Tagarchief: frank keizer

‘in mijn eierstok leeft een monster’ en andere voor Poetry International vertaalde gedichten van Galina Rymboe

62595221_10217264639721289_3826711634764627968_n

Galina Rymboe te gast op het Rotterdam Poetry International Festival 2019

Wie er, zoals ikzelf, tijdens het afgelopen Poetry International Festival te Rotterdam niet bij kon zijn om Galina Rymboe aan het werk te zien, kan hieronder de vertalingen lezen die ik op vraag van de organisatie uit het Russisch maakte (met dank aan Ann Catteeuw voor haar kritische blik).

Het gaat om de gedichten ‘Mijn vader ligt te slapen op de grond’, ‘In mijn eierstok leeft een monster’ en ‘Het boek van de teloorgang (fragment)’, die niet opgenomen waren in de bundel tijd van de aarde (Perdu, 2019). De originele teksten zijn beschikbaar op de festivalwebsite


IN MIJN EIERSTOK LEEFT EEN MONSTER

in mijn eierstok leeft een monster; complex gemaakt,
maar van mijn bloedeigen embryonale weefsels;
’s nachts laat het van zich horen,
ik word wakker en wil mezelf iets aandoen.
als vast stond dat dood kan worden gestreden,
zou mijn tweelingbroertje of -zusje, gegroeid in een klein orgaan,
vrij zijn –
in de aarde of in de organische stoffen van as . . .
ik geloof dat we enkel wanneer we weg zijn
stenen kunnen liefkozen en onze blik op bomen kunnen laten rusten,
de tijd zwijgt, afgekeerd in zichzelf
en achter het vensterglas gaat de Ruimtevaartlaan tekeer,
dronkaards uitspuwend op slijkpaadjes. ik droom
dat mijn boezem rot en dat ik dan toch vrouw geworden ben . . .
en dat alle dieren van de wereld zich door mij laten strelen.

voor het slapengaan scheen mijn zoon me op mijn buik met het lampje van mijn mobieltje.
hij gelooft dat we een raket kunnen bouwen om naar de ruimte te vliegen,
en ik krijg hem maar niet uitgelegd dat de ruimte er is voor een select clubje,
en zelfs niet nu, maar als toekomstperspectief.

dat de ruimtehuizen die hier op aarde al gebouwd worden
en de robottentoonstellingen waar hij zo dol op is
en de complexe gadgets die voor nieuwe dichters machinale poëzie produceren
gemaakt worden voor een select clubje, in naam van een select clubje,
al geen mensen meer, geen materie, maar een troebele zwerm systemen
die onze milieus als gezwellen overwoekeren.

dat er mensen zijn die geen documenten kunnen krijgen,
dat er mensen zijn die nergens heen kunnen reizen,
ze liggen als zieke monsters, in dichte kuilen gemaakt van werk en honger
hun taal is schraal

dat opeenstapelingen van regeringen als afvalbergen zijn op onze Aarde,
dat er nog wat anders bestaat dan in kamers geperste tijd,
dat lichamen nog wat anders bevatten dan woorden en gedachten . . .


MIJN VADER LIGT TE SLAPEN OP DE GROND

mijn vader ligt te slapen op de grond en wij zitten te wachten
op zijn salaris, als op een wonder, als op de Messias, als kleine kinderen,
als op het einde van de wereld,
het moment waarop we allen samen zullen vreten tot we barsten en sterven
en het aureool van de wereld aanschouwen buiten de tijd – zo zitten we te wachten,
avond na avond onze blikken persend door het enige venster in onze enige kamer, bedekt met een grijze folie tegen de zomerzon;

mijn vader ligt te slapen op de grond
in de keuken, terwijl mijn moeder, mijn zoon en ik in de kamer liggen en het is alsof we synchroon ademhalen en elkaar horen als we ’s nachts wakker worden;
in warmtekrachtcentrale TETS-5 gaan ze opnieuw door de schoorstenen
en weerklinkt hun gebulder,
en bij momenten ook het gebrul van de dikste schoorsteen
het verspreidt zich over onze wijk – alsof het uit de hemel gesprongen komt
en over onze rotte aarde raast, als een boze geest. en augustus
jaagt zijn blauwe stieren de duistere hemel door, langs drukke vuilnisbeltheuvels,
langs overwoekerde vijvers en pompeuze paleizen
van afgelegen supermarkten –
tot bij onze complexe gemeenschappen, opeengepakt in één huis, één verstandelijke stroom,
die de aarde omspoelt met idiote tranen,
en wij zitten te wachten op vaders salaris en bekvechten
omdat het er nog steeds niet is en wij de schuldigen niet gewoon kunnen vermoorden,
vragen weg te gaan; daarom willen we soms gewoon elkaar vermoorden,
wanneer augustus met zijn zwarte flonkering ons brein openscheurt,
wanneer de bomen tot leven komen en aan de rand van de stad dronkaards omhelzen,
hen wiegen, als kleintjes, om hen daarna zachtjes in de vuilnisbakken neer te laten,
wanneer de oude kat in de keuken op gedroogde dille knauwt en jankt, onduidelijk waarom net als een dier;

wij willen elkaar vermoorden, als gezin, maar slapen opnieuw in,
en zelfs in onze dromen zitten mama en ik te wachten op papa’s salaris,
om shampoo en douchegel te kunnen kopen, met mijn zoon bootje te kunnen varen,
de minibus te nemen, de bloemententoonstelling in het centrum te bezoeken,
en tot slot ook nog om te kunnen eten waar we zin in hebben, eten en nog eens eten,
zolang er nog tijd rest; en papa ligt te slapen in de keuken en te hoesten,
zijn longen openen zich niet als een scharlaken bloem, zoals in poëzie, ze klotsen vanbinnen dof, de geur van de nacht pijnigt de huid;
hij ligt te slapen en heeft zelf niets te melden over zijn salaris,
hij spreekt in zijn slaap Moldavisch met zijn broer.


HET BOEK VAN DE TELOORGANG (FRAGMENT)

de zon komt zwart op in plaats van helder, de wereld geselend, we wachten
op de gemeenschap; het einde – wij lopen als lichtdraden, ieder voor zich, ons van de plaatsen wegdenkend,
mijn mobieltje is bijna leeg, ik schrijf dit om vast te leggen: de rand van de nacht,
alsof kleverig schuim in onze ooghoeken naar beneden glijdt.
we hebben de grenzen bereikt.niemand van mijn geliefden zal de ogen openen.
niemand van de overlevenden zal dezelfde zijn.rode gezichten in oliefonteinen . . . zwartgeblakerde gebouwen . . .ik heb werelden gekend waar men van de dorst de zoute gele aarde likte,
waar men doodde zonder om te zien naar bloed
en werelden, waar men lucht in ere hield, genietend van de glinstering van zonnepanelen,
waar onder een regenboogkoepel gekoelde prosecco gedronken werd . . .
we hebben de grenzen bereikt.de laatste insecten bestuiven op verschillende uiteinden van de wereld een bruine bloemknop:haat.mijn mobieltje is bijna leeg, ik schrijf om vast te leggen: de rand van de nacht
anders, in ander gezelschap, en alweer
het boek der teloorgang dat open is gespat,
vlakbij het vuur.

De dichter Frank Keizer (uitgeverij Perdu) over Galina Rymboe:

“Galina Rymboe (1990) is dichter, feminist en activist. Ze schreef de dichtbundels De beweegbare ruimte van de omwenteling (Moskou, 2014) en tijd van de aarde (Charkov, 2018), dat in het Nederlands vertaald werd en verscheen bij Uitgeverij Perdu. Haar poëzie werd in Rusland en daarbuiten bekroond; een vertaling van haar gehele oeuvre tot nu toe naar het Engels is in voorbereiding bij Ugly Duckling Press. Dat ze de wereld rondreist met haar poëzie, is onwaarschijnlijk, zoals ze zelf toegaf in een interview in BOZAR in Brussel. Ze werd in 1990, tijdens de nadagen van de Sovjet-Unie, geboren in de Siberische industriestad Omsk, in een arbeidersgezin; iedereen om haar heen werkte in de zwaar vervuilende industrie. Een ander leven, laat staan een leven als dichter, leek onvoorstelbaar.

Met haar poëzie wil Galina Rymboe echter meer doen dan een achtergelaten milieu beschrijven. Als haar gedichten zich in een milieu afspelen, dan eerder in de betekenis die de Franse filosoof Gilles Deleuze aan dat woord geeft: een ruimte waarop allerlei ritmes, geschiedenissen en verhalen met elkaar verstrengeld raken. Haar werk is dan ook geen ontsnapping uit de wereld, maar eerder ernaartoe: een poging contact te maken met bijna vergeten herinneringen, gewoonten en oude structuren, met de rivieren die opdrogen en leven dat afsterft, de lege fabrieken en verlaten opgravingsterreinen die de ingestorte Sovjet-Unie en het huidige Russische roofkapitalisme kenmerken. In deze dystopische en gure ruïnes zoekt Rymboe naar vormen van liefde en intimiteit. Hoe verwoest ook, ze wil de “terreinen van de nederlaag”, zoals ze het in tijd van de aarde noemt, bewoonbaar maken.

Daarmee waagt deze poëzie zich aan de voorstelling van een leven voorbij het repetitieve geweld van uitsluiting, uitputting en ontginning van lichamen en werelden die ons maatschappelijke systeem bepaalt. Rymboe’s tijd van de aarde kan dan ook gelezen worden als een utopisch gebaar. Het is niet louter een verwijzing naar het tijdperk van het Anthropoceen waarin we volgens geologen en klimaatwetenschappers inmiddels leven, waarin de mens, na eeuwenlange uitputting van haar natuurlijke bronnen onuitwisbare sporen in de aarde heeft aangebracht. De tijd van de aarde dwingt ons ook om onze relatie tot de grond onder ons en tot elkaar te herzien. Vaak wordt het Anthropoceen beschreven als een grote acceleratie, de periode waarin de uitgestrekte tijdsschalen van de geologie de tijd van de mens achterhalen en hem onttronen als middelpunt van het universum. Wat Rymboe’s werk doet is net anders, omdat ze het verhaal vertelt dat erdoor overschaduwd wordt: bij haar staat niet de veroverende man-mens centraal, maar altijd al diegenen, niet eens alleen mensen, die door de drang tot vooruitgang in de steek werden gelaten en vertrapt. Haar poëzie laat juist andere ritmes klinken dan we gewend zijn, traag, polyfoon, voorbij het menselijke; het zijn precies die ritmes, zo suggereert deze schitterende poëzie, die de lezer kunnen sensibiliseren voor een leven te midden van de ineenstorting van wat we ooit beschaving noemden.”

Getagged , , , , , ,

‘Sterke poëzie’ Literair Nederland over Alles is slecht

In zijn stuk ‘Ondertussen in Rusland’ bespreekt poëzierecensent Maarten Buser Alles is slecht van Kirill Medvedev voor Literair Nederland. Daarbij besteedt hij aandacht aan het vertaalde karakter van dit ‘mooi boek’:

Medvedevs gedichten verschillen eigenlijk niet eens zo erg van zijn essays: ook de gedichten meanderen een aantal pagina’s lang door en zijn strek politiek gericht. Tegelijkertijd is Medvedevs poëzie gewoon léuker, door haar praterige, prozaïsche karakter en prettige humor. In Rusland schijnt deze poëzie slecht ontvangen te zijn, als er al erkend werd dat Medvedeves poëzie daadwerkelijk poëzie is. In één van de beste gedichten in Alles is slecht, vindt de verteller een potje goedkope sprotpaté. Daarna gaat deze ‘ik’ de rest van de producten van de supermarkt inspecteren: ‘terwijl ik / met zorg / en piëteit / ieder product onderzocht / en me overgaf aan de lectuur / van de geraffineerde benamingen van die prachtig verpakte etenswaren, / soms deden die mijn hoofd duizelen / (er was bijvoorbeeld een product / met de naam / ‘twee regenboogforellen’)’

Deze aandoenlijke verbazing geeft de supermarkt bijna iets sprookjesachtigs. Even lijkt Medvedevs engagement verdwenen te zijn, waardoor het slot van het gedicht nog harder aankomt: ´toen ik op straat stond […] drong het tot me door hoe vaak / mijn afschuw / voor de grimas van de consumptiemaatschappij / omslaat in sentimentaliteit’.
Ook wie aanvankelijk wantrouwend zou staan tegenover de prozaïsche toon, moet erkennen dat een gedicht als dit knap in elkaar zit. (Toch gek dat er Russen zijn die dat niet zien.)

Het fijne van Alles is slecht is dat de samenstellers voor teksten hebben gekozen die Medvedevs ideeënwereld over cultuur en politiek oproepen. Hoewel in de gedichten ook duidelijk stelling wordt ingenomen en statements worden gemaakt, vormen de essays en ‘acties’ een verdere context waarin gevente ideeën functioneren. (Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat geenszins gesteld wordt dat de gedichten belangrijker zijn dan de prozateksten in de bundel, maar als poëzierecensent ligt de nadruk voor mij op de gedichten.) Het is vanaf het opgeven van het copyright bijvoorbeeld maar een kleine stap naar het gedicht over vertalen. Misschien verklaart de inhoud van dat gedicht al het bestaansrecht van deze vertaalde pirateneditie van Alles is slecht. (Naar het schijnt heeft Medvedev er overigens ook geen bezwaar tegen om zijn vertalers tips te geven, hoewel hij geen toestemming heeft gegeven voor de vertalingen.)

[…]

Alleen de prominente enscenering in Rusland herinnert er aan dat Alles is slecht een vertaling is. Dat is slechts een detail, want eigenlijk is dit gewoon een Nederlands boek. De laconieke, praterige toon van de gedichten doet namelijk volledig natuurlijk aan, alsof er een Nederlander, die in Rusland heeft gewoond, tegen je aan het praten is in een café. Die Nederlander is Pieter Boulogne, die de gedichten en essays vertaalde van een Rus, een zekere Kirill Medvedev. Er kan gezegd worden dat Boulogne een mooi boek heeft geschreven: Alles is slecht. Boulognes essays zijn prima, maar vooral zijn poëzie is sterk.

Lees hier de volledige recensie.


Alles is slecht

Kirill Medvedev. Alles is slechtLeesmagazijn. 314 p. ISBN 978-94-91717-09-3. € 19,95. Vertaling uit het Russisch door Pieter Boulogne. Met een inleiding door Keith Gessen, vertaald uit het Engels door Menno Grootveld. Eindredactie door Frank Keizer. Omslag ontworpen door Connie Nijman. 

‘Ontwapenend alledaags’ – Jeroen Zuallaert, Knack

‘Inspirerend’ – Arjen van Veelen, NRC Handelsblad

‘Haast bezwerend’ – Claudia Zeller, Absint

‘Griezelig relevant boek’ – Mark Cloostermans, Boekblad

‘Sterke poëzie’ – Maarten Buser, Literair Nederland

‘Wie Rusland beter wil proberen te begrijpen moet zeker Alles is slecht lezen.’ – Wim Brands, VPRO Boeken 

‘Een boeiende selectie van de gedichten en essays van een onversneden idealist’ – Erik Ziarczyk, De Tijd

‘Mooie en tot denken aanmoedigende essays’  – Jesse van Amelsvoort, 8WEEKLY

‘Een harmonieus geheel van gedichten, essays en acties’ – Obe Alkema, Tzum literair weblog

‘Liefhebbers van Bukowski of auteurs van de beat-generatie kunnen hun geluk niet op’ – Annelies Omvlee, Cutting Edge

‘Zwarte, alarmerende humor’ – Griet Menschaert, Gonzo (circus)

‘Een onherroepelijke strijdkreet van een rebelse overlever, die zijn inkt heeft vermengd met buskruit’ –Tommy van Avermaete, Irrealisten.blogspot.nl

‘Kirill Medvedev kent u van Alles is slecht’ – Gaea Schoeters, De Standaard der Letteren

‘Voor de geinteresseerden in de politiek van Rusland zeker een must’ – Hati Bell

‘Dikke aanrader’ – Martinus Bender, Avier (Onafhankelijk Literair Vlugschrift)

Getagged , , , , , ,

Flaptekst van Kirill Medvedevs Alles is slecht

Alles is slecht

Alles is slecht bevat een selectie uit de gedichten, essays en acties die de Russische dichter en activist Kirill Medvedev het afgelopen decennium schreef. Van zijn afscheid, uit protest, van de literaire wereld, de oprechte blijdschap bij het vinden van een potje paté in een supermarkt tot politieke overdenkingen tijdens een actie voor het behoud van het Chimkibos bij Moskou – de rauwe, alledaagse, directe, soms absurde of grappige maar altijd radicaal oprechte gedichten van Medvedev schuwen geen enkel onderwerp, en deinzen er niet voor terug stelling te nemen.

In zijn essays, waarin hij harde, maar in zijn ogen onvermijdelijke conclusies trekt uit de crisis van de post-Sovjetintelligentsia en de staat van de huidige machthebbers in Rusland, doet hij net als in zijn gedichten een krachtig beroep op de verbeelding, de rechtvaardigheid en de waarheid als tegengif tegen leugens en onderdrukking. Steeds rekent hij hierbij af met het idee dat literatuur een privéaangelegenheid is, die niet in staat is een maatschappelijke of politieke ruimte op te eisen.

Medvedev bewijst met deze bundel het tegendeel. Alles is slecht is een onontkoombaar boek voor iedereen die wil weten waarom poëzie ertoe doet, geïnteresseerd is in het Rusland van Poetin, Pussy Riot en Navalny, en radicale antwoorden zoekt op de vragen van deze tijd.

Kirill Medvedev

Kirill Medvedev

Kirill Medvedev  behoort samen met de feministische punkgroep Pussy Riot en het kunstenaarscollectief Chto Delat uit Sint-Petersburg tot de jongere generatie schrijvers en kunstenaars in Rusland die zich verzet tegen het regime van Vladimir Poetin.

Uit protest tegen het corrupte en ingedutte literaire milieu in zijn land kondigde Medvedev in 2003 het einde aan van zijn literaire carrière. Een jaar later gaf hij ook zijn copyright op, zodat tegenwoordig alleen nog piraatedities van zijn werk kunnen verschijnen.

Een paar jaar geleden begon Medvedev in Moskou een eigen uitgeverij, die voornamelijk door hemzelf verzorgde vertalingen van westerse marxistische auteurs als Pier Paolo Pasolini, Herbert Marcuse en Alain Badiou publiceert. Daarnaast treedt hij regelmatig op met zijn band Arkady Kots, vernoemd naar de Russische dichter die de Internationale in het Russisch vertaalde, waarmee hij teksten van de bekende Russische ‘kunst-terrorist’ Aleksandr Brener ten gehore brengt.

Kirill Medvedev. Alles is slechtLeesmagazijn. ca. 300 p. ISBN 9789491717086. € 19,95. Vertaling uit het Russisch door Pieter Boulogne. Met een inleiding door Keith Gessen, vertaald uit het Engels door Menno Grootveld. Eindredactie door Frank Keizer. Omslag ontworpen door Connie Nijman. 

‘Inspirerend’ – Arjen van Veelen, NRC Handelsblad

‘Wie Rusland beter wil proberen te begrijpen moet zeker Alles is slecht lezen.’ – Wim Brands, VPRO

Lees hier een meer uitgebreid auteursportret van Kirill Medvedev.

 

 

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De weigering van de dichter. Kirill Medvedev: Alles is slecht

Op 1 mei 2014 brengt uitgeverij Leesmagazijn de bundel Alles is slecht uit met gedichten, acties en essays van de Russische dichter en linkse activist Kirill Medvedev. Samen met Frank Keizer schreef ik voor De Leeswolf (2014, Nr. 2.) het onderstaande auteursportret, een voorproef van de radicale oprechtheid van deze ‘Russische Bukowski’.

GEDICHTEN

op dit moment vertaal ik een detective

voor het tijdschrift buitenlandse literatuur

een detective voor een nieuwe serie

bijlagen van dat tijdschrift

volgens mij heet die serie

‘een boek voor onderweg’

ik heb zo het gevoel

dat ik de laatste tijd

in dienst sta van de bourgeoisie

de detective is geschreven door john ridley

een zwarte amerikaanse schrijver

hij is 32 jaar oud

het is een spectaculaire detective

die ergens doet denken aan de films van quentin tarantino

hij bevat satire op hollywood

en kritiek op de moraal van het hollywood-

establishment

maar tegelijkertijd gebruikt hij

alle bekende hollywoodtrucs;

die roman bevat wel

enkele sterke passages

maar in zijn geheel is het

naar mijn gevoel

gewoon een goed gelukt knutselwerkje

volgens mij zijn vertalers

op een zeldzame uitzondering na

vampiers

die zich voeden

met andermans bloed

want een vertaling

is een zoete droom

terwijl een kunstwerk

een kwelling is

daarom

zal ik waarschijnlijk

nooit meer iets vertalen

Met de bovenstaande slotregels van een lang programmatisch gedicht kondigt de Moskoviet Kirill Medvedev aan het begin van dit millennium zijn dichterschap aan. Op dat moment is hij vijfentwintig jaar oud. Literatuur is er hem met de paplepel ingegoten. Zijn moeder was redactrice bij een grote Sovjetuitgeverij, zijn vader een bibliofiel en journalist die tijdens de perestrojka beroemd werd, maar in de vroege jaren 1990 zijn gezin aan de roulette ruïneerde (hij moest zelfs zijn bibliotheek verkopen). Van 1992 tot 1996 studeerde Medvedev geschiedenis aan de Moskouse Staatsuniversiteit. Wanneer hij in 2000 afstudeert aan het Gorki Instituut voor Literatuur probeert hij in zijn onderhoud te voorzien als journalist en criticus. Hij schrijft recensies en artikels voor kranten en tijdschriften, en maakt literaire vertalingen. Langzaam dringt het besef tot hem door dat hij onmogelijk door kan gaan met dit alles – ook al haalde hij met name uit het vertalen grote voldoening. Zo vertelt hij in dit gedicht dat hij bij het vertalen van Amerikaanse cultschrijver Charles Bukowski het gevoel had volledig samen te smelten met de auteur. Ondanks de markante verschillen in levensstijl en ideeëngoed – tegenover het gezuip van de een staat het engagement van de ander – hebben Medvedev en Bukowski inderdaad veel met elkaar gemeen. Het valt te vermoeden dat Medvedev zich door zijn ervaring als vertaler van Bukowski aangemoedigd heeft gevoeld om Russische poëzie in het vrije vers te schrijven: gedichten zonder rijmschema, regelmatige strofebouw of vast metrum. Ze delen ook een zwak voor onwelvoeglijk taalgebruik, dat in Rusland meer nog dan in het Westen tot de taboesfeer behoort. Voor puristische Russische poëzielezers is Medvedev dan ook een zeikdichter of helemaal géén dichter.

In zijn eerste poëziebundels Alles is slecht (2000) en Invasie (2003) legt Medvedev zijn ervaringen vast in Rusland, dat toen nog enthousiast Poetin achterna holde. Terwijl zijn landgenoten een graantje proberen mee te pikken van de groeiende welvaart, waar zo naar gesnakt was onder het communisme, kijkt Medvedev aan de zijlijn toe. Hij denkt na over zijn eigen positie in en tegenover de consumptiemaatschappij van post-Sovjet Rusland, bijvoorbeeld in het gedicht ‘In de supermarkt Smolenski’, waarin hij, niet gespeend van zelfkritiek, de trance beschrijft waaraan hij ten prooi valt onder invloed van al die prachtig verpakte etenswaren:

een tijdlang staarde ik

naar al die

mooie domme dure

bling bling

die daar verspreid lag

op de rekken

van de supermarkt

en ik begreep

dat dit wellicht

de basisbrandstof was

van onze maatschappij

(niet omdat we allemaal

in een consumptiemaatschappij leven,

maar gewoon omdat

de rest

entourage is

terwijl je van voedsel

kan zeggen wat je wil

maar het zijn proteïnen

het is de basisgarantie

voor gezinsgeluk en welvaart

in wezen wordt alles

veroorzaakt door voedsel,

en daarom hoeft het

misschien niet te verbazen

dat voedsel de oorzaak is

van gezinnen die uiteenvallen

relaties die stuklopen

en van moorden);

na zo nog wat rondgelopen te hebben

drong het besef door

dat mijn verstikkende gevoel van medelijden

met die producten

ook een soort

fetisjisme was

en ook

een vorm

van materialisme was;

want eigenlijk is er geen reden

om te doen te hebben met producten

die dat alles

veroorzaken;

ik betaalde voor een visfilet

en voor de twee potjes

van die verbazingwekkend goedkope paté

die ik bij mezelf

‘de paté der armen’ noemde

en toen ik op straat stond

met die producten

drong het tot me door hoe vaak

mijn afschuw

voor de grimas van de consumptiemaatschappij

omslaat in sentimentaliteit

 

ACTIES

Als jonge dichter staat Medvedev onder hoede van Dmitri Koezmin, een excentrieke literator, uitgever en openlijke homoseksueel (wat in Rusland gezien wordt als een provocatie). Al in 1989 heeft hij onder de naam Vavilon een grootschalig forum opgezet waarop hij de meest uiteenlopende innovatieve Russische dichters onderbrengt. Koezmin helpt Medvedev om zich als dichter op de kaart te zetten, maar na enkele jaren bekoelt Medvedevs belangstelling voor diens literaire project. De rechtstreekse aanleiding voor de breuk is de steun van Koezmin aan de Amerikaanse invasie in Irak. De diepere reden is het besef van Medvedev dat zijn teksten binnen het Vavilonproject dan wel getolereerd en misschien ook geapprecieerd worden, maar dat ze geen echte invloed uitoefenen op de lezer: ze zijn een voorbeeld van repressieve tolerantie. In 2003 besluit Medvedev om de literaire wereld de rug toe te keren. Op zijn website publiceert hij een communiqué waarin hij het volgende verklaart:

Aan literaire projecten die georganiseerd en gefinancierd worden door de overheid of door culturele instanties weiger ik deel te nemen. Ik zal mijn boeken voortaan zelf uitgeven en financieren, en op mijn eigen website publiceren.

Ik zal geen publieke voordrachten meer houden.

Dit is geen heroïsche pose, PR-stunt of verlangen om mijn uitgeverij een duwtje in de rug te geven. Ik leg mezelf deze beperking op omdat ik haar noodzakelijk vind. Ik ben ervan overtuigd dat mijn teksten bestempeld kunnen worden als authentieke mainstreampoëzie. Daarom koester ik de hoop dat, wanneer de mainstream in mijn persoon voor de helft ondergronds gaat en – voor zover dat überhaupt mogelijk is – voor de helft onafhankelijkheid verwerft, dat er in mijn land dan misschien meer eerlijke, compromisloze en authentieke hedendaagse kunst zal komen, die niet besmeurd wordt door de culturele, financiële en politieke macht met haar weerzinwekkend ideologisch revanchisme (of, het omgekeerde, pseudo-liberalisme).

Medvedev voegt daad bij woord en publiceert zijn pornografisch getinte bundel De pikken der vaderen in de zomer van 2004 op zijn website. Enkele maanden later verzilvert hij zijn breuk met de literaire wereld door in een Manifest over het auteursrecht afstand te doen van zijn auteursrecht.

Ik bezit geen auteursrechten op mijn teksten en ik kan ze niet bezitten.

Niettemin verbied ik de publicatie van mijn teksten in bloemlezingen en bundels, omdat ik een dergelijke publicatie voor eens en altijd afdoe als manipulatie door deze of een andere culturele macht.

Mijn teksten mogen wel gepubliceerd worden in Rusland en in het buitenland, in welke taal dan ook, ALS AFZONDERLIJK BOEK, samengesteld en vormgegeven volgens de absolute willekeur van de uitgever en op de markt gebracht als PIRAATEDITIE, dat wil zeggen ZONDER MEDEWETEN VAN DE AUTEUR, ZONDER VOORAFGAANDE CONTACTEN OF AFSPRAKEN MET DE AUTEUR, wat ook vermeld moet worden in het colofon.

Iedereen die mij tot nog toe gepubliceerd heeft ben ik erkentelijk.

Strikt genomen heeft dit manifest enkel artistieke, geen juridische waarde. Niettemin publiceert de prestigieuze uitgeverij NLO in de herfst van 2005 achter de rug van Kirill Medvedev om een bundel met essays en gedichten van zijn hand onder de titel Teksten uitgegeven zonder medeweten van de auteur. Deze uitgave drijft het conflict tussen twee door Medvedev gekoesterde ambities op de spits: enerzijds het natuurlijke verlangen om gelezen te worden en anderzijds de weigering om deel uit te maken van een systeem dat hem in staat stelt zich als dichter te realiseren.

Als dichter overleeft Medvedev in de marge van het literaire systeem: in de jaren 2005 en 2006 schrijft hij voor zijn website de cyclus Voor de eeuwigheid en voor de door hemzelf opgerichte Nieuwe Marxistische Uitgeverij de bundel 3%. Toch gaat hij in de herfst van 2006 opnieuw een stap verder. Hij legt zich zelf een moratorium op: vijf jaar lang zal hij geen nieuwe gedichten publiceren. Behalve een poging om de routine te doorbreken is het een experiment. Zal hij nog de behoefte voelen om gedichten te schrijven in de wetenschap dat ze niet meteen gelezen kunnen worden?

Het moratorium van Medvedev betekent geen terugtrekking uit het openbare leven. Integendeel, vanaf 2006 speelt hij een bijzonder actieve rol in de socialistische beweging Vperjod (Vooruit). Bovendien laat hij zich opmerken met allerhande protestacties. Zo trok Medvedev in het voorjaar van 2007 in zijn eentje de straat op om te protesteren tegen de opvoering van een toneelstuk van Bertolt Brecht door de bekende regisseur Aleksandr Kaljagin. In Sovjetstijl had die in 2005 samen met een vijftigtal andere Russische cultuurprominenten een open brief ondertekend om een schuldigverklaring te vragen voor Poetins aartsvijand Michail Chodorkovski, die toen nog de CEO was van het Yukos olieconcern.

 

ESSAYS

Het moratorium van Medvedev betreft enkel zijn gedichten. Op zijn website en blog gaat hij gewoon verder met het publiceren van gedachten, liederen en in memoriams (van de Russische conceptualistische dichter Dmitri Prigov en de vermoorde mensenrechtenactivist Markelov). De meeste inkt kruipt echter in zijn essays, die stuk voor stuk getuigen van zijn scherp ontwikkelde rechtvaardigheidsgevoel en analytische vermogen. ‘In memoriam Dmitri Koezmin‘ (2006), over zijn breuk met zijn voormalige mentor, is tegelijk een ode en een vadermoord. In ‘De literatuur zal worden doorgelicht’(2007) trekt hij conclusies uit de crisis van de Post-Sovjetintelligentsia, die hij eerder in het essay ‘Mijn fascisme’ (2004) had vastgesteld. Inspiratie puttend uit de geschriften van Bertolt Brecht en Slavoj Žižek legt hij uit waarom de dichter geen privépersoon kan zijn.

In Rusland is dat geen nieuwe gedachte. De dichter Jevtoesjenko schreef al in 1965 dat ‘in Rusland een dichter meer dan een dichter’ is, en Medvedevs eigen teksten zijn soms doordrenkt van een bijna Messiaans aandoend pathos. In het bijzonder viseert Medvedev de figuur van Joseph Brodsky, wiens wens om ‘met rust gelaten te worden’ tijdens zijn proces gerechtvaardigd was, maar na diens verwerving van enorme morele en publieke status huichelachtig is geworden. Origineel is ook de marxistische invulling die Medvedev daaraan geeft. In zijn ogen heeft het leninistische Sovjetexperiment op geen enkele manier het marxisme als theorie in diskrediet gebracht. In de ogen van Medvedev heeft Rusland met name behoefte aan de idealen van het ‘warme’ marxisme, zoals gelijkheid en de idee dat de overheid zoveel mogelijk burgers moet vertegenwoordigen, en niet zoals nu de macht in handen moet laten van een elite wiens belangen diametraal tegenovergesteld zijn aan die van de bevolking. De Russische intelligentsia begaat een kapitale fout wanneer ze weigert in te zien dat de westerse democratieën waarnaar zij opkijkt geen toonbeelden van kapitalisme zijn, maar de vruchten plukken van eerder geleverde socialistische strijd. Tegelijkertijd toont Medvedev zich in zijn politieke denken complex, zelfs tegenstrijdig. Het essay ‘Mijn fascisme’ – Medvedevs zelfverklaarde ‘fascisme’ is zijn onvermogen om te begrijpen wat buiten zijn eigen menselijkheid ligt – eindigt met de aangrijpende wens om volmaakt ongepolitiseerd zijn kunst te kunnen bedrijven, in het besef dat dat op dit moment in Rusland niet mogelijk is.

De essays van Medvedev zijn niet licht verteerbaar, maar ze werpen een nieuw licht op het eenentwintigste-eeuwse Rusland. Voor wie geïnteresseerd is in de cultuurhistorische context waarin Pussy Riot een punkgebed hield in de Christus Verlosserskathedraal van Moskou, de kunstenaar Pjotr Pavlenski uit protest tegen de politieke onverschilligheid van zijn landgenoten zijn scrotum aan het plaveisel van het Rode Plein nagelde en Aleksej Navalny van anticorruptie-blogger uitgroeide tot een voor het Kremlin te duchten oppositieleider, zijn deze essays allicht verhelderender dan alle berichten bij elkaar die hierover in onze traditionele pers verschenen zijn – ook al is Medvedev niet de spreekbuis van Pussy Riot of Pavlenski, en al helemaal niet van Navalny. Keith Gessen, een in Rusland geboren Amerikaanse schrijver en de drijvende kracht achter de publicatie van de Engelstalige editie van Medvedevs geschriften It’s No Good, noemt Medvedev niet voor niets ‘Ruslands eerste echte post-Sovjetschrijver’. Medvedev bood radicale antwoorden op de vragen waar hij zelf mee worstelde.

Inmiddels is de zwijgplicht die Medvedev zichzelf als dichter heeft opgelegd verstreken. Het experiment is gelukt: hij is blijven schrijven. Zijn nieuwe creaties, die hij post op zijn Facebookaccount, zijn politieker dan ooit tevoren. Daarin beschrijft Medvedev bijvoorbeeld verwoede pogingen om van de stad Moskou toestemming te krijgen voor een linkse optocht, of een utopisch visioen van hoe een protestactie voor het behoud van het oude Chimskibos nabij Moskou ontaardt in een slagveld:

Op weg naar een actie voor het behoud van het Chimkibos,

dacht ik na over machteloosheid,

en herkauwde de oude gedachte dat het gebruik van wapens

een teken was van machteloosheid.

Toen in de verte een oproerpolitiebrigade opdoemde en iedereen in paniek raakte, niet uit filosofische machteloosheid,

maar uit heel erg aardse, menselijke machteloosheid.

toen dacht ik geestdriftig terug aan een idee uit een anarchistisch manifest,

dat enkel wie een wapen bezit

zich kan permitteren over pacifisme na te denken,

als we nu een wapen hadden, dacht ik, zouden we pacifisme ernstig kunnen overwegen,

en op het toppunt van onze machteloosheid, verscheen daar plots een wapen:

 

onze gelederen gingen uiteen en te midden van pacifistische studenten,

wanhopige leden van de intelligentsia en plaatselijke gepensioneerden ratelde een mitrailleur.

de agenten van de oproerpolitie vielen bij bosjes neer als de bomen van het Chimkibos.

Wat telt is dat er geen revolutie van komt, zei Jevgenija Tsjirikova,

toen we bij de aanblik van de lijken nadachten over hoe het verder moest.

De gedichten van Medvedev zijn niet elegant, zitten niet vol fraai verwoorde gedachten die een rijk innerlijk gevoelsleven verraden. Het zijn de erupties van een vertwijfeld, woedend, vaak radeloos individu, dat ernaar verlangt opnieuw een band met de wereld en zijn tijd aan te gaan. De poëtische expressie van Medvedev is rauw, onbemiddeld, bijwijlen absurd of grappig, maar altijd radicaal oprecht.


Alles is slecht

Kirill Medvedev. Alles is slechtLeesmagazijn. 314 p. ISBN 978-94-91717-09-3. € 19,95. Vertaling uit het Russisch door Pieter Boulogne. Met een inleiding door Keith Gessen, vertaald uit het Engels door Menno Grootveld. Eindredactie door Frank Keizer. Omslag ontworpen door Connie Nijman. 

‘Inspirerend’ – Arjen van Veelen, NRC Handelsblad

‘Wie Rusland beter wil proberen te begrijpen moet zeker Alles is slecht lezen.’ – Wim Brands, VPRO Boeken 

‘Ontwapenend alledaags’ – Jeroen Zuallaert, Knack

‘Een boeiende selectie van de gedichten en essays van een onversneden idealist’ – Erik Ziarczyk, De Tijd

‘Een harmonieus geheel van gedichten, essays en acties’ – Obe Alkema, Tzum literair weblog

‘Mooie en tot denken aanmoedigende essays’  – Jesse van Amelsvoort, 8WEEKLY

‘Liefhebbers van Bukowski of auteurs van de beat-generatie kunnen hun geluk niet op’ – Annelies Omvlee, Cutting Edge

Getagged , , , , , , , , , , , , , ,