| Приметы | Het omen |
| Я ехал к вам: живые сны За мной вились толпой игривой, И месяц с правой стороны Сопровождал мой бег ретивый. Я ехал прочь: иные сны… Душе влюбленной грустно было, И месяц с левой стороны Сопровождал меня уныло. Мечтанью вечному в тиши Так предаемся мы, поэты; Так суеверные приметы Согласны с чувствами души. | Ik ging naar u: speelse dromen omzwermden mij onbeducht. De Maan, langs rechts gekomen, vergezelde mijn fervente vlucht. Ik ging weg: heel andere dromen… Mijn verliefde ziel—aan het klagen. De Maan, langs links gekomen, vergezelde mij—als geslagen. Zó wijden wij onze poëzie aan onaflatelijke dromen; Zó stemt het zo naïeve omen zich gelijk met onze ziel. |
| Aleksandr Poesjkin, 1829 (Oorspronkelijke titel: Primety) | Vertaald uit het Russisch door Brent Hertogs en Pieter Boulogne, in het kader van het mastervak Literair vertalen Russisch (KU Leuven, 2026) |