en geïnterpreteerd. […]

De ‘eigenzinnige bezweerder van de morele chaos’ (p. 725) moest in Nederland wachten tot na de Grote Oorlog. Het is te hopen dat ook die latere receptie en vertaalgeschiedenis nog eens worden beschreven met dezelfde deskundigheid en accuratesse als die welke Boulogne aan de dag legt in deze indrukwekkende studie.”

Klik hier om de volledige recensie van M. Sanders te lezen.

  • Willem Weststeijn in Filter, tijdschrift over vertalen (2012, Nr. 4, p. 49-55):

“De massieve studie van Pieter Boulogne […] richt zich op een niet erg courant onderwerp van de vertaalwetenschap: de vertalingen van het werk van een schrijver gedurende een bepaalde periode en in een bepaald taalgebied. […] Systematisch onderzoek naar wat er allemaal van een schrijver is vertaald en hoe dat is gebeurd, is nogal zeldzaam. Alleen al daarom is Boulognes boek de moeite waard. Het laat zien hoe zulk een onderwerp kan worden aangepakt en wat het oplevert: anders dan bij de bespreking van een aparte vertaling gaat het niet alleen om vertaalproblemen en vertaalstrategieën, maar komen, veel breder, ook cultureel-historische omstandigheden aan de orde en wordt een relatie gelegd tussen vertalingen en de tijd waarin de vertalingen tot stand komen. Vertaalwetenschap en receptiewetenschap komen zo op een interessante manier bij elkaar. Je zou zelfs kunnen spreken van een symbiose. […]

Vertaalwetenschap is niet cruciaal voor de receptiewetenschap, maar kan die wel in belangrijke mate ondersteunen. Boulogne is erin geslaagd dat te laten zien; zijn voorbeeld verdient navolging.”

Klik hier om de volledige recensie van W. Weststeijn te lezen. Lees hier mijn reactie op de vraagtekens die W. Weststeijn plaatst bij de noodzaak van vertaalstudies in receptieonderzoek.

  • Irina Michajlova in Новое литерятурное  обозрение [Novoje Literatoernoje Obozrenie] (2012, Nr. 3, p. 403-406):

“Работа […] дает широкую и многогранную панораму восприятия произведений Достоевского в Нидерландах и Фландрии на рубеже XIX-XX вв. […]

Сопоставив нидерландские переводы с исходными русскими текстами, П. Булонь обнаружил весьма значительные расхождения. […] П. Булонь обнаруживает, что эти изменения носят системный характер и преследуют одну цель: адаптировать русского писателя к ожиданиям западноевропейских читателей, упростить чтение, сделать его более занимательным. Отсюда ­– название книги П. Булоня, основанное на игре с цитатой о Достоевском из знаменитой книги Эжена Мельхиора де Вогюэ «Русский роман» (1886): «Вот грядет скиф, истинный скиф, который перевернет все наши интеллектуальные привычки». […]

Читая «Укрощение скифа», слышишь как бы два голоса автора: голос объективного ученого-филолога и голос влюбленного в русскую литературу и художественно одаренного писателя, эмоционально вжившегося в изображаемых им персонажей, сумевшего подметить в каждом из них нечто уникальное и изложить свои наблюдения живым и афористичным языком.”

[Dit onderzoek […] biedt een breed en veelzijdig panorama op de ontvangst van Dostojevski’s werken in Nederland en Vlaanderen op de grens van de 19e en 20e eeuw. […]

Op basis van een vergelijking van de Nederlandse vertalingen met de Russische bronteksten heeft P. Boulogne uiterst belangwekkende afwijkingen ontdekt. […] P. Boulogne stelt vast dat deze verschuivingen een systematisch karakter hebben en gericht zijn op één doel: het aanpassen van de Russische schrijver aan de verwachtingen van de West-Europese lezers, de lectuur vereenvoudigen en hem onderhoudender maken. Vandaar de titel van het boek van P. Boulogne, dat een woordspel bevat met een citaat over Dostojevski uit het beroemde boek van Eugène-Melchior de Vogüé Le roman russe (1886): ‘Voici venir le Scyth, le vrai Scyth, qui va révolutionner toutes nos habitudes intelectuelles’. […]

Bij het lezen van Het temmen van de Scyth hoor je als het ware twee auteursstemmen: de stem van de objectieve filoloog en de stem van een op de Russische literatuur verliefde, artistiek begiftigde schrijver, die zich inleeft in de door hem afgebeelde personages, die in ieder van hen iets unieks bespeurt en die zijn observaties uiteenzet in een levendige en aforistische taal.]

Klik hier om de volledige recensie van I. Michajlova te lezen.

  • Jooris Van Hulle in De leeswolf (2012, Nr. 1, p. 28):

“Boulogne bespreekt zorgvuldig en uitvoerig de vertalingen (vaak uit tweede hand, uit het Frans of het Duits) van Dostoevskij’s werken en de reacties die erop volgen. Interessant is daarbij dat hij de kritiek ook in een internationale context situeert. […] Pieter Boulognes boek [770 p.] is niet langdradig. Zijn opzet was: ‘dat wie de moed en het geduld opbrengt om deze geschiedenis te doorworstelen beloond wordt met inzicht in de vroege Nederlandse receptie van Dostoevskij’. Daarin is hij met verve geslaagd.”

  • Uit het syntheseverslag van de doctoraatsjury (2011):

“Het proefschrift van Pieter Boulogne is een pionierswerk dat de schaarse bestaande inzichten in de vroege Nederlandse receptie van FM Dostoevskij niet alleen substantieel aanvult maar ook grondig bijstelt.”

“Wie zich in het algemeen bezig houdt met receptie van literatuur en vertaalonderzoek zal profijt hebben van Boulognes werk: zijn uitvoerige, uiterst gedetailleerde behandeling van het gekozen onderwerp, waarbij bestudering van feitenmateriaal is ingebed in zinvolle theorievorming, kan als voorbeeld dienen voor een geslaagde receptiestudie.”

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
%d bloggers op de volgende wijze: