Categorie archief: Berichten

CETRA Chair Professor of 2020: Brian James Baer

baerNow that the 31st edition of our Research Summer School in Translation Studies lays behind us, it is our pleasure to announce that the Board of CETRA – Centre for Translation Studies at KU Leuven has chosen the next CETRA Chair Professor:

Brian James Baer, Professor of Russian and Translation Studies at Kent State University and Leading Research Fellow at National Research University Higher School of Economics in Moscow, will be the CETRA Chair Professor of our 2020 Research Summer School in Translation Studies. The Summer School will take place at our Leuven campus from 17 until 28 August 2020.  A detailed provisional program and information about the application procedure (two rounds) will be made available in due time on the official web page of CETRA and on our blog.

Brian James Baer is the author of the monographs Other Russias: Homosexuality and the Crisis of Post-Soviet Identity (2009), winner of an ALA Choice Award, Translation and the Making of Modern Russian Literature (2016), and Queer Theory and Translation Studies: Language, Politics, Desire (forthcoming). He is founding editor of the journal Translation and Interpreting Studies (TIS) and co-editor, with Michelle Woods of the book series Literatures, Cultures, Translation (Bloomsbury). He has also edited a number of collected volumes, such as Contexts, Subtexts and Pretexts: Literary Translation in Eastern Europe and Russia (2011), Russian Writers on Translation. An Anthology, with Natalia Olshanskaya (2013), and Researching Translation and Interpreting, with Claudia Angelelli (2015). He is also the translator of Juri Lotman’s final book-length work, The Unpredictable Workings of Culture (2013), and of a forthcoming collection of essays by Lotman on cultural memory. He is currently working on an annotated translation of Andrei Fedorov’s 1953 Introduction to Translation Theory, for which he won the 2014 EST Translation Prize.

Baer is the current president of the American Translation and Interpreting Studies Association (ATISA), president of the Midwest Slavic Association, and a member of the advisory board of the Shanghai Jiao Tong Mona Baker Centre for Translation and Intercultural Studies.

“Te goed en op een aangename manier te complex om voor een plat politiek karretje te spannen” Enno De Witt recenseert Galina Rymboe voor Tzum

Ik heb smakelijk gelachen – in de beste betekenis van het woord – met de recensie van de door Perdu uitgegeven dichtbundel Tijd van de aarde door Enno de Witt, voor Tzum:

cover“Al na enkele bladzijden lezen in de eerste bundel van de Russische dichter Galina Rymboe die in het Nederlands werd vertaald, voor zover ik weet dan, want ik had nog nooit van haar gehoord, liet ik het boek uit mijn machteloze handen vallen en viel ik overmand door hevige emoties achterover op de divan. De djongos, die nimmer ver van mijn zijde week, woei me frisse lucht toe met de pendesak en druppelde jenever op mijn in tongen prevelende lippen. Nadat ik weer enigszins was bijgekomen raapte hij het boek op van de grond en bekeek nieuwsgierig het omslag. ‘Wat staat hier, toean?’ vroeg hij. Ik las hem auteursnaam en titel voor, en de naam van de uitgeverij, Perdu, die bijzonder klein was afgedrukt. ‘Was mijn naam geen Adipati’, zei hij dromerig, ‘dan zou ik ook Rymboe willen heten’, waarop hij met een weemoedige blik in de nevelige verte staarde, bevangen door een weemoed van levensgelatenheid. Een berusting in al het kleine aardse donkere onder die eindeloze hemel dreef om en toverde een beklemmende geheimzinnigheid. ‘Waar gaat het over, toean?’ vroeg hij. ‘Avonturen? Een held die zijn volk bevrijdt? Liefde? Krijgen zij elkaar?’ ‘Niets van dat alles, jongen’, zei ik, ‘maar laat me nu.’ Hij ontstak de olielampen en trok zich discreet binnen gehoorsafstand terug, klaar om na de geringste wenk mijnerzijds gedienstig overeind te schieten, onder achterlating van de kruik en een waterglas. Buiten maakten de jangkriks een oorverdovend kabaal. Nadat ik koortsachtig een paar glazen had geledigd voelde ik me weer in staat verder te lezen. Het was ver na middernacht toen ik in een onrustige slaap viel. Ik droomde dat ik in de schemer door een desolaat en winters landschap liep met een vrouw op mijn rug, die haar mond vlakbij mijn oor hield en onafgebroken tegen me praatte in een betoog dat volkomen logisch in elkaar zat, maar dat ik niet kon volgen. Als ik haar van me af wilde schudden klampte ze zich steviger vast, maar haar monoloog zette ze onverstoorbaar voort. Ik wist dat het belangrijk was wat ze vertelde, de oplossing van het wereldraadsel misschien zelfs, maar hoewel ik de woorden herkende en de syntaxis weinig afweek van wat ik gewend was bleef wat ze zei onbegrijpelijk. Uitgeput en badend in het zweet werd ik bij zonsopkomst wakker, terwijl buiten de buruh met gestage tred naar de dessa trokken en de vrouwen van de kraton de sambalan voor het avondmaal oelekten. Bij het ontbijt lag het boek dichtgeslagen voor me, desondanks werd ik een gestaag murmelen ingezogen, zodat ik ten langen leste het maar weer oppakte en opensloeg, op de plaats waar ik gebleven was:

de redenen van de materie zijn niet betrokken bij haar organisatie-
principe, het teken heeft niet te maken met wat het doet; en
de overblijvende betekenis houdt zichzelf zowat vast aan de delen,
zich oprollend in de diepte van een gesloten kamer, die aange-
schroefd is rondom haar bestaan binnen de soort “kamer”; het
taxonomische materiaal is verkregen in de vorm van organische
chemie van het teken uit het verleden op uitgeklapte klemborden
niet ver van een ingebeelde spoorweg; het stenen geraas van
de rivier, ofwel doorboort iets een handpalm en beweegt het zich
voort met de botten van de laatste gesteltenis; het bloed laat rode
rook ontsnappen in allerlei richtingen vanaf de lichaamsbuis;
enkel de zwarte gal van het teken schommelt in de blaas van de
handeling; ze wisselen hun handschoenen voor een nieuwe hande-
ling en houden andere buizen vast, waaruit gewoon iets slijmerigs
komt; de wet is onbetrouwbaar

Bij het doorleven van poëzie, ik heb dat in mijn bijdragen vaker opgemerkt, staat vaak de reflex om meteen maar aan het duiden te slaan ware lezing en diep gevoelde ervaring in de weg, de geest is daarvoor te druk met het herkennen van verbanden in en buiten de tekst, met ritme en eventueel rijm, woordfrequentie, mogelijkheden van betekenis, alsof het gedicht niet meer is dan een wat duur uitgevallen kruiswoordraadsel, of dat je bij een dichter die Rymboe heeft en zich vooral van prozagedichten bedient wijsneuzig naar Rimbauds Illuminations gaat zitten verwijzen. Vrijwel iedere dichter voldoet maar wat graag aan die verwachtingen, dat is prettig voor hem, zolang het maar voorzien is van voldoende herkenningstekens, bijvoorbeeld door iedere regel af te breken en veel wit op de pagina, wordt het automatisch ontvangen en gelezen als poëzie. Rymboe knalt in de eerste drie afdelingen gewoon de hele regel vol, zodat op het eerste gezicht haar gedichten op slecht geredigeerd proza lijken, tot je het al proza probeert te lezen en van een koude kermis thuiskomt. Pas bij herhaalde lezing vallen je vermoedens van patronen op, woorden en begrippen die terugkeren, gletsjers, mensen in uniform en in burger, partikels, tankers, buizen, ontploffingen, maar doordat die als het ware zijn losgerukt uit hun vertrouwde taalomgeving en in nieuwe verbanden zijn geweven die eigenlijk veel natuurlijker overkomen, waarbij Rymboe op indrukwekkend natuurlijke wijze abstract en concreet aan elkaar smeedt, ontstaat een geheel nieuwe werkelijkheid, die alleen maar verdacht veel lijkt op wat wij in ons dagelijks leven waarnemen en interpreteren als realiteit. Wanneer je als lezer zo wordt opgetild en meegenomen, wil ik maar zeggen, is het zonde om toch weer aan het interpreteren te slaan of erger nog, Rymboe voor één of ander plat politiek karretje te spannen, daar is deze poëzie simpelweg te goed en op een aangename manier complex voor. Dat hebben ze bij Perdu ook begrepen, door geen voorwoord te leveren waardoor je meteen al door een gekleurde bril aan het lezen slaat en van alles mist, maar een totaal onbegrijpelijk nawoord dat het raadsel zoals het hoort alleen maar groter maakt. Het schijnt trouwens dat Rymboe ondanks haar jeugd meer geschreven heeft, voor de vertaling daarvan moeten ze maar gauw een nieuwe crowdfundingactie starten, ik doe wel mee en de buren ook.”

Wie na het lezen van deze recensie Galina bezig wil zien, of horen, haast zich naar de 50ste editie van het Rotterdam Poetry International Festival:

rymboe_banner_w800_h800

Dichter

Galina Rymboe [Rusland, 1990]

Galina Rymboe is opgegroeid in een arbeidersomgeving in Siberië. Haar jeugd heeft haar poëzie sterk beïnvloed, zo ziet ze het als de taak van dichters om activistisch te zijn. In haar werk gaat ze op zoek naar de taal die ten grondslag ligt aan de onderdrukking van de lagere sociale klassen, om deze vervolgens te ondermijnen. Haar poëzie is zeer eigen en heeft tegelijkertijd veel gemeen met retorische teksten door de vele herhalingen en door de overtuigingskracht die ervanuit gaat. In maart dit jaar verscheen bij Uitgeverij Perdu voor het eerst een bundel van Rymboe in Nederlandse vertaling, onder de titel Tijd van de aarde.

LEZING: vrijdag 14 juni, 19:50 uur – Jurriaanse Zaal

Tijd van de aarde

Galina Rymboe
Vertaling uit het Russisch door Pieter Boulogne
Verschenen bij uitgeverij Perdu
ISBN: 9789051881158
62 pagina’s
Prijs: € 18,95
Je kan de bundel hier bestellen en hier ontlenen.

 

Nietzsche’s image of Dostoevsky through the French translation L’esprit souterrain

tis.14.2.pbEver since poking my nose in Nietzsche’s discovery of Dostoevsky (via French translation, as he disliked him in German translation), I’ve been keen to check to what extent he was under the spell of Dostoevsky’s French translators. That was easier said than done. It took me a couple of years to conceive and write the article “The psychologization of the Underground Man. Nietzsche’s image of Dostoevsky through the French translation L’esprit souterrain“, which now has been published in the journal Translation and Interpreting Studies (14:1).

This the abstract:

dostoAfter reading L’ esprit souterrain, the first French translation of Dostoevsky’s Notes from the Underground, Nietzsche embraced Dostoevsky as a master psychologist, notwithstanding their ideological differences. This article argues that the much-discussed influence of Dostoevsky on Nietzsche can be better understood by unraveling the specific nature of the translation L’ esprit souterrain. An analysis shows that as a consequence of the adopted translation strategy, the character of the Underground Man, who in the Russian context functions as a philosophical-ideological type, becomes a purely psychological type. This is all the more important, since Nietzsche’s enthusiasm for Dostoevsky led to rereadings of Dostoevsky through a Nietzschean lens.

Here’s the introduction:

At least with regard to their stance on the Christian faith, it is difficult to name two contemporary thinkers that are as philosophically distant from each other as Friedrich Nietzsche and Fyodor Dostoevsky. Around the same age that the Russian writer declared in a letter that “if someone proved […] that Christ is outside the truth, and that it were a fact that the truth excludes Christ,” he would “rather remain  with Christ than with the truth” (quoted in Milosz 1975: 313), the philosopher with the hammer joyfully proclaimed in The Gay Science that God was dead. And still, all throughout the twentieth century and until today, both thinkers were seemingly self-evidently named in one and the same breath.

The prehistory of the mutual association of Nietzsche with Dostoevsky begins in the winter of 1886-1887, when the German philosopher, already in his forties and well-established, was staying in Nice. Perusing a bookshop, he caught sight of a work with the intriguing title L’esprit souterrain. Its author was a certain “Dostoïevsky,” whom the eloquent French critic Eugène-Melchior de Vogüé was currently catapulting into the center of the French literary debate (see Boulogne 2015). And yet, according to his own account, Nietzsche had not yet heard of him (see Stellino 2015: 23). As his many letters to friends testify, while reading L’esprit souterrain, Nietzsche promptly came under the spell of its proclaimed author, in whom he found “a bracing and incisive kindred spirit” (Love & Metzger 2016: xiv).

What Nietzsche failed to notice – how could he? – was the fact that he was not reading just a French translation of a book by Dostoevsky, but a belle infidèle. It was not until Ely Halpérine-Kaminsky (1929), one of the French translators involved, wrote openly about their translation strategy for L’esprit souterrain, that the specific nature of this edition was given any attention by Nietzsche scholars. The first one was Hans-Friedrich Minssen (1933: 16), but it took another four decades until the French target text was subjected to an analysis, this time on the initiative of Charles A. Miller (1973). During the last decades, an awareness has grown that the first book the German philosopher read “by Dostoevsky” was not just Notes from the Underground, but a highly acceptability-oriented translation thereof – to use the terminology of Toury (1995: 57). The recent edited book by Jeff Love and Jeffrey Metzger (2016) illustrates that this fact has even become a commonplace in “Nietzsche and Dostoevsky studies,” but it is largely treated as a fait divers without recognizing specific implications for Nietzsche’s overall interpretation of Dostoevsky.

Although various scholars, such as Eric V.D. Luft & Douglas G. Stenberg (1991), Yelena Gal’tsova (2008), Paolo Stellino (2015) and Geoff Waite & Francesca Cernia Slovin (2016: 15), have given inspiring contributions to this matter, no systematic attempt has yet been undertaken to assess how the translational shifts of L’esprit souterrain might have influenced Nietzsche’s general interpretation of Dostoevsky’s Notes from the Underground. With this in mind, this article begins by analyzing Dostoevsky’s original work, paying special attention to the author’s polemical intent. Secondly, by comparing the French target text and the two corresponding Russian source texts, this paper analyzes the most relevant shifts in the work by Dostoevsky introduced by his French translators and proposes a thesis for the underlying reasons and the general effect of these shifts. Then, the analysis turns to the link between L’esprit souterrain and Nietzsche’s appreciation of Dostoevsky. To conclude, new light will be shed on the much-discussed influence of Dostoevsky on Nietzsche, and, to complete the circle, attention is paid also on the influence of Nietzsche on the reception of Dostoevsky.

Article published in:

Translation and Interpreting Studies
Vol. 14:1 (2019) ► pp. 21–38

The PDF file is freely available on simple request.

Getagged , , , , , , ,

‘Am I Lovely? Of Course!’ Female poets from Russia at BOZAR, Brussels

On the occasion of the crowdfunded publication of the poetry collection ‘tijd van de aarde’, the translation from Russian into Dutch I made for the publishing house Perdu, its author, Galina Rymbu, and two other contemporary female poets from Russia, namely Vera Pavlova & Maria Stepanova, will be given the floor at BOZAR in Brussels, on Thursday 28 February 2019. Добро пожаловать!

For tickets, click here.

rymboe.png

 

And now for something completely different … Once again the same book by Dostoevsky: A (con)textual analysis of early and recent Dostoevsky retranslations into Dutch

cover_issue_2709_pt_brThe Brazil-based international journal for Translation Studies Cadernos de Tradução has brought out a special issue on “Retranslation in Context” with contributions by my respected colleagues Piet Van Poucke (UGent), Charlotte Bollaert (UGent), and Francis Mus (KU Leuven, ULiège), and many other Translation Studies scholars. I’m happy to have been able to contribute as well, with the article “And now for something completely different … Once again the same book by Dostoevsky: A (con)textual analysis of early and recent Dostoevsky retranslations into Dutch”  (download PDF file). There’s no paywall, the special issue is available online – as all our research output should be. This is the abstract of my article:

During the last 10 to 15 years, the Dutch-language book market has witnessed an increase in the number of Dostoevsky retranslations. Whereas some observers explain this development by referring to the ageing of previous translations, the translators themselves tend to justify their translations by calling them “better translations”. By offering a comparative contextual and textual analysis of early and recent Dostoevsky retranslations into Dutch, this article tries to explain the phenomena of retranslation in general and of recent Dostoevsky retranslation into Dutch in particular. It does so by going beyond the popular assumptions, which show close ties to the Retranslation Hypothesis. On the basis of a historical analysis, which shows that the first Dostoevsky retranslations into Dutch were more oriented towards acceptability than the first translations, it is argued that the concept of norms, as conceived by Gideon Toury, remains a better tool than the Retranslation Hypothesis to interpret and to explain the phenomenon of the Dostoevsky retranslations into Dutch. However, because of translators’ possibilities to go against the norms, which is illustrated through the work of contemporary Dutch translator Hans Boland, norms too fail to provide us with a full explanation.

Boulogne, Pieter. 2019. “And now for something completely different … Once again the same book by Dostoevsky: A (con)textual analysis of early and recent Dostoevsky retranslations into Dutch.” Cadernos de Tradução. Edição Regular Temática – Retranslation in Context. 39:1, pp. 117-144. DOI: 10.5007/2175-7968.2019v39n1p117 

Getagged , , , ,

Crowdfunding voor de uitgave van Galina Rymboes dichtbundel Tijd van de aarde

coverDe kleine maar dappere uitgeverij Perdu zoekt centen voor de uitgave van experimentele poëzie in vertaling. Wie er te veel heeft, kan er doneren. Het is een eerlijke deal, want in ruil krijg je de kraakverse vertaling uit het Russisch van de dichtbundel Tijd van de aarde van de dichteres Galina Rymboe die ik in opdracht van Perdu maakte.

De beste manier om met de dichtbundel kennis te maken, is hem lezen. Perdu licht alvast een tip van de sluier op:

“Galina Rymboe, een vernieuwende stem binnen de Russische literatuur, roept in haar gedichten postapocalyptische werelden op: oude structuren, herinneringsruïnes, verdrogende rivieren, verlaten opgravingsterreinen. Gewaarwordingen, abstracties en intieme momenten stromen in haar meeslepende taal in elkaar over. Ook het geheugen is in verval geraakt. Maar hoe verwoest, afgedankt of uitgewoond de werelden in deze bundel ook zijn, de dichter blijft zoeken naar manieren om naar huis terug te keren, een plek te vinden die ons kan behoeden. Tijd van de aarde is poëzie van het anthropoceen.

Over haar poëtica schreef de Russische critica Anna Glazova: “De gedichten van Galina Rymboe bezitten een basiskenmerk dat essentieel is voor de onmiddellijke werking van een poëtische tekst: ze vervoeren ons. De articulatie, de stemexpressie, de helderheid van het woord en de fonetische intensiteit penetreren meteen de gewaarwording van de lezer en slepen hem met zich mee. Tegelijkertijd staat achter hun stootkracht een niet minder energetische reflectie. In de regel gaan beschouwende gedichten gepaard met een zachte, vertrouwelijke toon, maar dat geldt niet voor deze poëzie: ze probeert geen vertrouwen in te boezemen, maar doet de voor één ogenblik ontwakende lezer opschrikken. Zo’n luide klank zou echter niet volstaan om de aandacht van de lezer te grijpen en hem met de neus op de tekst duwen, als er geen duurzaam en verwoed werk met – en aan – de taal aan vooraf was gegaan. De indikking van empathie en directheid, die rechtstreeks naar het hart van deze poëzie leidt, vormt een vreemdsoortig magnetisch veld, dat de stemming van de tekst orkestreert, en bijgevolg ook de lectuur.”

Het vertalen van haar poëzie was voor Pieter Boulogne, die eerder gedichten en essays van Kirill Medvedev en een novelle van Vsevolod Petrov uit het Russisch vertaalde, een totaal nieuwe ervaring, en een aan meditatie grenzende bezigheid.”

Meer informatie over de crowdfunding, vind je via deze link. Naar het schijnt is Perdu dankbaar voor elke donatie.

 

 

 

 

 

 

 

Getagged , , , ,

Interview met Kirill Medvedev in MO*magazine

Pieter Stockmans sprak met de Russische dichter Kirill Medvedev voor MO*magazine, ter gelegenheid van diens optreden met Nikolaj Olejnikov in BOZAR: “Door van deur tot deur te gaan merkte ik dat de steun van de mensen voor het regime van Poetin een mythe is die de neoliberale oppositie verspreidt om het eigen falen te maskeren. Mensen geven wél om hun toekomst en kunnen gemobiliseerd worden in een volksbeweging voor sociale rechten. […] Om je plaats als socialist in de Russische politiek opnieuw op te eisen moet je de wandaden van de beweging onder ogen zien, én tegelijkertijd de bevolking betrekken bij de socialistische strijd. Als mensen zien dat linkse activisten een echte strijd voeren, niet voor abstracte idealen maar voor de verbetering van het dagelijks leven, zal de afkeer van het marxisme verdwijnen.”

Op de website van MO* kan je het volledige stuk lezen.

kmmo.png

Getagged , , , ,

“Mijn vertalershonorarium” in Tijdschrift voor Slavische Literatuur

IMG_0001Het nieuwste nummer van Tijdschrift voor Slavische Literatuur (nr. 79, mei 2018), besteedt, net als het vorige, ruime aandacht aan vertaaldebuten. Hoewel ik momenteel nog in het geboortekanaal der literaire vertalers verblijf, en zelfs terug naar de baarmoeder lijk te worden gezogen, werd met zachte hand een rukje aan mijn mouw gegeven om een bijdrage te schrijven over mijn eerste literaire vertaling.

Ik ben er met plezier op ingegaan, want dat was een goede gelegenheid om in het reine te komen met het verleden: ik heb het over onkoosjere praktijken, gênante steekjes die ik heb laten vallen bij het vertalen van Poesjkin en Dovlatov en over hervertaling van Kirill Medvedev na diefstal.

De titel van het stukje is “Mijn eerste vertalershonorarium” geworden. Dat is een knipoogje naar het geniale korte verhaal “Mijn eerste honorarium” van Isaak Babel, maar daar heeft het verder weinig of niets mee te maken. Ik geloof dat Tijdschrift voor Slavische Literatuur het hele nummer binnenkort ter beschikking stelt op zijn website.

Getagged ,

Russische literair-muzikale avond in BOZAR met Kirill Medvedev, Nikolaj Olejnikov en Johan de Boose

kirill medvedev.png

Naar aanleiding van de nakende presidentsverkiezingen in Rusland nodigen Bozar en het Centrum voor Russische Studies (KU Leuven) u uit op een avond rond Russische poëzie, muziek en activisme die de controverse niet schuwt. De dichter en activist Kirill Medvedev en de kunstenaar Nikolaj Olejnikov (bekend van het collectief Chto delat) werpen een kritische blik op hun land met de middelen die ze hebben. Ze zullen niet alleen muziek maken en teksten voorlezen, maar ook debatteren met schrijver en Ruslandkenner Johan de Boose.

Praktisch

Waar: BOZAR, Ravensteinstraat, 23, Brussel
Wanneer: dinsdag 13 maart, 20:00 – 21:30
Taal: Engels
Prijs: standaard – 7 euro, -26 jaar – 5 euro
Tickets & info hier

Getagged , , , ,

***

Op 18 april 1991 vond in Moskou een van de eerste acties plaats van de kunstactivistische groepering Expropriatie van het Kunstdomein (E.T.I.): een dozijn jongens en meisjes ging toen op het Rode Plein liggen, op zo’n manier dat hun lichamen het vuile Russische woord “ХУЙ” vormden. Met die actie protesteerden ze tegen de nieuwe wet over de zedelijkheid, die vuilbekkerij in het openbaar verbood, en tegen de economische malaise.

wide_detail_picture

Ik bracht dit gisteren, op 6 december 2017, ter sprake in mijn lezing over Post-Sovjet kunstactivisme. Na afloop van de lezing vonden we in het Leuvense Letterenhuis dit:

24852175_10155332975321748_2836178993823377993_n.jpg

Bedankt, Sint!

 

Getagged , , ,

Themadag Masereelfonds: 100 jaar Russische Revolutie

themadag_masereelfonds_100_jaar_russische_revolutie

Morgen, op zondag 26 november 2017, herdenkt het Masereelfonds de Russische Revolutie. In dat kader geef ik in Brussel een lezing over de invloed van de Oktoberrevolutie op de Sovjet-Russische en de post-Sovjet-Russische literatuur, waarin ik een antwoord zoek op de vraag met welke erfenis we vandaag zitten en wat we ermee kunnen doen. Centraal staan de dichters Vladimir Majakovski en Kirill Medvedev. Welkom! Alle details vind je hier.

Getagged , , ,

Lezing over kunstactivisme in/uit post-Sovjet-Rusland (6/12)

PussyRiot4.11

In het kader van een lezingenreeks over Russische (r)evolutie, houd ik op woensdag 6 december 2017 aan de KU Leuven om 19u30 een lezing over kunstactivisme in/uit post-Sovjet-Rusland. Aanbevolen voor wie niet weet wat hij of zij van Pussy Riot moet denken, maar ook Pjotr Pavlenski komt uitgebreid aan bod. Iedereen is welkom, maar inschrijven is verplicht (via deze link:  https://www.arts.kuleuven.be/crs/lezingenreeks19172017).

Getagged , , , , , , ,

Een woordje uitleg bij de Manon Lescaut van Vsevolod Petrov

petrov

Portret van Vsevolod Petrov door Tatjana Glebova (jaren 1930)

Ongeveer een Russisch mensenleven. Zoveel tijd zat er tussen de creatie en de publicatie van De Manon Lescaut van Tourdeille (klik hier voor een voorproefje) van Vsevolod Petrov (1912-1978). Deze oorlogsnovelle verscheen voor het eerst in 2006, in het Russische tijdschrift Novyj mir. Vorig jaar werd de novelle door uitgeverij Ivan Limach ook in boekvorm uitgebracht, toepasselijk genoeg in Sint-Petersburg, de geboortestad van de auteur. Wanneer precies Petrov zijn novelle schreef, is niet met zekerheid geweten. Vermoedelijk schreef hij ze in 1946, als reactie op de toen pas verschenen roman Reisgenoten van Vera Panova over een bont Sovjetgezelschap dat als personeel van een sanitaire trein in de Tweede Wereldoorlog een collectieve bijdrage levert aan de overwinning op de vijand.

Samen met Viktor Nekrasovs In de loopgraven van Stalingrad vormde Panova’s Reisgenoten de literaire sensatie van de onmiddellijk naoorlogse periode. Terwijl zij in 1947 bekroond werden met Stalinprijzen, respectievelijk van de Eerste en de Derde Klasse, bleef de novelle van Petrov in de lade liggen. Hij heeft het bij leven ook nooit ter publicatie aangeboden. Tijdens de zogenaamde mini-dooi, waarmee de onmiddellijke naoorlogse periode door Russische literatuurhistorici als Dmitri Bykov aangeduid wordt, of zelfs tijdens de dooi, maakte het geen schijn van kans. Daarvoor was het te compromisloos. Niet dat het een openlijke aanval bevat op de Sovjetrealiteit. Wel omdat de Sovjetrealiteit er meesterlijk in genegeerd wordt, ontkend zelfs, zowel door het hoofdpersonage als door de auteur. Symptomatisch is dat het woord ‘kameraad’ door Petrov enkel gebruikt wordt in zijn voorrevolutionaire betekenis. De Russische criticus Andrej Oeritski schreef hierover in NLO (2007, Nr. 85): ‘De Sovjetmacht is weggegomd, vergeten, van haar is geen spoor of geluid te bekennen. Ze interesseert Vsevolod Petrov niet.’ De auteur is de grootmeester van het escapisme.

Terwijl oorlog het hoofdthema is van Panova’s Reisgenoten en van Nekrasovs In de loopgraven van Stalingrad, is die in De Manon Lescaut van Tourdeille eigenlijk niet veel meer dan de setting. Het wordt uit de tekst zelf ook niet duidelijk tegen wie gevochten wordt. Meer dan een oorlogsnovelle is het een liefdesnovelle. Daarom draagt het werkje ook als ondertitel Kroniek van een liefde. In eenendertig korte, gedistilleerde hoofdstukken, schetst het de verliefdheid van een naamloze ik-persoon, te herkennen als een vertegenwoordiger van de voorrevolutionaire Peterburgse intelligentsia, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als militair arts tewerkgesteld is in een sanitaire trein. Hij is geen positieve held in de zin van het socialistisch realisme. Hij is een individualist, die zich geen deel voelt van het collectief. Tegenover enthousiasme om te strijde ten trekken voor de Sovjetstaat, stelt hij verlammende  doodsangst. Die probeert hij te bezweren met een vlucht in de achttiende eeuw. Wanneer het treinpersoneel zich overgeeft aan gezangen, glipt hij weg om Die Leiden des Jungen Werthers te lezen – uiteraard in het Duits. Zijn vlucht uit de oorlog en uit de Sovjetrealiteit gaat gepaard met een pathetische verliefdheid op Vera Moesjnikova, een aantrekkelijke en kokette droezjinnitsa,[1] in wie hij trekken van de achttiende eeuw ontwaart. Zij doet hem denken aan de Franse koningin Marie Antoinette en meer nog aan Manon Lescaut, de frivole en promiscue heldin van de gelijknamige achttiende-eeuwse Franse schandaalroman. Die associatie is een vloek. Met de Manon Lescaut van Petrov loopt het even slecht af als met die van Abbé Prévost. Maar niet vooraleer de romantische held met haar een tijdloze plattelandsidylle beleeft in het dorpje Toerdej – dat hem Bretons in de oren klinkt, als Tourdeille. Omdat die idylle ooit bestaan heeft, al was het maar voor hemzelf, kan hij ernaar terugkeren wanneer alles is verwoest, als naar een eiland. In de novelle wordt de creatie van dat eiland op mysterieuze wijze aangekondigd: ‘De tijd was ietwat schuin gaan lopen: hij verbond het verleden niet met de toekomst, maar leidde me ergens heen.’

In het nawoord bij deze novelle (dat een prima voorwoord zou zijn, als het niet zo veel details van de plot verried) legt de emigré Oleg Joerev het belang uit van De Manon Lescaut van Tourdeille, die hij ‘een sleutel tot het raadsel van de Russische cultuurgeschiedenis’ noemt. De novelle gunt ons een blik in de parallelle literaire wereld zoals die onder Stalin bijna onzichtbaar naast de officiële literatuur bestond. Vsevolod Petrov heeft zijn werk nooit ter publicatie aangeboden, maar hij las het wel af en toe voor aan vrienden, op verjaardagen. Zelf was Petrov, die stamde uit een oud adellijk geslacht, afkomstig uit de kring rond de befaamde dichter van de Zilveren Eeuw Michail Koezmin (1875-1936), die in weerwil van de Sovjets de erfenis van het modernisme levend probeerde te houden. Het is onder diens invloed dat Petrov zelf begon te schrijven. Zijn Manon Lescaut van Tourdeille droeg hij ook op aan Koezmins nagedachtenis, waarmee hij aan de lezer of luisteraar ook meteen te kennen gaf niets met de officiële Sovjetliteratuur te maken te hebben. In de jaren dertig was hij bevriend met de avant-gardistische dichters Daniil Charms (1905-1942), Nikolaj Olejnikov (1898-1937) en andere halve en hele oberioeten. Over de eerstgenoemde heeft Petrov unieke memoires nagelaten, waarin hij schreef dat het lot hem had voorbestemd om ‘de laatste vriend van Charms te worden’. De absurdist droeg een van zijn late verhalen uit de bundel ‘Voorvallen’ op aan Petrov.

De kringen rond Koezmin en de oberioeten werden opgerold door het lot en de NKVD. Het leven van Vsevolod Petrov ging verder. Voor en na de Tweede Wereldoorlog, waaraan hij vanaf juli 1941 deelnam als militair, verdiende hij zijn brood als werknemer van het Russisch Museum. Hij werkte er als pupil van de befaamde kunstkenner Nikolaj Poenin, die hem voorstelde aan zijn toenmalige vrouw Achmatova. Ten gevolge van beschuldigingen van formalisme en een hetze tegen Poenin, werd Petrovs positie in het Russisch Museum tegen 1949 onhoudbaar. Hij slaagde erin om zich heruit te vinden tot onafhankelijk literator. Hij schreef biografieën van populaire schilders. Onder Chroesjtsjov en Brezjnev groeide hij uit tot een gerespecteerd kunsthistoricus. Nog altijd is zijn magnum opus Mir isskustva (De kunstwereld), over de gelijknamige voorrevolutionaire kunstenaarsbeweging, een standaardwerk voor Russische kunstkenners.

Toen het stoffelijk overschot van Vsevolod Petrov in 1978 werd geplaatst naast dat van zijn vader, een beroemd oncoloog, in Komarovo bij Leningrad, kende bijna niemand hem als bellettrist. Maar daarmee was het laatste woord over De Manon Lescaut van Tourdeille nog niet gezegd. Niet voor niets is het motto van deze novelle de dichtregel ‘Nog niet dood is de bekoring’, ontleend aan het gedicht ‘Ja Moezoe joenojoe, byvalo’ (1824) van de romanticus Vasili Zjoekovski. Daarin betreurt de dichter dat de inspiratie hem verlaten heeft. Niettemin is hij hoopvol, want hij wordt beschenen door de ster van het ‘Genie van de zuivere schoonheid’. De geciteerde dichtregel roept automatisch het volgende vers op, tevens de slotregel van het gedicht: ‘Het verleden zal eens herleven’. Het eilandje dat Petrov in volle Stalintijd voor zichzelf en zijn vrienden heeft gecreëerd kan nu ook aan ons ontsnapping bieden.


rm_20_434

“Droezjinnitsy van het Rode Kruis! Op het slagveld laten wij de gewonden noch zijn wapens achter.” (propagandaposter van de Sovjets uit de Tweede Wereldoorlog)

[1] In WOII sloeg de term ‘droezjinnitsy’ op vrijwel ongeschoolde vrouwen die massaal ingezet werden om gewonde soldaten van het slagveld te halen en te verzorgen. Een Sovjetpropaganda-affiche gericht aan de droezjinnitsy heeft als leuze ‘Op het slagveld laten wij gewonden noch wapens achter’.


cover-manon-lowres

Benieuwd naar het boek? Lees hier de eerste hoofdstukken, bij wijze van voorsmaakje.

Vsevolod Petrov. De Manon Lescaut van Tourdeille. Kroniek van een liefde. Met een nawoord door Oleg Joerev. Leesmagazijn: 2017. Vertaling uit het Russisch.

Je vindt een exemplaar van De Manon Lescaut van Tourdeille in de rekken van de betere boekhandel, of in de webshop van de uitgever (of bij bol.com als je weinig geduld hebt).

Getagged , , , , , , , , , , ,

Biopolitiek op Het Betere Boek: wat je nog te goed had

22405441_1496847747068943_3921917742291060411_n_1_1Enkele uren geleden hebben de Russische dichter/activist Kirill Medvedev, mijn Gentse collega Michel De Dobbeleer en ikzelf in het kader van het literatuurfestival Het Betere Boek in Gent de gloednieuwe dichtbundel Biopolitiek (Leesmagazijn 2017) van de eerstgenoemde voorgesteld. We hadden weinig tijd, en hebben daarom niet alle gedichtjes kunnen lezen die we hadden willen lezen (we hadden ze wel allemaal willen lezen). Bijvoorbeeld dit gedichtje had je nog te goed:

 

De beul kwam op mij afgestapt,

mijn hoofd werd niet afgekapt,

in plaats daarvan werd mijn vlees,

door angst totaal verslapt,

versneden tot fijne filets.

 

Zijn dans was weergaloos.

Mijn bloed spoot in het rond

en hij bleef me maar bewerken

tot één grote gapende wond,

maar ik voelde mij aansterken.

 

Eindelijk kreeg hij in de gaten

de executie vreselijk te hebben gerekt

en dat het recht het veld had verlaten,

en hij begreep heel opgewekt

dat ons verzet niet hoeft genekt!


Kirill Medvedev. Biopolitiek.  Leesmagazijn, 2017. Met een voorwoord door Aleksandr Skidan. Vertaald uit het Russisch door Pieter Boulogne. 68 p. ISBN: 978-94-91717-45-1

biopolitiek-medvedevKirill Medvedev begon aan de in Biopolitiek opgenomen gedichten te schrijven in de nasleep van de Arabische Lente, die even de hoop van de Russische activisten deed opflakkeren. Opvallend zijn de zwarte humor en het burleske. De lyrische ‘ik’, die in vorige bundels aan de zijlijn toekeek op het Russische maffiakapitalisme en het bijbehorende consumentisme, ontpopt zich tot een actieve geweldenaar. Het universum van de dichter lijkt grimmiger te worden naarmate Poetin bij zijn onderdanen de duimschroeven aandraait. De Russische criticus Aleksandr Skidan noemde het ‘een voor iedereen toegankelijk, democratisch straattheater, een blamage aan het adres van de sceptici die niet geloven in de haalbaarheid van het project van de zelfkritische, reflexieve en tegelijkertijd populaire linkse cultuur’. Voor deze dichtbundel ontving Medvedev de prestigieuze Andrej Belyj-prijs, waarvan het prijzengeld bestaat uit een roebel, een fles wodka en een appel.

Na zijn doorbraak als dichter in 2002 nam Kirill Medvedev (1975) stapsgewijs afstand van de Russische literaire wereld, om na een zelf opgelegd moratorium in 2011 een comeback te maken onder zijn eigen voorwaarden. Hij is de auteur van de dicht- en essaybundels Alles is slecht (2000), Invasie (2002), Teksten uitgegeven zonder medeweten van de auteur (2007), 3% (2007) en Lang leven, jong sterven (2011). Naast dichter is Medvedev de Russische vertaler van Charles Bukowski, Pier Paolo Pasolini, Victor Serge en van de neomarxistische theoretici Terry Eagleton en Michael Löwy. Hij is ook een activist van de Russische Socialistische Beweging, de drijvende kracht achter de Vrije Marxistische Uitgeverij en de leadzanger van de band Arkady Kots. In de zomer van 2017 nam zijn politieke engagement de vorm aan van kandidaatstelling voor de Moskouse gemeenteraadsverkiezingen.

 

 

Getagged , , , , , , , , , ,

Sirin est mort, longue vie à Nabokov ! Bend Sinister, ou comment Nabokov devient un écrivain américain

IMAG7262_1Mes collègues de la KU Leuven David Martens et Bart Van den Bossche, en collaboration avec leur groupe de recherche MDRN, viennent de publier, auprès de la maison d’édition Les Impressions Nouvelles, l’ouvrage 1947 Almanach littéraire, qui est de a à z dédié à l’année littéraire 1947:

En 1947, la vie littéraire reprend, après une longue guerre, des périodes de dictature et de turbulences politiques qui ont eu un impact considérable sur la production, la diffusion, la réception de la littérature. Mais cette nouvelle vie n’est pas une simple reprise ou continuation, même si les transformations en cours ne sont pas toujours immédiatement visibles.

De l’essentiel qui s’impose tout de suite à l’attention (Gide, Malraux, Malaparte, Mann, Sartre…), de futurs chefs-d’œuvre qui passent inaperçus (Robert Antelme, Primo Levi), des œuvres tombées dans l’oubli, des revues et prix littéraires prestigieux à des curiosa ici redécouvertes, des événements individuels (emprisonnements, retours d’exil, polémiques…) aux grands enjeux sociaux de l’époque (mémoire de la Shoah, péril atomique, début de la guerre froide…), l’objectif de ce livre est de faire revivre dans toute sa diversité une année littéraire dont le présent était très différent de ce qu’en a retenu la postérité.

L’ouvrage se présente comme une coupe histologique dans le continuum de l’actualité littéraire et culturelle d’une année déterminante dans l’histoire de la littérature européenne. Cet almanach abondamment illustré plonge le lecteur, à travers 47 articles, au sein de l’écosystème de l’année 1947, comme si, lecteur à cette époque, il découvrait, au jour le jour, la littérature en train de se faire.

Parmi les 47 articles traitant de l’année 1947, il y a aussi celui que j’ai écrit à propos de Vladimir Nabokov, ou plus précisément à propos de sa fascinante métamorphose d’écrivain russe en écrivain d’expression anglaise. Voici un petit aperçu de “Sirin est mort, longue vie à Nabokov ! Bend Sinister, ou comment Nabokov devient un écrivain américain” (p. 85-92):

« Je suis extrêmement affligé par le descriptif du livre. Avant toute chose, l’idée de dévoiler l’intrigue me semble absurde. Deuxièmement, ce synopsis plat est plein d’erreurs ». En avril 1947, Vladimir Nabokov, fraîchement naturalisé citoyen des États-Unis, subvenant aux besoins de sa famille en tant que respectable lépidoptériste et professeur de russe  excentrique, se montre mécontent des épreuves de son premier roman américain.

Nabokov connaît sa valeur. Durant les années trente, il est devenu, sous le nom de plume de Vladimir Sirin, le principal écrivain de la diaspora russe. Cette communauté, son lectorat, qui fleurit tout d’abord à Berlin et ensuite à Paris, s’est complètement désintégrée par le régime nazi et la seconde guerre mondiale. Les derniers vestiges de ses espoirs de poursuivre une carrière d’écrivain dans sa patrie sont réduits à néant par le sinistre virage culturel stalinien qui établit le réalisme socialiste en 1934 comme la seule voie littéraire acceptable. En l’absence de toute scène littéraire soviétique souterraine, la meilleure solution pour continuer à être un écrivain à laquelle songe Nabokov consiste à devenir un écrivain anglophone.“Je suis extrêmement affligé par le descriptif du livre. Avant toute chose, l’idée de dévoiler l’intriure me semble absurde. Deuxièmement, ce synopsis plat est plein d’erreurs ». En avril 1947, Vladimir Nabokov, fraîchement naturalisé citoyen des États-Unis, subvenant aux besoins de sa famille en tant que respectable lépidoptériste et professeur de russe  excentrique, est clairement mécontent des épreuves de son premier roman américain.

Bien entendu, Nabokov pratiquait un anglais très fluide bien avant qu’il ne se rende aux États-Unis en 1940. Une série de puéricultrices et de gouvernantes anglaises avaient fait en sorte que le jeune aristocrate russe devienne, pour reprendre ses propres termes, « un enfant trilingue parfaitement normal ». Davantage, il avait soigné son anglais durant ses études à Cambridge. Pourtant, quand il franchit l’océan, les compétences de Nabokov en anglais étaient loin de celles qui avaient conduit Sirin à la notoriété. L’expérience de traduire lui-même en anglais son roman Camera Obscura en 1938 ne l’a pas libéré de ses doutes quant à son anglais. Un an plus tard, anticipant son départ pour un pays anglophone, il sollicite l’aide de locuteurs natifs pour écrire son premier roman en anglais : La vraie vie de Sebastian Knight (The Real Life of Sebastian Knight) – qui traite opportunément d’un écrivain anglais d’origine russe entre deux héritages culturels et linguistiques, « qui demeure finalement inconnu ». Sur le court terme, pas plus l’auto-traduction de Camera Obscura que la tentative d’écrire un roman en anglais ne génèrent l’intérêt d’un éditeur, en dépit des efforts de son agent américain. Nabokov revient donc au russe, mais à contrecœur et pour peu de temps…

IMAG7261_1.jpg

 

Getagged , , , , , , , , ,